Helder licht

Zoals het schilderij Marine van Jean Brusselmans laat zien, is de zee, die altijd zo'n groot onderwerp is geweest in de kunst, niet abstract en niet figuratief. Ze is ongrijpbaar, woest en schuimend.

De grote zee, grijs en kalm onder een brede stapeling van wolken, lichtgrijs tot zwart - als je die wilt weergeven op een klein doek, een bijna vierkant van nog geen zestig centimeter, dan moet je rustig en behoedzaam schilderen. Juist dat zien we Jean Brusselmans (1884-1953) hier doen. Het water is wonderlijk stil. Breed gerekte, dunne penseelstreken in onbeschrijflijke tinten grijs laten een traag kabbelende golfslag zien of bijna dat nog niet, zo stil is het water - tussen blauwgrijs, bruinig grijs en bijna oker, op de plek waar in het voorbijgaan even een iets sterker licht uit de bewolkte hemel op de zee valt. Die onbestemde grijzigheid wordt iets donkerder naar de horizon toe die heel licht gebogen is en aangescherpt door een dunne lijn van licht. Dan begint, naar boven toe, de gelaagdheid van de lucht. Daarin zien we in wezen ongeveer dezelfde kleuren terug als in de zee maar dan beweeglijker geschilderd, in ruimere lagen en hier en daar golvend. Het zijn geen wilde wolken, door een sterke wind gedreven, ook geen wolken die zich bol en bloemig samenpakken in een verder heldere lucht - dat soort kolkend spektakel, met bravoure geschilderd, laat deze Marine ons niet zien.
Omdat het doek vrijwel vierkant is, lezen wij het niet in de breedte maar in de diepte, eerst, en dan omhoog naar de lagen bewolking die we dan schijnbaar onbeweeglijk op het water zien rusten. Het schilderij is een delicate samenvatting van een stemming. Er zijn van die dagen dat er nauwelijks wind is zodat lage, dichte bewolking vrijwel bewegingloos blijft hangen. Het licht is grijs en daardoor worden alle kleuren dof. In schilderkunstige termen betekent dat: een symfonische, roerloze compositie arrangeren van soorten grijs. Dan moet je voorzichtig te werk gaan. Want omdat er in het grijs van de wolken steeds nog wat licht blijft schemeren en omdat dat zachte licht ook op het water sprankelt, moet het grijs dat je als schilder zoekt overal wat transparant blijven. Dat is het mooie aan dit schilderij - het is een zo teer beeld dat zelfs het dobberende bootje doorzichtig is gebleven.
Naar de zee en de horizon kun je urenlang kijken, dat weet iedereen, en naar de geheimzinnige verte achter de einder. Voor schilders heeft de zee nog een speciale fascinatie, zeker nadat in het impressionisme de bewegingen van het penseel, en de beroering van streken en toetsen verf met elkaar, een actieve rol in de vormgeving zijn gaan spelen. Door een penseelstreek op een bepaalde manier te laten krullen, bijvoorbeeld, en de dikte te variëren kan de schilder wolken zo schilderen dat je ze ziet bollen en kronkelen. Hoe golven bewegen is voor het oog onnavolgbaar: ze rollen en zwellen maar voordat ze bijna op hun hoogste punt komen zakken ze weer weg om te verdwijnen in de zwelling van de volgende golf. Golven zijn nooit in stilstand totdat ze het strand bereiken, waar hun dynamische zwelling dan stopt en leegloopt. Als de schilder door welke manipulatie van penseelstreken dan ook zijn kleurig oppervlak tot spannende beweeglijkheid wil brengen, denkt hij misschien wel aan de zee. In ieder geval is de zee in de moderne kunst altijd een groot onderwerp geweest omdat hij, zoals we zien in de Marine van Brusselmans, niet abstract is maar ook niet figuratief. Zee, lucht, land geven de schilder houvast en bewegingsruimte tegelijkertijd.
Kijk maar naar het forse schilderij van Robert Zandvliet. Het is zonder titel maar als ik zeg dat het een evocatie is van een woest schuimende zee, is dat ook waar. Ik kan ook zeggen dat het me doet denken aan wapperende, klapperende vaandels in de wind. Maar wat we zien zijn kromme, zigzaggende banen blauwe verf, met een brede kwast neergezet. Ze doorkruisen elkaar, en over hun energieke beweging kwamen van linksboven schuin naar beneden nog een aantal korte, witte staccato-toetsen terecht. Daar overheen drijven weer zachte grijze lijnen, alsof ze voorbij vliegen. Ten slotte zijn er nog twee witte kromme driehoeken vrijgelaten. Er is veel te zien in dit klaterende schilderij. Ik zie een hoekige lenigheid en daarmee overal rusteloze beweging en in die bewegingen verrassende wendingen. Eigenlijk is dat voldoende om mijn oog bezig te houden, ook zonder aan de zee te denken. Maar misschien had de schilder een herinnering aan de zee in zijn hoofd. Ik stond ervoor en zag een schilderij waarin zomaar, letterlijk uit fors geschilderde hoeken en gaten, helder licht begon te spatten.

PS Beide schilderijen behoren tot de collectie van het Museum Belvédère in Heerenveen. Daar hangen ze nu tot 7 maart in de tentoonstelling Eb & Vloed, een fraaie creatie van de oprichter van dat museum, Thom Mercuur