Helder en hard

Theodore Dalrymple, Not With a Bang but a Whimper. The Politics and Culture of Decline. € 27,05

De afgelopen jaren is de Engelse psychiater en schrijver Theodore Dalrymple afgeserveerd als saaie burgerman, kwakzalver en hardvochtige conservatief. Vooral met zijn tirades tegen progressieve intellectuelen die volgens hem, met de beste bedoelingen, de fundamenten hebben gelegd voor een miserabele maatschappij heeft de zestigjarige cultuurpessimist vanzelfsprekend weinig vrienden gemaakt. Echter, wie langer dan een weekeinde in Londen verblijft, weet dat Dalrymple’s analyses aangaande de teloorgang van de Engelse maatschappij treffend zijn. Gezond verstand, tolerantie, zelfstandig handelen, nuchter oordelen en stoïcijns optreden in moeilijke situaties staan onder druk.
De geruisloze teloorgang van genoemde waarden is het thema van de essaybundel Not With a Bang But a Whimper: The Politics & Culture of Decline, een verwijzing naar de laatste regel uit T.S. Eliots gedicht The Hollow Men. In elk van de 22 essays - handelend over uiteenlopende onderwerpen als Tony Blairs informele afstandelijkheid en de arrogante lompheid van de Nieuwe Atheïsten - duikt nostalgie op naar de tijd van zijn ouders, aan wie het boek opgedragen is. De overpeizingen zijn helder geschreven, erudiet, en tonen bovenal een warme interesse in het menselijke handelen, altijd vanuit een conservatief perspectief. Hij is ervan overtuigd dat het geijkte pad doorgaans het beste is, wat niet gelijkstaat aan conformiteit. Integendeel, op dat pad is volop ruimte voor eigenzinnigheid en onafhankelijkheid, ja, voor Engelse excentriciteit.
Hij weidt hierover uit in het essay waarin hij een antwoord tracht te geven op de vraag wat Samuel Johnson zo groots maakt. Daarbij gaat hij in op de karaktertrekken van de achttiende-eeuwse geleerde, zijn nederigheid, integriteit, melancholie, excentriciteit, luchthartigheid, parate kennis, zelfspot en geestigheid. Dalrymple bewondert vooral het flexibele conservatisme van de ‘Doctor’. Hij merkt op dat Johnson zijn novelle The History of Rasselas, Prince of Abissinia binnen een week schreef om de medicatie en begrafenis van zijn moeder te betalen. Volgens Dalrymple is Rasselas interessanter dan Voltaire’s bewierookte Candide. 'Voltaire looks like an unregenerate cynic who wants to shock the world by sneering at it, while Johnson looks like a man determined to penetrate to the heart of human existence. The more serious man is by far the funnier.’
Dalrymple begint dit hoofdstuk met de volgende zin. 'A friend of mine, Russian by birth but English by adoption, who speaks English more elegantly than most native speakers, once asked me of what, precisely, the greatness of Dr Johnson consisted.’ De tweede bijzin, een constatering over de staat van het hedendaagse onderricht, kenmerkt Dalrymple. Vanuit de Languedoc, waar hij een deel van het jaar verblijft, kijkt hij met toenemende wanhoop naar zijn geboorteland. Hij koos zijn pseudoniem - zijn echte naam is Anthony Daniels - omdat het paste bij een oude mopperkont die er nog niet uit is of de toestand in de wereld hem aan Gogol, Kafka of Orwell doet denken. Wat het ook is, scholieren leren vandaag de dag vooral hoe ze examens moeten halen, zodat de regering kan laten zien hoe 'goed’ het onderwijsbeleid is. Scholen worden niet afgerekend op de inhoud van de lessen, maar of ze de ideologisch getinte richtlijnen opvolgen van onderwijsambtenaren, waarvan er inmiddels meer zijn dan leraren.
Politieagenten lijden evenzeer onder administratieve bijzaken. Dat heeft ertoe geleid dat triviale overtredingen overijverig worden behandeld, terwijl heuse misdaden minder aandacht krijgen. Daarnaast hebben politiek gemotiveerde initiatieven ervoor gezorgd dat agenten veredelde sociaal werkers zijn geworden van wie een bijdrage wordt verwacht in de maakbaarheid van een infantiele samenleving. Op de achtergrond speelt de invloed van criminologen, die er door Dalrymple van worden verdacht dat ze te veel Foucault hebben gelezen en misdadig gedrag beschouwen als een alternatieve vorm van zelfexpressie. Terend op zijn ervaring als gevangenispsychiater, hekelt de essayist de jaren-zeventiggewoonte om de schuld voor wangedrag te leggen bij iets abstracts als 'de maatschappij’. De weigering om verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen daden is volgens hem een ongewenst neveneffect van de verzorgingsstaat waarin mensen te veel afhankelijk zijn geworden van de staat. Deze situatie wordt in stand gehouden, zo schrijft hij, door de leden van de uitdijende zorgindustrie. In een bespreking van A Clockwork Orange toont hij aan tot wat voor een maatschappij een combinatie van individualisme, egoïsme en moderne architectuur kan leiden. De enige 'vergissing’ die Anthony Burgess heeft gemaakt, is de hoofdpersoon getrouwde ouders te geven.
Wat de bundel compleet zou maken is een kritisch essay over het neoliberalisme. De hedendaagse misère is niet alleen te wijten aan ideologische experimenten in de jaren zestig en zeventig, maar ook aan de hebberigheid van de Thatcher-jaren, waarin de laatste resten solidariteit zijn verdwenen. Het hoofdstuk waarin Dalrymple waarschuwt tegen het legaliseren van drugs geeft blijk van een gebrek aan gezond verstand. Eerder heeft hij uitgelegd dat er geen verband bestaat tussen drugs en criminaliteit. Aangezien iedereen volgens Dalrymple gezegend is met een onverwoestbare vrije wil, is het de vraag waarom hij zoveel moeite heeft met nederwiet. Dalrymple schrijft dat Amsterdam door haar drugsbeleid 'een van de meest gewelddadige en vervallen steden van Europa’ is. Zou hij het menen? Wandelend langs de Herengracht vertelde hij me drie jaar geleden, na een interview, hoe prachtig deze stad is.
Ondanks deze missers is het prijzenswaardig dat Dalrymple heldere en harde oordelen geeft, meestal in negatieve zin. 'Dit is slecht’ gaat hem als conservatief makkelijker af dan 'dit is goed’. Hij is hierin a-modieus omdat vanuit Amerika het idee is overgewaaid dat men uit respect voor de ander non-judgmental moet zijn. Anders dan meningen zijn oordelen tegenwoordig verdacht.
Een extreem voorbeeld is Dalrymple’s verhaal over een vrouw die sociaal werkers smeekte om haar kind niet voor een paar dagen naar zijn gewelddadige vader en diens nieuwe lief te sturen. Ze kreeg te horen dat ze niet zo moest oordelen over anderen, en niet veel later was haar kind door de twee doodgeslagen. Zelf schroomde Dalrymple er niet voor zijn cliënten te vertellen hoe hij over hen en hun hachelijke situatie dacht. Hard, maar niet hardvochtig. Niets is immers makkelijker dan lief en aardig te zijn tegen mensen om wie men niets geeft. Soms hielp zijn compassievolle aanpak, maar of de halsstarrige cliënt genaamd 'Engeland’ te redden valt, is twijfelachtig.

THEODORE DALRYMPLE
NOT WITH A BANG BUT A WHIMPER: THE POLITICS & CULTURE OF DECLINE
Monday Books, 292 blz., € 17,-