THEATER Holland Festival kroniek (3)

HELS EN FIJNZINNIG

Niet vernieuwend genoeg, dat is het kritische oordeel van de Amsterdamse Kunstraad over het Holland Festival. Allure heeft het festival wel. Dat is ook zeker dit jaar het geval, met klappers als Saint François d’Assise, La commedia en Quartett. Of het klopt dat het festival in zijn geheel niet vernieuwend genoeg is, kan ik nog niet helemaal beoordelen.
De voorstellingen uit de tweede week van het festival riepen vooral veel vragen en discussie op. Bijvoorbeeld een sterke Richard III van het Sulayman Al-Bassam Theatre uit Koeweit; is het alleen maar Shakespeare in een Arabisch jasje, is het versluierd de geschiedenis van Saddam Hoessein, of is het een scherpe kritiek op het westerse imperialisme? Veel discussie na afloop. Loek Zonneveld heeft misschien het antwoord (zie hiernaast).
Discussie ook na De Monstruos y Prodigios van Teatro de Ciertos Habitantes uit Mexico. Het is een vrolijke, groteske en aanstekelijk gespeelde geschiedenis van 250 jaar zoetgevooisde castraten, hun opkomst, bloei en neergang. Ik zag er ook nog iets anders in: hoe de Franse Revolutie en het rationalisme een einde maakten aan een tijd van wonderlijke, monsterlijke en mythische figuren, zoals centaurs, Siamese tweelingen, Azteken en ook castraten. Het mes waarmee de jongetjes werden gecastreerd wordt nu gebruikt om Siamese tweelingen te scheiden en centaurs te ontpaarden, en er ontstaat een nieuwe mythe: Napoleon Bonaparte.
Ayre van de Argentijnse componist Osvaldo Golijov riep weer heel andere vragen op. Hij bouwde elf verschillende liederen om tot een prachtig muziekstuk. Is het uiteindelijk fraai geïnstrumenteerde kitsch of is het een geslaagde en meeslepende multiculturele compositie? De fenomenale Amerikaanse sopraan Dawn Upshaw zong prachtige Sefardische, Jiddische, Arabische en Zuid-Amerikaanse melodieën.
Eenvoudiger is het met het fijnzinnige WeerSlechtWeer van Peter Missotten (Filmfabriek en Toneelhuis uit Antwerpen), naar The Waste Land van T.S. Eliot uit 1922. Twee jongens zitten in een diepe, trechtervormige put waar een laag water in staat en waar het bovendien voortdurend op hen regent. Europa na de Tweede Wereldoorlog of vóór de Derde, wat maakt het uit? Jonge jongens verdrinken in het water of in hun eigen wanhoop. Het enige hoopvolle? Missotten: ‘Dat je twee jonge mensen ziet staan. Dat geeft altijd hoop.’ Een strak, zinvol, ontgoochelend gebeuren.
De meeste discussie was er na La commedia van Louis Andriessen. Er was zo veel te zien en te horen – muziek, tekst, spel, zang, film – en het was zo moeilijk dat allemaal met elkaar in verband te brengen dat iedereen iets anders had meegemaakt. Het kon een helse tocht zijn naar de hemel, een driehoeksverhouding tussen drie ongelooflijke artiesten (Claron McFadden, Cristina Zavalloni en Jeroen Willems), een Amsterdamse bouwput, een portret van een alternatief orkest als De Volharding, een parabel over hoe Lucifer in de gestalte van een criminele zakenman de maatschappij beheerst, een zoektocht naar liefde en verlossing, en dat ook allemaal tegelijkertijd. Je komt ogen en oren te kort en verlangt bijna nu al naar de concertante uitvoering over negentien jaar. Wat Louis Andriessen in ieder geval doet is een van de grote, maar in Nederland nauwelijks gelezen Europese mythes – Dante’s Divina Commedia – in verband brengen met diepe vragen van leven, liefde en dood, en met ons eigen oppervlakkige, dagelijkse leven. Met muziek die helemaal Andriessen is: hard, helder, genuanceerd en poëtisch, door, na en over elkaar.

HF-tips, nog te zien in de laatste week van het Holland Festival: Quartett van Heiner Müller, met Barbara Sukowa en Jeroen Willems, vanwege enorme belangstelling een extra voorstellingop zaterdagmiddag; Saint François d’Assise van Messiaen, nog twee voorstellingen; slotavond in Carré met La Pasión según San Marcos van Osvaldo Golijov. www.hollandfestival.nl