Helen suzman ‘de apartheid is nog steeds in beton gevat’

Helen Suzman, In No Uncertain Terms. Uitgeverij Sinclair-Stevenson, ca. f 70,-
Ze trotseerde Verwoerd, Vorster en Botha en was dertien jaar lang het enige Zuidafrikaanse parlementslid dat zich verzette tegen apartheid. Nu is ze prominent lid van de Onafhankelijke Verkiezingscommissie. De 76-jarige Helen Suzman publiceerde onlangs haar politieke memoires. Een gesprek met het geweten van Zuid-Afrika. Over oude vrienden als Winnie Mandela en Mangosuthu Buthelezi. En over haar onverminderde afkeer van sancties: ‘De operatie is geslaagd, maar de patient is overleden.’

JOHANNESBURG - ‘Onze Thatcher, maar dan met humor’, wordt ze wel genoemd en qua verschijning lijkt ze wel enigszins op de Britse ijzeren dame. Ze opent zelf de deur van haar ruime landhuis in een welvarende buitenwijk van Johannesburg. Het is de enige residentie aan de door hoge hekken geflankeerde weg waarvan de poort gewoon openstaat.
Ze schenkt de door de dienstbode binnengebrachte thee, terwijl ze geamuseerd luistert naar de kritiek op haar memoires van Donald Woods (wiens vlucht uit Zuid-Afrika in Cry Freedom is verfilmd): Suzman zou te mild zijn geweest en bepaalde dingen hebben weggelaten, schrijft Woods in zijn recensie van Suzmans In No Uncertain Terms. Ze zou niet hebben gemeld dat de parlementsvoorzitter H.J. Klopper haar alleen maar zo welgezind was omdat hij smoorverliefd op haar was.
'O, dat is Donald weer’, lacht Suzman. 'Van verliefdheid was geen sprake. Wat voor kans had hij ook: Klopper was een oude vent met een baard. Maar hij vond me aardig, hij vond dat ik goed werk deed en een gewetensvol parlementarier was. Hij liet dat ook merken. Klopper trok me voor, hij gaf me meer spreektijd tijdens debatten dan enig ander kamerlid.’
Jarenlang was Klopper de enige bondgenoot die ze had in het door de Nationale Partij (NP) beheerste parlement, waarin ze van 1953 tot 1989 zitting had. Als liberaal lid van de United Party (UP), en later van de Progressive Federal Party, een afsplitsing van de UP, was haar hoge stem veelal de enige in het parlement die zich verhief tegen zaken als gedwongen verhuizingen van zwarten en kleurlingen.
Toen ze zich in 1964 verzette tegen een wet die het in de steden werkzame zwarten praktisch onmogelijk maakte hun gezin te laten overkomen, vergeleek een NP'er haar met 'een krekel in een boom op de droge savanne: zijn getjilp maakt je doof, maar blijft hetzelfde, jaar in jaar uit.’ Een andere keer deed haar kritiek een NP'er denken aan 'het geklater van de regen op een tinnen dak’. Dat waren nog de vriendelijkste kwalificaties. Suzman is in het parlement uitgemaakt voor verrader, handlanger van terroriste - toen ze zich verzette tegen de terrorismewet, een vrijbrief voor mensenrechtenschendingen - en zelfs voor moordenaar. Op 6 september 1960, de dag dat een geestelijk gestoorde klerk Hendrik Verwoerd doodschoot in het parlement, kwam P./W. Botha, toentertijd minister van Defensie, briesend op haar af: 'Jij hebt dit gedaan, jullie progressieven. Jullie stoken de mensen op. We zullen jullie wel krijgen, jullie allemaal!’ Haar repliek was typerend: 'Ik verwacht van u dat u uw zelfbeheersing bewaart. U bent de man achter de wapens, u bent minister van Defensie. De dag dat u uw zelfbeheersing verliest, is een droevige dag voor ons allen.’
