Helemaal zelf

Bij Edgar Fernhout wringt de tegenstelling figuratief/abstract. Met dank aan ma Toorop en oom Mondriaan kwam hij tot In herfst.

Het uiterst verstilde, late schilderij In herfst van Edgar Fernhout (1912-1974) hangt, bijna als sleutelstuk, in de aan zijn werk gewijde tentoonstelling in Arnhem. In bewoordingen als verstild of misschien ook beschouwelijk werd er in de tijd van zijn ontstaan over gesproken. In die jaren waren andere kunstenaars in Nederland al tot andere en misschien doortastender formuleringen van abstractheid gekomen. Denk aan de witte reliëfs van Jan Schoonhoven, van dezelfde generatie als Fernhout, maar ook aan het werk van jongeren als Peter Struycken, Jan Dibbets of Bob Bonies. In hun ontwikkeling zat een logica: het moest nu eenmaal die kant uit. Tegenover hun loepzuivere helderheid die ogenschijnlijk nauwelijks aarzelingen kende, stonden de trage schilderijen van Fernhout, die echter adembenemend waren omdat je in die tastende manier van schilderen zag dat hij niets zomaar wilde aannemen. Een kwestie van een stug karakter.
Zijn moeder was Charley Toorop (1891-1955) en toen hij midden jaren twintig ook zelf begon te schilderen volgde zijn werk gemakkelijk de strakke realistische stijl van zijn moeder. Charley was ook nauw bevriend met Mondriaan. Later heeft Fernhout me eens verteld van bezoeken aan Parijs, na de Eerste Wereldoorlog, en over wandelingen daar met Oom Piet. Hoewel er dus in zijn onmiddellijke omgeving een ander voorbeeld was voor de gevoelige jongen die schilder wilde worden, was Mondriaan als beginpunt een stap te ver. Wel was zijn vroege realistische werk al veel lichter van toets dan dat van zijn moeder. Het oppervlak, hoewel in olieverf, werd soms zo transparant als aquarel. In de loop van de jaren vijftig, toen ook de onderwerpen allemaal landschappelijk werden, werd de toets nog dunner. Het strikte realisme van Charley was steeds gericht geweest op het formuleren van solide vorm en gewicht. Het was strak getekend. In haar latere jaren begon ze meer beweeglijke schildering toe te laten, zoals in het prachtig kloeke schilderij Oude bloeiende appelboom. Daarin fungeert de knoestige vertakking van de boom als drager voor een rijke vertoning van gekruld geschilderde sappige bloesems. De achtergrond is blauwe lucht, en onderin wordt de sierlijke wisselwerking tussen bloem en lucht (die de ritmiek van het schilderij bepaalt) als vanzelfsprekend voortgezet in een eigenlijk abstract wit-blauw patroon, een praktische manier om het ding tot een goed einde te brengen.
Intussen was de tegenstelling tussen figuratief en abstract (toen acuut geworden, zoals in CoBrA) ook in de kunst van Fernhout gaan wringen. Aan de bloesems van Charley kun je zien dat de buiging van de penseelstreek de krulling van de blaadjes volgt. Al schilderend bleef zij dus naar het voorbeeld kijken. Haar zoon daarentegen vond in de jaren vijftig een dunne vlakke toets, vlekkerig en bevend, die het hem mogelijk maakte om over de contouren van vormen of, in bijvoorbeeld een zeegezicht, de bewegingslijnen van golven heen te schilderen – en zo vormen subtiel in elkaar te verweven en tegelijkertijd de tussenruimtes open te houden. Uitgangspunt voor een landschap bleef de waarneming, maar het doel was zoiets als de sensatie van landschap te vinden: licht, kleur, ruimte, atmosfeer, ritme. Zo tastend en zoekend kwam hij bij een schilderij als In herfst. Je kunt zien dat Oom Piet hem al die jaren al parten speelde. Maar Fernhout was een kunstenaar van een uitzonderlijke eerlijkheid, tegenover zichzelf en tegenover het proces van kunst maken. Ineens abstract gaan schilderen en een nieuwe stijl adopteren was voor hem ondenkbaar. Je moest een formulering zelf ontdekken, al het andere was slap en frivool. Die strengheid voor zichzelf maakte hem ook tot een gewetensvol leermeester van jonge kunstenaars.
De toetsen geel, wit en hier en daar lichtblauw verschijnen in In herfst in een wat zwervend ritme. Je kunt aan van alles denken maar ik zie, ver weg, bladeren in de herfst in een ijl, dwarrelend licht. Dit beeld is echter zo algemeen dat het in Fernhouts hoofd slechts een herinnering was. Het is ook geen beeld van de herfst, zei hij, maar meer een gevoel en daarom heet het IN herfst. Ik bezocht hem in z’n atelier toen het schilderij langzaam ontstond en kon vaststellen dat hij, zogezegd, niet meer naar buiten keek maar alleen nog, van steeds dichterbij, naar het doek. Toets na toets is neergezet, dan weer zijn die toetsen geretoucheerd, zodat verhoudingen tussen kleuren veranderden of de ritmiek der toetsen. Dat ging eindeloos zo door. Daar hangt het ijle weefsel van toetsen dan aan elkaar, in de open ruimte van het vlak, en overal is er die onnavolgbare trilling. Hij was, zei hij, in de buurt gekomen van een bijna abstract schilderij dat hij helemaal zelf gevonden had, zoals het hoorde.

PS De sprong is gemaakt: Edgar Fernhout modernist. Expositie tot 14 februari in Museum voor Moderne Kunst, Arnhem. Voor een mooi zaaltje Toorop: Museum Kröller-Müller, Otterlo