DiFranco wil met haar songs de wereld verbeteren

Heldin tegen wil en dank

Ooit was de Amerikaanse zangeres Ani DiFranco al blij als ze ergens ter wereld een vrouw met haar muziek de dag door kon loodsen. Tegenwoordig wil ze de wereld in zijn geheel verbeteren.

«Naarmate ik ouder word, vind ik het leven ingewikkelder worden», zegt Ani DiFranco voorafgaand aan een optreden in de Amsterdamse Melkweg. «De arrogantie van je jeugd verdwijnt als je meer deel van de maatschappij wordt. Dan merk je plotseling dat die maatschappij ook jouw verantwoordelijkheid is.»

De Amerikaanse zangeres, 34 jaar, maakt muziek met een boodschap: de wereld kan en moet beter. Sinds haar debuut in 1990 heeft ze zich ontwikkeld van een boos buitenbeentje – «I am the queen of my own compost heap» – tot een betrokken burger die haar landgenoten oproept te gaan stemmen bij de presidentsverkiezingen.

DiFranco’s muzikale carrière wordt gekenmerkt door haar onuitputtelijke energie en optimisme. Haar felle, ritmische manier van spelen en de strijdbare en persoonlijke teksten legden de basis voor een uniek en herkenbaar geluid. DiFranco’s wortels liggen in de traditie van folk- en protestzangers als Woody Guthrie en Joni Mitchell, terwijl haar «do it yourself»-houding een erfenis van de punkbeweging lijkt. Deze combinatie leverde haar muziek al snel het predikaat folkpunk op. DiFranco heeft een afkeer van de commerciële muziek industrie, waar winst maken voorop staat. Om haar onafhankelijkheid te kunnen bewaren richtte ze op negentienjarige leeftijd haar eigen platenlabel op: Righteous Babe Records.

De albums volgen elkaar sindsdien in hoog tempo op, waarbij DiFranco iedere keer nieuwe muzikale terreinen verkent. Naast veertien studioalbums in veertien jaar tijd bracht DiFranco vijf live-albums en twee dvd’s uit. Ze maakte twee cd’s met folkzanger en activist Utah Phillips en speelde samen met muzikale grootheden als Prince en Maceo Parker. Ondertussen is ze meer dan de helft van ieder jaar op tournee en produceert ze albums voor verschillende artiesten op haar platenlabel. Met haar enthousiasme en gedrevenheid weet ze een groep trouwe fans aan zich te binden, grotendeels jonge vrouwen die DiFranco bewonderen om haar feministische strijdbaarheid en haar onafhankelijke instelling.

Bij DiFranco is het persoonlijke politiek. «Do your politics fit between the headlines, are they written in newsprint, are they distant? Mine are crossing an empty parking lot, they are a woman walking home at night, alone», zingt ze in Looking for the Holes (1991). DiFranco vecht voor haar vrijheid en onafhankelijkheid, zowel ten opzichte van geliefden als van de commerciële muziekindustrie en de lesbische beweging, die haar zo graag als mascotte ziet. Ze haalt fel uit naar rechtlijnige fans die haar een sell-out noemen als ze een album over de liefde maakt, of als ze een keer lippenstift draagt. DiFranco vecht er ook voor om serieus genomen te worden als vrouw in een door mannen gedomineerde wereld. Gelijkheid, respect en onafhankelijkheid zijn de steeds terugkerende thema’s in haar teksten.

De energieke woede en directheid van haar vroegere werk maken langzamerhand plaats voor een meer subtiele en poëtische manier van schrijven en muziek maken. In 2001 brengt ze met de dubbel-cd Revelling/Reckoning haar meest volwassen album tot nu toe uit. Het album wordt gekenmerkt door een introspectieve blik. Waar de teksten op voorgaande cd’s vooral een aanklacht waren tegen een ieder die haar belemmerde op haar pad, beginnen de eens zo duidelijke scheidslijnen tussen goed en fout nu te vervagen. En dan blijkt dat ze zelf ook niet altijd aan de goede kant staat. In het nummer Sick of Me zingt ze tot haar geliefde: «I took to the stage with my outrage, in the bad old days, when you were the make-me-mad-guy. But the songs, they come out more slowly now that I am the bad guy.» Op Revelling/Reckoning trekt DiFranco voor het eerst haar eigen positie als Righteous Babe in twijfel.

Waar ze echter niet aan twijfelt zijn haar politieke standpunten. Het is eerder zo dat DiFranco’s wereld groter lijkt te zijn geworden en dat daarmee ook haar politieke visie is gegroeid. Het feministische adagium dat het persoonlijke politiek is, wordt door DiFranco nu omgedraaid, waarmee de politiek persoonlijk wordt, en daarmee onontkoombaar: «And the mighty multinationals have monopolized the oxygen, so it’s as easy as breathing for us all to participate» (Your Next Bold Move, 2001). Had ze in 1991 nog een afkeer van «the politics that fit between the headlines», nu richt ze haar pijlen op Bush, de oorlog, de wapenindustrie, de toenemende macht van multinationals en de consumptiemaatschappij. DiFranco wil haar luisteraars bewust maken van hun zeggenschap over de dingen waarvan iedereen lijkt te denken dat ze er toch niets aan kunnen doen. Want, citeert ze de woorden van Alice Walker: «The most common way people give up their power is by thinking they do not have any.»

