Felix Thijssen

Helden van licht kaliber

Het eerste wat in Caroline van Felix Thijssen opvalt, is dat er geen vloeken en schuttingwoorden in voorkomen. Er wordt een keer «verdomme» gezegd, en iemand zegt «fuck it». Het boek maakt deel uit van een thrillerserie over vrouwen, en is kennelijk bedoeld voor een behoudend leespubliek.

Thijssen is een ambachtelijk schrijver, maar of hij zich met dit boek een vakman betoont, is maar de vraag. Een half boek lang laat hij een privé-detective op zoek gaan naar een verdwenen meisje, zonder dat er iets noemenswaardigs gebeurt. Dan ontdekt de detective eindelijk het motief voor de verdwijning. Een redactrice heeft het dagboek gestolen van de gefrustreerde, lelijke dochter van een bloedmooie vrouw. De redactrice vermoordt het meisje, verandert de tekst in een roman en wordt een beroemd schrijfster.

Dat is een fascinerend gegeven. Je vraagt je af waarom de schrijver ons dit drama niet mee laat beleven in scènes die zinderen van spanning. In plaats daarvan wordt het misdrijf geleidelijk ontrafeld in stijve dialogen en rommelige, onmuzikale zinnen, waardoor zo'n groot thema ongeloofwaardig wordt. Hij kan lyrisch zijn - «Haar borsten waren zo groot als bosduiven» - of bizar - «Op dat revisionistische kronkelpad was het veranderen van de ene geheime vader in een andere niet meer dan een kanttekening» - of geforceerd - «Alles rook naar zeep, geestelijke volksgezondheid en zindelijke voornemens, waarbij gedachten aan aanhalige mongolen taboe waren en er zelfs niet op z'n tijd gemasturbeerd kon worden». Voorts ventileert de ik-figuur Max Winter voortdurend onbenullige, Leefbaar Nederland-achtige opinies: er zijn te veel mensen in Nederland, kinderen kijken te veel naar de televisie et cetera. Misschien houden lezeressen van zo'n hork als hoofdpersoon? Het resultaat is een houterige, zielloze, gemakzuchtig uitgewerkte whodunit.

Frans Kotterer kan wel mooie, heldere zinne tjes schrijven, met spanning en ritme. Zijn stijl doet in de verte denken aan Carl Hiaasen. In zijn tweede boek, Grizzly, blijkt dat hij ook dialogen kan schrijven. Parallel lopende thema’s vloeien uiteindelijk samen en er is sprake van lichte humor.

In een Amerikaans natuurreservaat waar bruine beren en grizzly’s leven, brengt een moordenaar met pijl en boog berenjagers om. Kotterer voert de journalist Dekker op als hoofdpersoon. Hij is het type van de stijve Hollander die in Amerika in cowboykleren rondloopt.

Toch wil ook Grizzly geen thriller worden, ondanks de mix van milieuterrorisme en levensgevaarlijke grizzly’s, met scheutjes incest, kindermishandeling, alcoholisme, discriminatie van indianen en zelfs nog wat overbodige en ongeloofwaardige indianenmystiek. Het is allemaal wat veel, met ook nog eens een overdaad aan personages.

In de kern is dit een familiedrama in de grote Amerikaanse traditie, dat smeekt om een epische aanpak, zodat we al die sappige tragedies kunnen meemaken. Maar Kotterer is geen Amerikaanse schrijver. Zijn onderwerp is dat van de journalist Dekker: de zoektocht. En intussen reconstrueert hij het verleden in gesprekken en herinneringen. De broer-zusterrelatie, die aan de basis ligt van de plot, kan zo niet worden uitgediept. Wanneer deze uiteindelijk dramatisch escaleert, is dat volstrekt ongeloofwaardig.

Bij Kotterer gebeurt hetzelfde als bij Thijssen; het Grote Thema in de achtergrond is interessanter dan de eigenlijke handeling. En grote thema’s vragen om helden van zwaar kaliber. De nuchtere, wat duffe Dekker uit Diemen die zich geen raad weet als hij sjans krijgt met een hete griet, is toch een beetje een lichtgewicht, zeker in relatie tot de andere personages, die allen bigger than life zijn. Als lezer moet je een heel boek met hem door. Kotterer begrijpt dat. In een lichtvoetige stijl met een onderkoelde, ironische toon probeert hij dat begrip waar te maken, maar in een dergelijke tour de force vallen juist de zwakke plekken op.

Felix Thijssen

Caroline

Uitg. Luijtingh-Sijthoff, 240 blz., € 13,50

Frans Kotterer

Grizzly

Uitg. Luijtingh-Sijthoff, 256 blz., € 13,50