De comeback van Geert Wilders

Helder, rechttoe rechtaan

Nog niet zo lang geleden leek de Partij voor de Vrijheid haar beste tijd wel te hebben gehad. Maar Geert Wilders staat er in de peilingen weer goed voor. En dat komt niet alleen door het demasqué van Forum voor Democratie.

Geert Wilders tijdens het debat over de toeslagen­affaire. Den Haag, 19 januari © Bart Maat / ANP

Vier jaar geleden stond Nederland wereldwijd even in het centrum van de aandacht. Na de onverwachte uitslag van het Brexit-referendum en de overwinning van Donald Trump leek de populistische golf nu het kleine land aan de Noordzee te overspoelen. Honderden buitenlandse journalisten streken neer in Den Haag om getuige te zijn van de volgens peilingen spannende tweestrijd tussen de populist Geert Wilders en de zittende liberale premier Mark Rutte. Wat ze vervolgens kregen opgediend was een verkiezingsuitslag die nog het meest deed denken aan een saaie etappe uit de Tour de France. Mark Rutte zag zijn voorsprong op achtervolger Wilders niet in gevaar komen, waarna er vervolgens een heel peloton aan kleine en middelgrote partijen over de streep kwam.

Vier jaar later lijkt er, althans vanuit het perspectief van buitenlandse media die ons land niet op de voet volgen, weinig veranderd te zijn. Afgaande op de peilingen ligt de premier nog steeds ver voor op het peloton en lijkt de peroxide populist wederom de enige te zijn die de vrolijke liberale slungel in het zicht houdt.

Wie ook de politieke dagkoersen in Nederland volgt, zal echter vooral verbaasd zijn dat Geert Wilders’ pvv twee maanden voor de verkiezingen toch weer de tweede partij van het land lijkt te gaan worden. Wie had dat gedacht anderhalf jaar geleden toen de partij bij de Europese verkiezingen zelfs de kiesdrempel niet meer wist te halen? Het betekende dat de pvv niet eens meer vertegenwoordigd was in de mede door Wilders geïnitieerde fractie van rechts-populistische partijen in het Europees Parlement, waartoe ook Matteo Salvini’s Lega en Marine Le Pens Rassemblement National behoorden. Een regelrechte afgang voor een van de zelfbenoemde leiders van de aangekondigde ‘patriottistische lente’ van 2017.

De wanhoop schijnbaar nabij twitterde Wilders dezelfde avond nog: ‘De pvv zal terugkomen. We hebben de beste ideeën.’ Het klonk meer als een smeekbede dan als een belofte. Aan journalisten die hem daags na de nederlaag opwachtten liet hij vol dramatiek weten ‘nooit te zullen vertrekken’ uit de Tweede Kamer. ‘Desnoods met een rollator zal ik hier mijn standpunten uitdragen’, aldus de pvv-leider, die blijkbaar meende dat de Tweede Kamer vaste contracten verstrekt. De gekwelde leider riep geen afschuw, angst of fascinatie meer op, maar hooguit nog medelijden.

Het echec bij de Europese verkiezingen van juni 2019 was achteraf bezien het dieptepunt van een neerwaartse spiraal die al meer dan twee jaar aan de gang was. Het verval begon eigenlijk al met de Tweede-Kamerverkiezingen van maart 2017 waar de pvv de hooggespannen verwachtingen niet echt bleek waar te maken. Met twintig zetels werd de partij weliswaar de tweede van het land, maar dat resultaat was toch beduidend slechter dan wat de peilingen al maandenlang voorspelden. Heel vreemd was dat niet, want ondanks alle internationale aandacht schitterde de pvv tijdens de verkiezingscampagne vooral door afwezigheid. Die afwezigheid zal mede zijn ingegeven door het chronische geldgebrek en de penibele veiligheidssituatie van Wilders.

Tegelijk blijft het iets raadselachtigs houden waarom Wilders zich plots met allerlei vage smoesjes afmeldde voor de meeste televisiedebatten. Schrok hij wellicht terug voor de consequenties die een grote verkiezingsoverwinning met zich meebracht? Wílde hij eigenlijk wel de grootste worden? De tegenvallende uitslag zorgde er in ieder geval voor dat hij in de coalitieformatie zonder problemen kon worden genegeerd.