P.W. Botha heeft haar tijdens haar hele parlementaire carriere het leven zuur gemaakt: eerst als minister van Coloured Affairs, daarna als minister van Defensie en vervolgens als premier en president. Suzman: 'Van alle leiders die ik heb meegemaakt, gedroeg Botha zich het smerigst. was Vorster de slimste, maar Verwoerd de ergste. Hij had immers het apartheidssysteem bedacht, hij dacht dat hij een goddelijke opdracht vervulde. Hij was in Nederland geboren maar hij gedroeg zich Afrikaanser dan de blanke Afrikaners, wat je wel vaker ziet bij bekeerlingen. Maar niemand was zo nasty als Botha.’
Botha werd ruim vijf jaar geleden door De Klerk opgevolgd en leeft nu afgezonderd en verbitterd in zijn huis aan de kust. 'Hij zit nu met zijn emmer en schepje te spelen aan het strand’, lacht Suzman, zonder enig mededogen.
Ondanks de minachting waarmee ze in het parlement werd bejegend, werd de 'geachte afgevaardigde van Houghton’ - Suzmans kiesdistrict - niet in haar activiteiten belemmerd. 'De Nationale Partij is altijd een partij geweest met een groot respect voor het parlement’, zegt ze. 'Dat is ook wel verklaarbaar: de partij heeft een calvinistische achtergrond, de leden hebben respect voor autoriteit, je eert je ouders en als vrouw respecteer je je man - waar ik natuurlijk fel tegen was. Wie als gekozen lid in het parlement kwam, viel hetzelfde respect ten deel als het instituut zelf had. De Nats (de politici van de Nationale Partij - mdb) behandelden me wel op een vuile manier, maar ik was ook vrij grof tegen hen, dus dat maakte niet zo veel uit.’
Toen bijvoorbeeld het NP-lid Sannie van Niekerk zich uitsprak voor rassenscheiding en als reden opgaf 'dat het me niet aanstaat dat als ik naar een museum ga een of andere onbekende zwarte tegen me gaat zitten opvrijen’, reageerde Suzman dat Van Niekerk het kennelijk geen probleem vond als een onbekende blanke man zich aan haar opdrong. Suzman: 'Ondanks dit soort voorvallen was er een zeker respect. En ach, ze hadden het parlement toch geheel onder controle.’
ANC-leider Nelson Mandela, die tijdens zijn gevangenschap vaak bezoek kreeg van Suzman, schreef het voorwoord van In No Uncertain Terms. Hij looft daarin Suzmans verzet tegen de apartheid, 'zonder te willen goedpraten dat ze het Zuidafrikaanse parlementaire systeem gebruikte’. 'Ik weet wel wat hij daarmee bedoelt’, zegt Suzman. 'Veel activisten in het ANC vonden dat ik het voor blanken gereserveerde parlement een schijn van legitimiteit verschafte door erin plaats te nemen. Tegelijkertijd waren ze erg blij met mijn aanwezigheid. En maakten ze gebruik van de toegang die ik had tot gevangenissen. Ik was in staat de leefomstandigheden te verbeteren van gevangenen, vooral op Robbeneiland. Natuurlijk werd voor mijn komst vaak snel het een en ander verbeterd - ik was niet zo naief dat ik dat niet doorhad. Maar de verbeteringen werden lang niet allemaal weer teruggedraaid als ik weg was.’
Last van het dilemma een burgemeester in oorlogstijd te zijn heeft ze nooit gehad dat het enorm belangrijk was om iemand in het parlement te hebben die de wereld kon tonen wat er gebeurde. Ik maakte daarvoor gebruik van de parlementaire pers, waarvan zeker de Engelstalige kranten op mijn hand waren. Door de vragen die ik stelde, de toegang die ik had tot hooggeplaatste functionarissen, tot gebieden waarheen mensen waren gedeporteerd, verkreeg ik veel informatie die anders verborgen was gebleven.’
Spijt heeft ze maar van twee dingen: dat ze de NP nooit voor de rechter heeft gesleept toen bleek dat haar telefoon werd afgeluisterd. En ook dat haar partij jarenlang van mening was dat er gekwalificeerd stemrecht moest komen in Zuid-Afrika: alleen mensen met een bepaalde basisopleiding zouden mogen kiezen. 'Pas in 1978 accepteerden we one man, one vote als het meest wenselijke systeem. Het kostte ons twintig jaar om zo ver te komen, daarvoor dachten we allemaal dat de stap van helemaal geen stemrecht voor zwarten naar volledig stemrecht te groot zou zijn. Als ik eraan terugdenk, begrijp ik dat niet meer. Hoe kun je mensen met te weinig opleiding verbieden te gaan stemmen, vooral als ze geen kans hebben gehad een opleiding te volgen?’
