Anselm Kiefer

Hemel en aarde

De Duitse kunstenaar Anselm Kiefer (1945) haalde de hele mythologie en geschiedenis van Duitsland overhoop om het zwijgen van zijn landgenoten te doorbreken.

In het schilderij Icarus – Märkisches Sand (1981) heeft Icarus de gedaante aangenomen van een gevleugeld schilderspalet dat boven Brandenburg vliegt. Het palet stort echter niet, zoals Icarus, neer vanwege de zon, maar vanwege de hitte van het landschap dat door de oorlog in brand staat. Op briljante wijze laat Kiefer zien dat op Duitse bodem zó’n uitslaande brand heeft gewoed dat een Duitse kunstenaar destijds geen andere keuze had dan zich met de geschiedenis bezig te houden. Hoe graag de kunst ook autonoom en transcendent wil zijn, aan de zwaartekracht van de geschiedenis kan ook zij niet ontkomen. Samen met collega’s als Baselitz, Immendorf, Penck, Polke en Richter verwierp Kiefer daarom in de jaren zestig de heersende abstracte, puur formalistische moderne kunst. Zulke autonome kunst verwijst immers vooral naar zichzelf en hield zodoende in Duitsland slechts het grote zwijgen in stand, het taboe op het ter sprake brengen van het nazi-verleden. Dat werd pas 25 jaar na de oorlog doorbroken, toen de eerste generatie Nachgeborenen volwassen werd en historici, schrijvers, kunstenaars en cineasten vragen gingen stellen: ‘Wat deed je tijdens de oorlog, vader?’

Medium das einzige licht

Das einzige Licht

Als geen ander haalde Kiefer de hele Duitse mythologie en geschiedenis ondersteboven, vanaf de eerste Germaanse overwinning op de Romeinen in 9 AD tot aan de Tweede Wereldoorlog. Hij moest en zou uitvinden hoe het, ondanks alle grote Duitse denkers, schrijvers, dichters en componisten, tot de catastrofe was gekomen. Zijn zwartgeblakerde landschappen en schilderijen van lege geruïneerde nazi-ruimten gaan uiteindelijk over hemelbestormende hoogmoed die tot rokende puinhopen leidt. Tegelijk lijkt Kiefer door middel van materialen als klei, zand en stro de door de nazi’s geperverteerde romantiek nieuw leven te willen inblazen. Ook de moderniteit ontkomt namelijk niet aan kritiek. De holocaust was immers een bureaucratisch-industrieel en dus modern project.

Medium hausrittdiefinsterewelle

Wellicht was ook dat een overweging om Kiefer te laten exposeren in het Grand Palais in Parijs, die monumentale, in 1900 uit glas en staal opgetrokken kathedraal van de vooruitgang. Kiefer, die nooit terugschrikt voor wagneriaanse proporties, heeft in het middenschip drie grote betonnen Babelse torensculpturen geplaatst. Eén daarvan, Sonnenschiff, reikt inclusief zonnebloemen als een fantastisch luchtkasteel naar de hemel. Een andere toren is volledig ingestort en wordt als een verzonken beschaving overvaren door een meterslang loden oorlogsschip. Naast de torens heeft Kiefer zeven hangarachtige, door hem huizen genoemde, loodsen – tot wel twaalf meter hoog – geplaatst, aan de buitenkant bekleed met golfplaat en van binnen wit geverfd als museumwanden.

In het eerste huis hangt Nebelland (1997) een schilderij van 5,7 bij 8 meter. Vanuit dichte nevelen verschijnt een piramide, als een droombeeld, in verregaande staat van ontbinding. Onder aan de treden, die de suggestie wekken evengoed uit lichamen te kunnen bestaan, ligt een man op zijn rug, slechts gekleed in een broek. Boven hem steekt een draad met een terracotta hart uit het schilderij. Het werk roept zowel associaties met Azteekse mensenofferrituelen op als met de dodentrap van Mauthausen. Hoe meer een cultuur aanspraak op de hemel maakt en hoe hoger haar gebouwen, hoe meer offers. Boven in de mist staat: ‘Nebelland hab ich gesehen. Nebelherz hab ich gegessen’. Een citaat uit het gedicht Nebelland van de Oostenrijkse Ingeborg Bachmann (1926-1973), een van de twee dichters aan wie Kiefer zijn expositie heeft opgedragen. De andere is Paul Celan (1920-1970), die met zijn schrijnende concentratiekamppoëzie het onzegbare wist te raken.

Medium inau 08

Als Chute d’étoiles (Sterrenval), zoals de tentoonstelling heet, een essentie bevat, dan is het wel dat ook de cultuur onverbiddelijk is onderworpen aan de kringloop van de natuur. Steeds weer plaatst Kiefer zijn aardecultus tegenover de luchtcultus van de vooruitgang. In Aperiatur Terra, een van de drie grote landschappen uit het vierde huis, groeien bont gekleurde bloemen triomfantelijk uit de gebarsten aarde op. In het zevende huis zien we naast een liggende dode palmboom 33 werken achter glas waarin tegen een aardekleurige achtergrond met gips bestreken palmbladeren wederopstanding symboliseren. In Reis naar het einde van de nacht, een 33 flinke zeegezichten tellende ode aan Céline’s roman, zijn de tegen de verf geplakte driedimensionale loden oorlogsschepen hulpeloos en doelloos overgeleverd aan de golven. Voor de sterren in De Melkweg, een ontzagwekkend schilderij van 7,10 bij 8 meter, een antwoord op het glazen dak van het Palais, gebruikte Kiefer zwarte zonnebloemzaden. Alleen zo kunnen hemel en aarde ooit samenvallen.

Medium kain und abel

Het is maar beter alleen te kijken naar de hemel, in plaats van die te willen bereiken. We moeten het met de aarde doen. Vroeg of laat exploderen ook de sterren.

Monumenta 2007: Anselm Kiefer,

Sternenfall/Chute d’étoiles. Grand Palais, Parijs, t/m 8 juli; www.monumenta.com