Zoals wel vaker koos de pvv-leider na deze teleurstelling direct de vlucht naar voren. Nog geen week na de verkiezingen kondigde hij aan dat de pvv in 2018 in maar liefst zestig gemeenten wilde gaan meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Een tamelijk overmoedige aankondiging, want van een deugdelijke partijorganisatie met leden en afdelingen in het land was nog steeds geen sprake. Hoe wilde de pvv zonder een serieuze partijstructuur ooit voldoende kandidaten vinden?

Uiteindelijk lukte dat ook maar ternauwernood in dertig gemeenten. Door de zwakke partijorganisatie bleken die kandidaten bovendien vaak slecht gescreend te zijn. Zo kostte het journalisten slechts enkele uren om erachter te komen dat de lijsttrekker van de pvv bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam actief was in extreem-rechtse kringen. Bovendien bleken verschillende pvv-kandidaten zich op Facebook of Twitter wat al te grof te hebben uitgelaten en hadden andere zich schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

Aldus zorgde deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen vooral voor een verdere verslechtering van het toch al beroerde imago van de pvv. Nog minder mensen dan voorheen durfden het aan om openlijk hun steun aan de pvv te betuigen, laat staan dat ze zich actief gingen inzetten voor de partij. Degenen die dat wel deden ondervonden niet zelden problemen met hun werkgever, familie of vrienden. In een uitgebreide reportage in de NRC gaven veel voormalige pvv’ers aan dat ze dankzij hun verleden in de partij veel moeite hadden om een baan te vinden. Een al wat ouder Statenlid van de partij in Drenthe raadde jongeren om die reden af om zich kandidaat te stellen voor de pvv.

In de meeste gemeenten viel het verkiezingsresultaat ook nog eens behoorlijk tegen. In Rotterdam kwam de pvv er niet aan te pas tegen Leefbaar Rotterdam en in Den Haag verloor de partij flink aan de partij van oud-pvv’er Richard de Mos. Zelfs in Almere, waar de pvv-fractie al sinds 2010 met redelijk succes in de gemeenteraad zat, verloor de partij flink wat zetels. Dat de pvv nergens in het gemeentebestuur kwam, was net zo voorspelbaar als de daaropvolgende reactie van Wilders dat sprake was van ‘een schandelijk cordon sanitaire van de zelfgenoegzame arrogante elite’.

De voorspelbaarheid van de PVV-leider begon zijn aantrekkingskracht voor de media steeds meer aan te tasten. Zijn aanhoudende provocaties en schofferingen werden steeds vaker ter kennisgeving aangenomen, de zich voortslepende rechtszaak vanwege de ‘Minder Marokkanen’-uitspraak leidde steeds minder tot discussie. De beelden van woedende Pakistaanse moslims die foto’s van Wilders vertrapten en verbrandden leken deze keer na een paar dagen alweer vergeten. Na het vertrek van Alexander Pechtold uit de Tweede Kamer zocht alleen de fractie van denk nog weleens de confrontatie op. Het werd kortom steeds stiller rond de partij, die altijd zo afhankelijk was van rumoer. Zonder de zuurstof van alle media-aandacht leek het vlammetje langzaam te doven.

Verantwoordelijk voor dit zuurstoftekort was natuurlijk Thierry Baudet, die in 2017 met zijn Forum voor Democratie de kiesdrempel had gehaald. Niet alleen in de Tweede Kamer, maar meer nog in de media was Geert Wilders nu het politieke monopolie als populistische uitdager kwijtgeraakt. Met enig enthousiasme stortten de media zich op deze nieuwe rechtse stokebrand die minstens zulke rare capriolen uithaalde en boude uitspraken deed als Wilders. Met al zijn geschriften bood Baudet de meer intellectueel ingestelde scribenten bovendien voldoende munitie voor een stevig doorwrocht essay. Kwam daar bij Wilders maar eens om.