Nadat Suzman in 1967 weer eens voor meer rechten voor zwarten had gepleit in het parlement, kwam minister Carel de Wet op haar af. 'Je moet wel gek zijn, Helen. Als we uitvoeren wat jij voorstelt, wat denk je dan dat met je kinderen gebeurt?’ 'Carel’, antwoordde ze, 'als je andere mensen geen rechten geeft, zul je geen kinderen hebben die van de voorrechten kunnen profiteren die jij nu geniet. Ze zullen niet meer leven.’ Waarop hij zei: 'Onzin, we kunnen de situatie handhaven voor mijn generatie en voor die van mijn kinderen, en wie kan het schelen wat daarna komt?’
Suzman nu: 'De Wet was een van die egoisten die het niet kon schelen wat er na hen kwam. Maar het was waar dat de Nats het vermoeden hadden dat het systeem niet eeuwig zou duren. Zolang ze de macht hadden, zouden ze die echter niet opgeven. Maar ik moet eerlijk zeggen dat het mij verraste dat de veranderingen zo snel kwamen. Want volgens mij had de regering de apartheid nog heel lang in stand kunnen houden, mits ze leger en politie maar achter zich bleven houden. Maar De Klerk achtte zich kennelijk niet meer in staat de massale protesten in te dammen. Dat, en de internationale sancties, hebben het proces op gang gebracht.’
Op het punt van de sancties heeft Suzman altijd een ander standpunt ingenomen dan organisaties als het ANC en andere bestrijders van de apartheid. Suzman: 'Ik wist dat sancties tot enorme werkloosheid zouden leiden, want veel van onze exportindustrie was arbeidsintensief. Als je die markten verliest, raken velen hun baan kwijt. Ik heb dat zien gebeuren, vooral in de agrarische sector. De werkloosheid is nu enorm, de economische groei is al tien jaar nihil terwijl de bevolking jaarlijks met drie procent groeit. Ik ontken niet dat de sancties de afschaffing van de apartheid hebben versneld, maar de prijs is erg hoog geweest. Hoe origineel de uitdrukking ook is, ze drukt uit wat ik vind: de operatie is geslaagd, de patient is overleden.’
De Klerk nam met zijn hervormingen in feite het partijprogramma over van de Democratic Party, in 1989 ontstaan na een fusie van Suzmans Progressive Federal Party met twee kleine geestverwanten. 'Jazeker, tot op zekere hoogte heeft de NP dat inderdaad gedaan’, zegt Suzman. 'Ze hebben de wetten afgeschaft waartegen we dertig jaar hebben gevochten. Ik vind dat niet erg, het gaat er om dat ze zijn afgeschaft, niet wie dat op zijn conto mag schrijven. Maar het is erg tragisch dat het niet dertig jaar eerder is gebeurd, dan hadden we het zoveel gemakkelijker gehad. De apartheid is nu in beton gevat. Zwarten voelen nog dagelijks de gevolgen ervan. Het is des te opvallender dat er nog zoveel bereidheid was compromissen te sluiten.’
De Klerk, vindt ze, doet het op dit moment slecht. 'Het Goldstone-rapport over de betrokkenheid van de politie bij het huidige politieke geweld heeft hem geen goed gedaan, al is het een bevestiging van wat we al jaren dachten. Vandaag staat weer in de krant dat de Zuidafrikaanse kerngeleerden, als ze niet een grote som geld ontvangen, met onthullingen zullen komen waaruit blijkt dat De Klerk altijd heeft gelogen over het Zuidafrikaanse kernwapenprogramma. Verder is het voor iedereen duidelijk dat Mandela en niet De Klerk de leiding heeft in de Uitvoerende Overgangsraad. Dat alles schaadt de Nationale Partij. De extreem-rechtse Conservatieve Partij heeft, vanuit haar standpunt geredeneerd, dan ook een grote fout gemaakt door niet aan de verkiezingen mee te doen. Want ze hadden zeker een groot percentage van de stemmen van de Nats kunnen winnen.’
