Heldenplatz en hondenfokkers

Nog te zien: 24 tot en met 27 januari in Haarlem, 29 januari tot en met 10 februari op allerlei plaatsen in Vlaanderen.
Het stuk heet Some of my Best Friends. De eerste associatie bij die titel: ‘Ik heb niks tegen joden, een paar van mijn beste vrienden zijn joods.’ Binnen de voorstelling (van Judith Herzberg/Maatschappij Discordia) zit een tweede stuk verborgen. De titel ervan kennen we niet. Het is geschreven door een Duitse overlevende van de holocaust, Alexander Stand. Hij leefde tot voor kort in Israel, hij was bezeten van de idee om jonge Israeli’s en jonge Duitsers met elkaar te confronteren. Hij gebruikte voor zijn stuk een metafoor: een conferentie van Duitse en Israelische hondenfokkers. Alexander Stand bracht voor deze onderneming een ploeg Israelische en Duitse acteurs bij elkaar. Voor de repetities zijn begonnen, sterft de auteur. Zelfmoord.

Waarom heeft Alexander Stand dit stuk eigenlijk geschreven? Ter ‘verklaring’ dwarrelen er wat flarden van zijn dagboek door de voorstelling. 'Ik wil erachter komen/ wat zij zouden doen met hun haat/ ik wil haat in ze wakker maken/ en dan zien hoe ze ermee omgaan.’ En: 'Nu realiseer ik me/ waarom ik die kinderen bij elkaar heb willen brengen/ het is gewoon de leeftijd/ die wij zelf hadden toen het gebeurde.’ En: 'Die droom dat niemand wil luisteren/ die altijd terugkomende nachtmerrie dat onze geliefden niet naar onze verhalen/ willen luisteren/ het is “verkleidete Angst”.’ Dat dus. Verklede schrik, gekostumeerde angst, het is hier feest, en we weten van niks.
De Duitsers en de joden in Some of my Best Friends gaan omzichtig om met hun angst. Het 'veilige’ niveau is dat van het stuk, de (nagespeelde) conferentie van de hondenfokkers. Daarin komen veel technische details voor.
Een fragment. Schlomit: 'Bij een bepaald soort kun je een gebrek uitkweken.’ Stefan: 'Uitmendelen.’ Schlomit: 'Eerst besluit je welke minpunten de moeite waard zijn. En dan concentreer je je op de eliminatie ervan.’
Duitsers en joden twisten in dit fragment of het 'wegfokken’ van 'dominante genen’ nu 'genaues Selektion’ of 'genaue Selektion’ heet. Een huiveringwekkende ruzie is dat. Die vindt plaats binnen het toneelstuk van Alexander Stand.
Een ander deel van Some of my Best Friends bestaat uit de twistgesprekken tussen de Duitse en Israelische acteurs, tijdens het repeteren aan het stuk, over het repeteren aan dat stuk.
Opnieuw een fragment. Stefan: 'Niemand van jullie kan me iets schelen.’ Tal: 'Je bedoelt jullie joden.’ Stefan: 'Ook die goedbedoelende Duitsers. Ze zijn niet oprecht.’ Ronen: 'Dus jij bent de enige die oprecht is? Hoe weet jij dat? Wie zegt jou wat er bij ons brandt?’
Misschien is dat citaat wel een goede reden waarom Maatschappij Discordia Some of my Best Friends wil spelen in combinatie met Thomas Bernhards Heldenplatz. In Bernhards tekst kan de hoofdpersoon de brandhaarden van de haat jegens joden (in Oostenrijk) in zijn kop omzetten in een grote haatmonoloog tegen antisemitisme. In Herzbergs tekst Some of my Best Friends worden vooral vragen over dat antisemitisme opgeworpen. Over de relevantie van haat. Over joods racisme jegens iedere buitenstaander. En over de benauwende voorkomendheid van Duitsers (Europeanen?), anno 1996, jegens de inwoners van de staat Israel. Inwoners die ze niet eens meer 'joden’ durven noemen zonder van kruin tot tenen te gaan blozen.
Some of my Best Friends is ook na twee keer kijken een raadselachtige, maar zeer emotionerende voorstelling. Waarom raadselachtig? Je weet als publiek niet meteen wie wie is. Ik werd daar rustig van, wilde iedereen horen spreken, alle teksten innemen. En ik maakte mijn verhaal. Waarom de voorstelling me emotioneerde, kan ik helaas niet uitleggen. Iedere keer als ik iemand naar Some of my Best Friends wilde praten, begon ik te stotteren. Stamelen in het aangezicht van een kunstwerk, dat is toch prachtig, zei een vriend. Ik moest hem gelijk geven. En mij vielen volzinnen in over het decor (vol 'citaten’ uit Heldenplatz), over acteurs die stuntelend plotseling op waren, en dan weer af, over heftige uitvallen.
'Waarom moeten wij degenen zijn die doen wat zij nooit hebben gedaan!/ Waarom zouden wij geen vrienden kunnen zijn?’
Waarom zou een toneelvoorstelling geen vragen kunnen stellen waar een toeschouwer sprakeloos mee de nacht in wandelt?