Met Theo Hiddema als ironische knorrepot aan zijn zijde won Baudet de sympathie van invloedrijke mediapersoonlijkheden als Johan Derksen, Harry Mens en Jort Kelder. Met de kandidatuur van Annabel ‘Tante Bel’ Nanninga in Amsterdam verzekerde Baudet zich ook nog eens van de steun van de populaire website GeenStijl die hem als de ‘jeune premier’ van de ‘Renaissancevloot’ bejubelde. Wie Forum steunde wist zich anders dan bij de pvv kortom in goed gezelschap.

Mede daardoor lukte het Baudet in tegenstelling tot Wilders wel om een grote, nieuwe ledenpartij op rechts op te bouwen, compleet met wetenschappelijk bureau, jongerenorganisatie en opleidingsinstituut. Door de toestroom van vooral jongere leden groeide Forum voor Democratie uit tot de, in ieder geval naar eigen zeggen, grootste ledenpartij in Nederland. Een nieuwe elite liep zich al warm om het land over te nemen of toch op zijn minst een nieuwe zuil op te bouwen, zo heette het. Waar de uitgebluste Wilders voor weinig meer leek te staan dan voor zichzelf, daar vertegenwoordigde Baudet een echte beweging met enthousiaste leden en drukbezochte bijeenkomsten.

Programmatisch leek de partij zowel gematigder als breder in haar focus, getuige haar campagne tegen zowel de klimaatwet als het immigratie-akkoord. Tegelijk was Baudet ook niet bevreesd om Wilders naar de kroon te steken in schofterigheid, zoals bleek toen Forum voor Democratie als enige de campagnestop na de tramaanslag in Utrecht aan zijn laars lapte. Bij de Provinciale-Statenverkiezingen betaalde deze koers zich uit: met 14,5 procent van de stemmen werd Forum de grootste partij van het land. De pvv behaalde slechts 6,9 procent van de stemmen. Uit kiezersonderzoek van Ipsos bleek dat een kwart van de pvv-aanhang uit 2019 naar Forum was overgestapt. ‘Het verhaal van Wilders is wel een beetje over. Forum voor Democratie troeft hem aan alle kanten af’, concludeerde politiek commentator Peter Kee. Hij vermoedde ‘dat Geert langzamerhand gaat nadenken over het inpakken van zijn spullen en een vertrek naar het buitenland’.

Het spoedige einde van Wilders’ PVV is al vaker voorspeld © David van Dam / de Beeldunie

Nu was het spoedige einde van de pvv al vaker voorspeld en niet uitgekomen, zoals in 2008 toen Rita Verdonk hoge ogen gooide met Trots op Nederland, in 2012 toen Wilders een hoge electorale prijs betaalde voor het intrekken van de gedoogsteun aan het kabinet-Rutte I en in 2014 toen er een leegloop dreigde na zijn ‘Minder Marokkanen’-uitspraak. Maar zo dramatisch als na de afgang bij de Europese verkiezingen had de partij er nog nooit voorgestaan. Hoe is het de partij gelukt om op te krabbelen en weer uit te groeien tot de grootste oppositiepartij?

Thierry Baudet voelde zich door alle corona-beperkingen een ‘gekooide panter’. Voor Wilders veranderde niet veel: hij leeft al sinds eind 2004 in een soort lockdown

Allereerst was daar natuurlijk de spectaculaire schipbreuk van de Renaissancevloot. Eigenlijk ging het daar al mis op de avond van de verbluffende winst bij de Provinciale-Statenverkiezingen. Met zijn inmiddels legendarische boreale overwinningsspeech toonde Baudet aan zijn verkiezingswinst niet zozeer te beschouwen als beloning voor de gematigd populistische campagne tegen het klimaat- en immigratiebeleid, maar als begin van de redding van de westerse beschaving. Allerlei opmerkingen, die lange tijd werden afgedaan als door de ‘mainstream media’ uitvergrote balorige uitglijers van een overenthousiaste Baudet, bleken toch steeds meer een verdacht consistent patroon te vormen.