En dus roept ze haar luisteraars op om politiek actieve, betrokken burgers te worden. DiFranco geeft daarbij zelf het goede voorbeeld. In het najaar was ze een van de deelneemsters aan de Amerikaanse Vote Dammit-tournee, waarbij de muzikanten mensen opriepen hun stem uit te brengen in de presidentsverkiezingen. De herverkiezing van Bush is een grote teleurstelling voor DiFranco. Maar waar ze het meest teleurgesteld in is, zijn de mensen die helemaal niet zijn gaan stemmen: «Die zogenaamde recordaantallen mensen die bij deze verkiezingen gestemd hebben, vormen maar zestig procent van de bevolking. En dat is dus nog steeds geen democratie. Al die mensen die gedesillusioneerd hun kop in het zand steken hebben ons precies gebracht waar we nu zijn. Omdat we nooit hebben geprobeerd echt te participeren en een democratie te verwezenlijken vind ik niet dat we het idee af moeten schrijven. Het is ironisch, want het is een herinvestering van geloof in de regering die ons uit de huidige regeringscrisis zal kunnen trekken.»

DiFranco staat hiermee ineens midden in de maatschappij die ze bekritiseert. Naast haar betrokkenheid bij de Vote Dammit-campagne was ze prominent aanwezig bij de March for Women’s Lives in Washington, bracht ze een bezoek aan Birma en Thailand, waar ze met activisten en ex-politieke gevangenen sprak en speelde ze mee op benefiet-cd’s tegen de oorlog. Ze richtte de Righteous Babe Foundation op, die verschillende grassroots-campagnes en actiegroepen ondersteunt. Op haar website staat informatie over allerlei politieke organisaties die actief zijn op het gebied van pro- choice, onafhankelijke media en tegen de doodstraf.

In haar oproep om mensen naar de stembus te krijgen heeft DiFranco steeds benadrukt dat het niet alleen om deze verkiezingen gaat: «Ik hoor iedereen steeds maar praten over november, dan gaan we allemaal de straat op om te stemmen. Maar het gaat helemaal niet om november, het gaat om van-nu-af-aan. Je moet je levenshouding veranderen en een actieve burger worden.» En dat zou ook wel eens het voordeel kunnen zijn van de herverkiezing van Bush, denkt DiFranco: «Als Kerry had gewonnen, was iedereen weer achterover gaan leunen, waardoor we uiteindelijk alsnog genaaid waren. We krijgen nu nog vier jaar crisis en zullen dus zelf de lijnen moeten trekken, al was het maar om te overleven.»

Terwijl Ani DiFranco oproept tot actieve politieke betrokkenheid hebben haar fans het vooral druk met het verzamelen van bootlegs en het uitwisselen van nieuwtjes over hun heldin. «Some chick says thank you for saying all the things I never do, I say the thanks I get is to take all the shit for you. It’s nice that you listen, it would be nicer if you joined in», bijt DiFranco haar fans toe in het nummer Face Up and Sing (1994). Wat opvalt bij het bekijken van de onlangs uitgekomen live-dvd Trust zijn de gelukzalige gezichten in het publiek, de instemmend knikkende fans die geestdriftig alle nummers meezingen. Dit lijkt niet de participatie die DiFranco voor ogen heeft. Haar fans zeggen zich te herkennen in haar openhartige teksten en dankbaar te zijn voor de manier waarop DiFranco hun gevoelens heeft weten te verwoorden met een poëtische zeggingskracht die voor henzelf niet haalbaar is. Maar hoe ironisch is het dat DiFranco’s strijd voor betrokkenheid en onafhankelijkheid daarmee oplost in een soort universeel vrouwelijk gevoel waarvan zij als spreekbuis wordt benoemd. Terwijl DiFranco zoekt naar de juiste woorden om haar complexe gevoelsleven en politieke overtuiging weer te geven, worden deze unieke woorden door haar fans klakkeloos meegezongen in een koor vol bewondering. En terwijl DiFranco oproept tot strijd en laat zien dat alles mogelijk is als je er maar voor vecht, vinden haar fans het al getuigen van genoeg feministisch activisme als ze zoveel mogelijk cd’s van hun idool in de kast hebben staan. Ani DiFranco is daarmee een heldin tegen wil en dank. In 1992 zong ze: «I hope somewhere some woman hears my music and it helps her through her day.» Dit is al lang niet meer genoeg. De wereld moet ook nog ver beterd worden.