Helden en schurken

François Bon
Daewoo: De wegwerpfabriek
Uit het Frans (Daewoo, 2004) vertaald door Marianne Kaas, Van Oorschot, 283 blz., € 19,90

Longwy: iedereen die over Nancy en Luxemburg naar huis rijdt trapt daar op de autoroute, de streek waar je vroeger alleen maar walmende schoorstenen zag, stevig op het gas.

Minder bekend is dat op de plaats van de vroegere staalfabrieken van Lotharingen in latere jaren alle soorten bedrijven werden neergeplempt die na kortere of langere tijd weer door andere werden vervangen of definitief opgedoekt. Twee miljard beloofden Koreanen in 1990 te investeren, in ruil waarvoor de Franse staat bereid was zeshonderd miljoen aan steun te bieden. In 2002 werd Daewoo, een drietal fabrieken waar televisies en magnetrons werden gemaakt, opgeheven (voor een deel verplaatst) nadat 35 miljoen euro aan subsidies was opgestreken. De baas, een door Korea gezochte boef, dankzij Chirac Frans staatsburger, streek persoonlijk miljarden op.

François Bon (1953), van wie Van Oorschot in zijn Franse Bibliotheek eerder al vier romans vertaald heeft, werd gevraagd over de fabriekssluiting een toneelstuk te schrijven. Tijdens het onderzoek waarbij hij veel gesprekken had met de twaalfhonderd arbeiders, voornamelijk vrouwen, wier baan en toekomst bedreigd werden, begon hij alles op te schrijven en dat werd een roman. De hoofdpersonen waren de vrouwen. Een aantal had een chef gegijzeld, een van de vele acties die steeds wanhopiger én symbolischer werden. Maar wat te doen tegen cynische buitenlanders die in de nacht na de sluiting de fabriek in de fik lieten steken? Van de Franse overheid, vakbonden en pers kregen de arbeiders geen enkele steun.

Verrassend aan de roman over zo’n onderwerp is minder dat je die nu niet meer verwacht, omdat het een genre van de jaren zestig of zeventig lijkt dan dat de ouderwetse feiten van recente datum zijn. Van nu is het cynisme van de buitenlandse investeerders en de overheid. Met zulke gegevens maak je natuurlijk geen roman die lekker wegleest. Toch ziet Bon zijn reportage expliciet als roman. Hij demonstreert ook op allerlei manieren het verschil tussen ruw materiaal – de gesprekken die hij noteert of opneemt – en de toneelversie, én de roman die het aandeel van de als oud vuil behandelde mannen en vrouwen plaatst in het ondoorzichtige machtsspel van fabriekseigenaars, hoger personeel en politici. De roman gaat over de sluipende en alles doordringende angst. Dat is al heel wat; ik zou niet weten wat er met zulke stof meer kan worden gedaan. Vormingstoneel is het wel doordat de vrouwen alleen maar verstandige en daadkrachtige figuren zijn – maar het is waar: ze werden steeds meer helden en de bazen schurken.