Is er na de afschaffing van de apartheid nog wel een rol weggelegd voor haar Democratic Party? 'Ik hoor natuurlijk onpartijdig te zijn, nu ik lid ben van de Onafhankelijke Verkiezingscommissie’, zegt ze. 'Maar ik denk dat de Democratic Party het beter zal doen dan veel mensen denken. De partij heeft een harde kern aanhangers die nooit voor de Nationale Partij zullen stemmen, omdat de Nats te veel zonden op hun geweten hebben. Ook willen ze het ANC niet steunen, wegens zijn verbintenis met de communistische partij. Vooral dank zij de stemmen van kleurlingen, Indiers en de mensen met de hogere inkomens zullen ze zeker een aantal zetels winnen. En dat is goed. Het is belangrijk dat een oppositiepartij erop toeziet dat de rule of law wordt toegepast, ook door de nieuwe regering.’
Ook Winnie Mandela zal in het parlement plaatsnemen, nu ze na haar rehabilitatie binnen het ANC hoog op de kandidatenlijst terecht is gekomen. Suzman was goed bevriend met haar en zocht haar in de jaren zeventig drie keer op in het geisoleerde Brandfort, haar ballingsoord. Tijdens die bezoeken kwam de veiligheidsdienst 'toevallig’ langs om het huis te doorzoeken en was Suzman er getuige van hoe een 'subversieve’ beddesprei (gehaakt in de ANC-kleuren) in beslag werd genomen.
Suzman neemt het in haar boek voor Winnie Mandela op, ondanks haar veroordeling wegens betrokkenheid bij de mishandeling van vier jongens. Nog steeds praat ze met warmte in haar stem over Winnie. 'Ik heb haar een tijd niet gezien, omdat onze paden zich niet kruisten. Ik weet echter zeker dat als ik tegen haar oploop, we weer net zo gemakkelijk met elkaar omgaan als we altijd hebben gedaan. Er is een warme band tussen ons, die volgens mij niet aan sterkte heeft ingeboet. Natuurlijk keur ik de misdaad waarvoor ze is veroordeeld niet goed, noch haar vaak roekeloze uitspraken. Maar ik begrijp wat ze heeft doorgemaakt. En ik zie haar als een duidelijk slachtoffer van de apartheid. Sommige mensen zijn bang dat ze, als ze straks in het parlement komt, opnieuw onverstandige dingen gaat zeggen. Maar ze is ook weer niet achterlijk. Ze is goed opgeleid en sociaal werkster van beroep. Ze zal zeker haar nut hebben in het parlement. En als ze daar eenmaal zit, en ze heeft die status, dan gaat ze zich er misschien ook naar gedragen.’
Een andere 'oude’ vriend van haar, en op dit moment meer omstreden dan Winnie, is Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi, die doet wat hij kan om de verkiezingen te dwarsbomen. 'Buthelezi is erg veranderd’, zegt Suzman. 'Toen ik hem leerde kennen, begin jaren zeventig, was de regering tegen hem en was hij bij het ANC juist populair. Hij werd premier van het zelfregerende thuisland Kwazulu met goedkeuring van het ANC, dat het belangrijk vond een bondgenoot te hebben op zo'n belangrijke positie. Maar na 1972 keerden ze zich tegen hem. Ze scholden hem uit voor marionet van het apartheidsbewind, waarna hij erg verbitterd is geraakt.
Hij deed ook domme dingen: hij nam regeringsgeld aan voor zijn vakbonden en partijmanifestaties en hij verbond zich met extreem-rechts. Maar het ANC had hem misschien binnenboord kunnen kouden als ze hem anders hadden benaderd en hem als held van het volk hadden geportretteerd. Buthelezi heeft toch maar geweigerd Kwazulu geheel onafhankelijk te laten verklaren, waarna ook andere Bantustans dat weigerden. De regering kon daardoor haar hoofddoel niet bereiken: allemaal thuislanden stichten, zodat de zwarten het Zuidafrikaanse staatsburgerschap zouden verliezen en Zuid-Afrika een blanke meerderheid zou krijgen, statistisch gezien. Maar het ANC heeft Buthelezi daarvoor nooit de eer gegund die hem toekomt.’
