Hemel en hel

Waar de competitie heerst, staat het geweten je in de weg. Het is een onbruikbaar, verouderd gereedschap. Op het scorebord des levens worden de doelpunten geregistreerd en niet het feit of je ooit hoffelijk voor je tegenstander bent uitgeweken.

‘Ik ben nergens, maar mijn geweten is rein.’ Dit is de gebruikelijke, misselijkmakende verdediging van de doorsnee softie, die zijn medemens niet naar de strot durft te grijpen als het moment daar duidelijk om vraagt.
Hoe stelt u zich eigenlijk het Paradijs voor? Zonder competitie? Sodemieter toch op! Dat betekent pas een devaluatie van waarden. Iedereen is anders - en in het Paradijs mogen wij daar eindelijk voor uitkomen.
De zwakken en zieken worden vertrapt, venederd, genaaid en in de pan gehakt. Vandaar dat elk Paradijs een parallelle Hel benodigt.
Nee, softies, maak jezelf niks wijs. Er volgt geen beloning na de dood. Integendeel, je krijgt nog meer op je flikker dan op aarde. Als je niet in het hellevuur wilt branden, steek dan je handen uit de mouwen en praktizeer vlijtig het ellebogenwerk. Het Paradijs is geen pendant van het Leger des Heils. Het is de definitieve zege van het Kwaad.
En wie zijn dan die engelen, waar de Schrift over spreekt? Het zijn de kindertjes die, toen zij stierven, nog te klein waren om te worden verpest. Geen vrees, dat halen ze in het Hiernamaals wel in. Ze zijn de eerste prijs bij de paradijselijke orgieën.