Hellup! hellup!

Stadgenoten, mijn verontschuldigingen! Dat was ik, die vannacht door de straten zwierf en om hulp heb geroepen. Jullie deden er verstandig aan mij te negeren, want ik was toch niet bij machte mijn problemen te verwoorden. Ik voelde mij plotseling verwant aan de staatsman Churchill en de wetenschapsman Kuiper, die ik overigens alleen uit de advertenties over depressiviteit ken.

Wat hadden deze mensen gemeen? was de vraag. Aangezien ik niet meer jong ben, en over een vrouw noch baan beschik, voelde ik plotseling de aandrang ergens bij te horen. Desnoods bij die een op vijf depressieve Nederlanders die onze natie schijnt te tellen.
Vier voor vier was het spelletje uit. Dat weet ik op de seconde af, want dat was precies het moment dat ik in elkaar werd geschopt door een half dozijn voetbalverslaafden. Ik ben behoorlijk bij de tijd, omdat de aanvoerder van het stel, de drielingbroer van de beide De Boertjes, op mijn horloge is gaan staan.
Het deed mij denken aan de tijd dat mijn vader mij over de knie legde nadat ik voor de grap in het pierebadje ‘hellup, hellup!’ had geroepen.
Stadgenoten, ik heb m'n lesje geleerd. Ik beloof: nooit zal ik het meer doen. Mocht ik vannacht zo'n noodkreet slaken, aarzel geen moment, red me, want dan is het bittere ernst.