En toen brak er ook nog een breed uitgemeten conflict uit tussen Thierry Baudet en organisatorisch brein Henk Otten, waardoor de partij direct een deel van haar Staten- en senaatszetels verloren zag gaan. Zonder Otten gingen de remmen bij Baudet helemaal los, met alle gevolgen van dien. Met weinig gevoel voor politieke zelfdiscipline keerde hij zich tegen alle gangbare opinies en hem onwelgevallige kennis en flirtte hij wat al te uitbundig met allerlei minder courante theorieën. Nadat hij eerst al twijfelde aan de ernst van de klimaatcrisis, weigerde hij vervolgens om de officiële lezing over het coronavirus te geloven.

De bom barstte na het inmiddels legendarisch geworden etentje bij een Van der Valk-restaurant in Tiel. Veel hooggeplaatste kandidaten verlieten de partij en afgaande op de peilingen met hen ook veel potentiële kiezers. Net als tijdens het eerdere conflict tussen Baudet en Otten in de zomer van 2019 ging de virtuele daling van het zeteltal van Forum gelijk op met een stijging van de pvv, wat het vermoeden rechtvaardigt dat het een met het ander te maken heeft. Veel kiezers die Baudet even het voordeel van de twijfel gaven, bleken de weg naar Wilders weer te hebben gevonden. Datzelfde lijkt overigens ook te gelden voor het deel van het oude pvv-electoraat dat in Henk Krol en 50Plus een alternatief dacht te hebben gevonden. Nadat in de lente van 2020 ook in deze partij flinke heibel uitbrak, kwam abrupt een einde aan alle gunstige peilingen, waarin 50Plus acht tot tien zetels scoorde.

De vraag is natuurlijk waarom uitgerekend de pvv althans virtueel lijkt te profiteren van de neergang van deze concurrenten. Met nieuwe partijen als Code Oranje van Richard de Mos, Juiste Antwoord 2021 van Joost Eerdmans en Annabel Nanninga, de Lijst Henk Krol en de Groep Otten zijn er voldoende alternatieven voor de verweesde kiezers van Forum en 50Plus. De comeback van Wilders is in ieder geval niet het gevolg van enige personele vernieuwing binnen zijn partij. Wie de kandidatenlijst van de pvv voor de verkiezingen van 2021 bekijkt, ziet vrijwel een kopie van die uit 2017. Meer dan twee derde van de vijftig kandidaten was vier jaar geleden ook al kandidaat; dat moet welhaast een record zijn. Alle twintig leden van de fractie staan weer op verkiesbare plaatsen. De enige die zich tussen de fractieleden heeft weten te wurmen is Marjolein Faber, maar een nieuwkomer kan zij na bijna tien jaar lidmaatschap van de Eerste Kamer bepaald niet genoemd worden.

Van de eerste negen leden tellende pvv-fractie uit 2006 zijn er acht nog steeds actief: naast Wilders zijn dat Fleur Agema, Martin Bosma, Sietse Fritsma, Dion Graus, Barry Madlener, Raymond de Roon en Teun van Dijck. Andere hooggeplaatste kandidaten zitten sinds 2010 (Harm Beertema, Lilian Helder en Léon de Jong) of 2012 (Machiel de Graaf) in de fractie of zijn er in 2017 na een hele carrière binnen de partij bijgekomen, onder meer Roy van Aalst, Alexander Kops, Vicky Maeijer en Gidi Markuszower. Pas vanaf plaats 23 heeft Wilders enkele jongere pvv’ers een plek gegund, zoals Nicole Moinat, gemeenteraadslid in Purmerend, de Almelose raadsleden Sebastiaan Stöteler en Hidde Heutink en de Urker pvv’er Hendrik Wakker. Opvallend is voorts het geringe aantal vrouwelijke kandidaten: slechts negen van de vijftig.

