Helden

Eénentwintig agenten hebben geschoten tijdens het door hooligans verstoorde strandfeest in Hoek van Holland, meldde het Openbaar Ministerie afgelopen week. Robby van der Leeden (19) blijkt tijdens het feest te zijn gedood door een dienstwapen. Ook twee van de zes gewonden werden getroffen door politiekogels. Voor de overigen is nog geen uitsluitsel. De kogels zijn zoek. Eerder al zeiden feestgangers én politie dat alleen door agenten was geschoten.

Eenentwintig agenten die het vuur openen op een menigte tijdens een dancefeest, dat hoort een democratie op zijn grondvesten te doen schudden. Maar niets daarvan. Het politieke debat ging niet over wat werkelijk gebeurd was, en of de politie wel adequaat omsprong met zijn geweldsmonopolie. Het ging, behalve over de zwarte piet, over ‘het doldwaze wangedrag van dit tuig’.

Ook journalisten en opiniemakers beten zich vast in de hooligans en negeerden de grootschaligheid van het politiegeweld. Veelvuldig werd verwezen naar youtube-filmpjes waarop te zien zou zijn hoe ‘stillen’ in het nauw worden gedreven door een grote groep hooligans. Maar om hen heen is ruimte, en zij hebben niet allemaal hun pistool getrokken. Schatten ze de situatie verschillend in? Eén agent richt op borsthoogte. Bevond hij zich in een levensbedreigdende situatie? Robby van der Leeden werd niet getroffen in zijn been, maar in zijn hoofd – er werd geschoten om te doden, een goeddeels genegeerd feit.

Bizar zijn de uitlatingen van zeven betrokken agenten in het AD en De Telegraaf. Is het dezelfde groep? We weten het niet want de namen worden ons onthouden. Geen van de agenten meldt vuurwapens of messen bij hun tegenstanders, wel werden ze met van alles bekogeld. De agenten vragen om begrip, maar hun uitlatingen tonen een vergaande escalatie bij de politie. ‘Er is wel honderdvijftig keer geschoten. Je gaat over een drempel als je het wapen trekt’, zegt een politievrouw in de Telegraaf. Een collega: ‘Nu hakken we ze in de pan, heb ik gedacht. Zie maar of je het hier redt op je sportschoentjes.’ En in het AD: ‘We zijn gaan slaan met onze wapenstokken. Keihard. Ik voelde dat ik met mijn paard over de mensen heen liep.’ Herhaaldelijk valt de term ‘oorlog’. ‘Wij hopen dat men ons helden vindt’, zegt een van de agenten in De Telegraaf. ‘Al die andere collega’s die daar waren, zijn dat. En vergeet ons thuisfront niet. Bezorgd als dat is.’

Oorlog, helden, thuisfront? Dat is de terminologie van een leger, niet van een politiemacht. Hier is het geweldsmonopolie aan het schuiven. Dat kan geen rechtsstaat toestaan.

Aangezien de agenten betrokken zijn bij dodelijk geweld, zijn zij onderwerp van onderzoek door Rijksrecherche en OM. Hopelijk worden hun uitlatingen daarin meegenomen en krijgt de zaak uiteindelijk de afgewogen aandacht die een democratie past.