18 februari 1922 – 13 augustus 2012

Helen Gurley Brown

Ze was hoofdredacteur van Cosmopolitan en maakte het blad groot. Haar lezeressen hield ze voor dat ze van alle werelden het beste konden hebben: succes in het werk en succes bij de mannen. Als zij het kon, dan kon iedereen het.

Met het gedachtegoed van Helen Gurley Brown, schrijfster van de wereldwijde bestseller Sex and the Single Girl (1962) en hoofdredacteur van het onder haar leiding immens populair geworden tijdschrift Cosmopolitan, die op 13 augustus op negentigjarige leeftijd overleed, heb ik altijd een prikkelende haat-liefde-verhouding gehad. Meestal overheerste de liefde trouwens, want ik las haar boek toen ik een jaar of twintig was en voelde me wel degelijk aangesproken door haar montere stelling dat meisjes/vrouwen net zo goed recht hadden op een bevredigend en afwisselend seksleven als jongens/mannen, en dat wij meisjes daarmee beslist niet hoefden te wachten tot we goed en wel getrouwd waren. Dat was toen nog iets opzienbarends, van mijn moeder had ik dat nooit te horen gekregen.

Mijn ouders spraken überhaupt niet over seks, behalve in onbegrijpelijke terzijdes, die mij niettemin de indruk gaven dat seks een mijnenveld was dat je maar beter kon vermijden. Op de overtreding van dat gebod stond namelijk straf, in de vorm van een ongewenste zwangerschap, en als een meisje dat lot eenmaal over zichzelf had afgeroepen, werd ze verbannen naar een oord dat elke voorstelling tartte: het Tehuis voor Gevallen Vrouwen. Ik studeerde in Amsterdam en fietste er regelmatig langs: Huize Lydia, een somber, duister ogend pand op het Roelof Hartplein, waar je nooit iemand in of uit zag gaan.

Oppassen was dus de dringende boodschap die meisjes van mijn generatie nog net hebben meegekregen, op het eind van de jaren vijftig. Maar dat was verwarrend, want de sixties kwamen er al aan, met inbegrip van de Seksuele Revolutie, en die decreteerde nu juist een seksuele moraal die in alles het tegenovergestelde was van het oude vertrouwde ‘oppassen’, namelijk anything goes! Seks werd toen ineens getransformeerd van levensgevaarlijk oorlogsgebied tot een waar pretpark voor verlichte, creatieve geesten die in seks nu juist de perfecte remedie meenden te hebben gevonden tegen alle kwaad. Make love, not war.

En om het allemaal nog een slagje ingewikkelder te maken rolde de tweede feministische golf toen ineens onstuitbaar over Amerika en Europa, en die stond wantrouwig tegenover de rol die mannen speelden in dat zogenaamd ‘bevrijde’ seksuele verkeer. Zoals Anneke van Baalen, een van de radicale feministische voorloopsters het eens cynisch uitdrukte (ik parafraseer): het valt niet mee om je in seksueel opzicht onafhankelijk en vrij te ontplooien als nee zeggen betekent dat je een trut bent, en ja zeggen dat je een slet bent.

Het is de verdienste van Helen Gurley Brown dat ze zich van dat soort feministische muizenissen nooit iets heeft aangetrokken, en ook de behoudende burgermansmoraal vrolijk aan haar laars lapte. In haar eerste hoofdartikel voor Cosmo in 1965 – Step into my parlor – schreef ze meteen uitnodigend dat ze haar lezeressen beschouwde als grown-up girls, die geïnteresseerd waren ‘in alles wat ze een rijker en opwindender leven kon geven, gevuld met plezier en vrienden, en bekroond door de liefde van een man’. Want dat de liefde van een man voor de meeste vrouwen van levensbelang blijft, hoezeer ze ook op eigen kracht schitteren in een carrière, is een praktische levenswijsheid die ze nooit uit het oog verloor. En daar heeft ze zelf ook naar geleefd, door op 37-jarige leeftijd, gewapend met alle verleidelijke parafernalia van haar bestsellerstatus, een man in de wacht te slepen die aan al haar emotionele en materiële eisen voldeed: David Brown, een succesvolle filmproducer, die niet weinig geïmponeerd was door haar onafhankelijke uitstraling en flamboyante Mercedes sportauto. Hij was de ultieme dreamboat, zoals dat in haar boeken heet, en ze verbloemt niet dat zijn (letterlijke!) vermogen om haar bontjassen en diamanten te schenken beduidend heeft bijgedragen aan zijn aantrekkingskracht. Golddigger vond ze geen scheldwoord, integendeel.

Dat schaamteloze materialisme, om niet te zeggen ordinaire opportunisme, waarbij de vrouwelijke seksualiteit wordt ingezet om een wit voetje te halen bij de baas, of om een rijke echtgenoot te strikken, is haar kwalijk genomen door feministen als Kate Millett, die nog eens een sit-in heeft georganiseerd op de burelen van Cosmo, om te protesteren tegen deze ‘objektivering van de vrouw’. Zelf heeft ze er nooit een geheim van gemaakt dat ze zich als slim maar straatarm kind uit Little Rock omhoog heeft geneukt om te ontsnappen aan een baantje als stenotypiste, en dat ze al haar minnaars heeft gebruikt als evenzovele suikeroompjes en bruikbare kruiwagens. Flirten met het management vond ze een zeer acceptabele strategie om hogerop te komen. En wie zegt dat de vrouw daar altijd het slachtoffer van wordt?

Haar credo was dat mannen er zijn om te imponeren en/of om mee te trouwen, en als je de man van je keuze had gevonden, dan was het zaak om heel stevig je klauwen in hem te slaan. Niet in de laatste plaats door hem te bedienen met wilde seks – wherever and however he wants it. Altijd op voorwaarde dat je daar zelf ook van genoot natuurlijk. Want dat is het dubbele van haar boodschap: ‘echt vrouwelijk’ zelfvertrouwen en onafhankelijkheid sluiten bij haar altijd een dubbelzinnig verbond met de dienstbaarheid en seksuele behaagzucht die ze eveneens ‘echt vrouwelijk’ vond. Die paradox was haar zwakte én haar kracht: wat ze haar lezeressen voorhield was dat ze van alle werelden het beste konden hebben, succes in het werk en succes bij de mannen. Als zij het kon – that mousey little girl from Arkansas – dan kon iedereen het.

Het is een intellectuele erfenis waar je nogal wat vraagtekens bij kunt zetten, maar die niet gedateerd is, want de getroebleerde personages uit series als Sex and the City blijken nog steeds te kampen met dezelfde dilemma’s. Ik denk dat Carrie Bradshaw, met al haar twijfels, nog het dichtst in de buurt komt van wat Helen Gurley Brown voor ogen stond: verdien eerst genoeg geld om je eigen Manolo Blahniks te kunnen kopen en ga er dan resoluut vandoor met Mister Big, voor een luxueuze honeymoon in Parijs.