De kandidatenlijst bevestigt dat de pvv na vijftien jaar nog steeds een zeer kleine organisatie is waarin hooguit een paar honderd personen enigszins actief zijn. Enkele tientallen van hen zijn door tal van dubbelfuncties tot de inner circle doorgedrongen, waar zij zich door het vrij geringe verloop aan de top voor langere tijd verzekerden van een alleszins redelijk inkomen. Daar staat tegenover dat de carrièreperspectieven buiten de partij slecht zijn. ‘De pvv is je laatste baan’, zo luidt een gevleugelde uitdrukking in de pvv-fractie. In de praktijk betekent dit dat allen afhankelijk zijn van Geert Wilders, zoals bekend het enige officiële lid van zijn partij, die als het grote stemmenkanon bovendien de noodzakelijke zetels moet binnenslepen.

Het evidente voordeel van deze constructie is dat er weinig gedoe is over zowel de interne hiërarchie als over de ideologische koers. Wie de pvv steunt, weet wat hij of zij krijgt. Of zoals Tweede-Kamerlid Harm Beertema het in Trouw verwoordde: ‘Onze ideologie is uitontwikkeld en hartstikke duidelijk. Kun je je daarin niet vinden, dan kom je gewoon niet bij ons.’

Het recent uitgebrachte verkiezingsprogramma is inderdaad bijna net zo voorspelbaar als de kandidatenlijst. Wederom vormen islam, immigratie, behoud van de nationale identiteit, veiligheid, ouderenzorg, een Nexit en dierenwelzijn de voornaamste speerpunten. Van een verdere radicalisering, zoals onder meer D66-lijsttrekker Sigrid Kaag stelde, is geen sprake. Alle verregaande, vanuit rechtsstatelijk oogpunt problematische eisen, zoals het verbod op de koran, de sluiting van moskeeën en asielcentra en de verbanning van criminelen met dubbele nationaliteit, waren al jaren bekend. Dat laat natuurlijk onverlet dat ze in hun radicaliteit nog steeds shockeren.

Het verkiezingsprogramma kan daardoor moeilijk anders gelezen worden dan als een lange sollicitatiebrief voor de rol van oppositiepartij. Behalve dat veel pvv-standpunten voor vrijwel alle andere partijen onacceptabel zijn, heeft Wilders zich in het kabinet-Rutte I daarnaast een onbetrouwbare en wispelturige partner getoond. Bij het cda en de vvd zijn ze waarschijnlijk niet vergeten hoe de pvv-voorman in 2012 de zwaar bevochten gedoogconstructie bijna achteloos opblies.

De voornaamste reden dat uitgerekend Geert Wilders weer omhoog is komen drijven hangt dus niet samen met enige personele, ideologische of politiek-strategische vernieuwing. Veel meer lijkt het een indirect gevolg van de coronacrisis te zijn. De charismatische politieke artiest Thierry Baudet moest door alle coronabeperkingen plots zijn succesvolle toer door het land staken. Op het beruchte ruzie-etentje zou hij geëmotioneerd hebben verklaard zich te voelen als de ‘gekooide panter’ uit het beroemde gedicht van Rainer Maria Rilke. En ook gekooide panters maken na verloop van tijd blijkbaar rare sprongen, getuige Baudets openlijk beleden sympathie voor allerlei corona-ontkenners en complottheoretici.

Voor Wilders veranderde er in deze nieuwe situatie daarentegen niet veel: door alle bedreigingen leeft hij al sinds eind 2004 in een soort lockdown. Zijn voornaamste communicatiekanalen met de buitenwereld bleven bovendien intact, namelijk zijn Twitter-account en zijn bijdragen in de Tweede Kamer. In zekere zin profiteert hij zelfs van alle maatregelen, omdat de schijnwerpers daardoor meer dan ooit gericht worden op de plek waar hij zich het beste thuis voelt, de Tweede Kamer. In de veelbekeken debatten over de diverse maatregelen mag Wilders als voornaamste oppositieleider het spits afbijten en weet hij steeds handig te laveren tussen zijn bezorgdheid over het virus (dat hij anders dan Baudet niet relativeert) en zijn boosheid over de genomen maatregelen. Zelfs als hij het kabinetsbeleid steunt, lijkt hij het ermee oneens.

