Hemel en hel, man en vrouw

Omstreeks het jaar 400, wanneer het Romeinse Rijk in hoog tempo verbrokkelt, migratie van Germaanse volkeren in heel Europa enorme demografische veranderingen tot stand brengt en ideologische paradigma’s wankelen, schrijft Claudius Claudianus, een Griek uit Alexandrië die in Rome is opgeklommen tot gevierd hofdichter, een even onevenwichtig als ambitieus epos over de roof en verkrachting van Proserpina.
Dit meisje, dochter van oppergod Jupiter en graangodin Ceres, wordt door haar vader opgeofferd om een conflict met zijn broer Pluto, de heerser van de hel, te voorkomen. De mythe eindigt traditioneel met een compromis, waarbij Proserpina de helft van het jaar in de onderwereld vertoeft (winter) en de andere helft op aarde (zomer). Bijproduct van Ceres’ zoektocht naar haar dochter is de introductie van de landbouw.

Het gedicht was begroot op vier boeken, waarvan Claudianus er slechts drie heeft voltooid, ongetwijfeld omdat hij er niet helemaal is uitgekomen. Hij schetst een fundamenteel instabiele wereldorde die elk moment tot chaos kan vervallen. Hemel en hel, man en vrouw, koele berekening en extatische roes staan tegenover elkaar en zoeken naar een draaglijk en altijd slechts voorlopig evenwicht.

Er zijn vele manieren waarop je De raptu Proserpinae kunt duiden. Is het een politieke parabel over de verstandhouding tussen West en Oost, of tussen Romeinen en barbaren? Gaat het om een verdediging van de oude religie tegenover het recente christendom? Is het een verhaal over de moeizame strijd tussen de seksen? Of lezen we het gedicht liever als ecologisch vertoog, waarin gesteld wordt dat voedselvoorziening offers vraagt? Waarom is dit onthutsende epos nog niet in het Nederlands vertaald?

Claudianus, De raptu Proserpinae