Onlangs bracht Suzman, samen met de andere vijftien leden van de Onafhankelijke Verkiezingscommissie, een bezoek aan Ulundi, de hoofdstad van Kwazulu. De voorzitter van de commissie, rechter Kriegler, sprak de wetgevende vergadering toe, maar werd uitgejouwd door de parlementariers die hem verweten uit te zijn op de omverwerping van Kwazulu. 'Kriegler hield de redes, en hij kreeg al het boegeroep over zich heen. Ze waren het duidelijk met niets eens wat hij zei over het mogelijk maken van verkiezingen en vrije politieke activiteiten. Ik deed niet mee aan de gesprekken, ik heb alleen enkele minuten gepraat met Buthelezi, vanwege onze oude vriendschap. Hij was erg warm tegen me, hij zei hoe blij hij was me te zien.’
Zijn standpunten deelt ze echter niet. 'Uitstel van de verkiezingen, wat hij wil, is echt onhaalbaar. Het land is nu in de ban van de verkiezingen, en die moeten doorgaan. De regering moet de mensen in Kwazulu die willen gaan stemmen, bescherming bieden. Wij als commissie hebben weinig macht, we kunnen alleen bemiddelen bij conflicten, en zelfs dat is vaak moeilijk.’
Suzman is een van de bekendere leden van de Verkiezingscommisie, die zich overigens vooral toelegt op 'voters education’, 'verkiesingsopvoeding’: voorlichting over de verkiezingen van eind deze maand. Ze figureert in de tot vervelens toe herhaalde televisiespotjes waarin de commissie verzekert dat de verkiezingen eerlijk zullen verlopen. 'Ik had nooit ja moeten zeggen’, zegt Suzman. 'Het is belangrijk werk, interessant, maar het kost veel te veel tijd. Mijn huis valt uit elkaar en ik heb geen vakantie gehad: om de haverklap is er weer ergens een crisis waar we op af moeten.’ Ze somt een rij plaatsen op waar ze de laatste weken is geweest. 'Het is een baan die je dag en nacht bezighoudt’, zegt ze. 'En ik word eerder moe - ik ben negen maanden ouder dan Mandela. Ik ben ook niet meer zo scherp als vroeger, ik herinner me sommige dingen niet zo goed meer. Tja, er beginnen zich kleine tekenen van seniliteit beginnen te manifesteren…’
Het weerhoudt haar niet van de voorbereiding voor een volgend boek, waarin ook een deel van de recente geschiedenis van Zuid-Afrika wordt vastgelegd. 'Dat boek zal minder gaan over wat in het parlement is gebeurd en meer over mijn contact met de mensen daarbuiten, onder meer aan de hand van de honderden brieven die ik kreeg. Ik antwoordde iedereen, soms zat ik zelfs een anonieme brief te beantwoorden, om pas later te merken dat ik hem nergens naar toe kon sturen.’
Op de dag van het interview meldt de Sunday Times dat Suzmans boek een van de dertig titels is die genomineerd staan voor de jaarlijkse Alan Paton-prijs, genoemd naar de bekende schrijver die in 1974 ooit samen met Suzman kandidaat stond voor het voorzitterschap van de Witwatersrand Universiteit. Suzman doceerde daar economische geschiedenis. Joe Slovo, de leider van de Zuidafrikaanse communistische partij en hoog genoteerd op de ANC-kandidatenlijst, was een van haar studenten. 'Ach, ik zal hem niet krijgen’, zegt ze over de Paton-prijs. 'Het boek was geen bestseller, al is de eerste druk inmiddels uitverkocht. Toch heeft het een zekere waarde. Het boek bevat een deel van de politieke geschiedenis, die veel van het dagelijks leven hier bepaalde. Ik denk dat het mensen herinnert aan dingen die ze liever vergeten. Want over twee jaar zal je erg hard moeten zoeken voor je iemand vindt, blank of van een andere huidskleur, die zal toegeven dat hij de apartheid steunde.’