Met zijn debattechniek, soms humoristische taalvondsten, retorische trucs en geacteerde boosheid weet hij zich wederom te profileren als de hoofdakte in het theater van het Binnenhof. Vriend en vijand lijken zich inmiddels te verkneukelen als Wilders het woord grijpt en met veel verbaal geweld over een minister of mede-Kamerlid heen walst. Zo bekende zelfs cabaretière Claudia de Breij in haar column in de Varagids geregeld te moeten lachen om de pvv-leider, ondanks zijn verwerpelijke opvattingen.

Maar Wilders louter nog als guilty pleasure of parlementaire attractie afdoen zou geen recht doen aan zijn rol als de volkstribuun, die door zijn lange ervaring in het parlement goed weet welke middelen hem tot zijn beschikking staan. Zo wist hij door zijn kennis van de parlementaire procedures in augustus de coalitiefracties voor schut te zetten door een hoofdelijke stemming te vragen over een door hem ingediende motie voor de verhoging van het salaris van zorgpersoneel. Kamerleden van cda en D66 verlieten vervolgens in allerijl de zaal, zodat het noodzakelijke quorum niet werd gehaald. Parlementaire sabotage over de ruggen van zorgverleners, zo brieste Wilders en met hem vrijwel heel Nederland.

Maar ook in zijn parlementaire redevoeringen weet hij het klavier der volksconsciëntie kundig te bespelen, zoals dat vroeger heette. Met het gebruik van tamelijk eenvoudige wij-zij-tegenstellingen, helder, rechttoe rechtaan woordgebruik en korte, met bijtende dictie uitgesproken zinnen maakt hij weinig vrienden in het parlement, maar bereikt hij wel grote delen van het electoraat. Hij maakt daarbij maximaal gebruik van zijn politieke isolement door zich voor te doen als de enige die zich niet bezighoudt met allerlei politieke spelletjes, maar met de noden en belangen van het volk. ‘De pvv is er voor u’, zo luidt niet voor niets de eerste zin van het verkiezingsprogramma met de titel ‘Het gaat om u’.

Anders dan bij veel andere partijen heeft die dienstverlening bij de pvv bovendien een uitgesproken exclusief karakter. Wilders schroomt er immers niet voor om duidelijk te maken dat zijn partij er ook weer niet voor iedereen is. Controversiële allochtone Nederlanders als Akwasi, Sylvana Simons en Tunahan Kuzu vormen om die reden een favoriet doelwit. Laatstgenoemde kreeg in de Tweede Kamer te horen: ‘Dit is ons land meneer Kuzu, niet uw land. Turkije is úw land. Vertrek er maar snel heen en kom nooit meer terug.’

Politiek wordt in deze nativistische ‘eigen volk eerst’-retoriek voorgesteld als de behartiging van de culturele en economische belangen van de gewone, autochtone Nederlander. In het verkiezingsprogramma droomt Wilders hardop van een land ‘waar ons geld gebruikt wordt voor onze eigen mensen. Een land zonder hoofddoekjes maar met oer-Hollandse gezelligheid en respect voor ouderen. Een land waar buitenlanders niet langer worden voorgetrokken en onze eigen mensen niet meer worden gediscrimineerd.’ Het is een sentiment dat door grote delen van het electoraat wordt gedeeld.

Of al deze kiezers inderdaad op de pvv zullen stemmen, zal moeten blijken. De effectiviteit van Geert Wilders als belangenbehartiger en als protestkandidaat is door velen van hen de laatste jaren in twijfel getrokken, getuige de plotse opkomst van Thierry Baudets Forum voor Democratie. De zelfdemontage van Baudet, het gebrek aan campagnemogelijkheden voor de nieuwe concurrenten en het toegenomen belang van de debatten in de Tweede Kamer zorgen er echter voor dat de uitgangspositie voor de pvv relatief gunstig is. Of Wilders zijn eventuele verkiezingswinst deze keer wel weet om te zetten in concrete macht is een tweede.


Koen Vossen is politiek historicus en auteur van onder meer Rondom Wilders: Portret van de PVV (2013) en The Power of Populism: Geert Wilders and the Party for Freedom in the Netherlands (2016)