Commentaar: Suriname

Henck Arron: een ware vader

Toen ik Henck Arron verleden week wilde strikken voor een radioprogramma over 25 jaar staatkundige onafhankelijkheid, zei zijn vrouw stellig dat hij niet op de uitnodiging zou ingaan, omdat het programma een dag na de viering zou zijn. «Na 25 november ben ik er klaar mee», had hij namelijk tegen haar gezegd. Meer dan beu was Arron de discussie of Suriname er nou wel of niet klaar voor was. Hij hield consequent vol dat de onafhankelijkheid van 1975 niet overhaast was. Of hij dat zelf echt geloofde, is eigenlijk niet van belang. Belangrijker was de psychologie van het volhouden. Alsnog toegeven dat het toch niet goed zat, had wellicht de toch al diep gezakte nationale moed definitief doen knakken. Reken maar dat Arron heel wat slapeloze nachten over «zijn» besluit heeft gehad, maar als een ware vader zijn kinderen niet wilde belasten met zijn kopzorgen. Hoewel tekenen voor de onafhankelijkheid op z'n minst een krappe parlementaire meerderheidsbeslissing was, kreeg Arron alles wat fout ging in de afgelopen 25 jaar in de schoenen geschoven. Manmoedig droeg hij ook de lasten die het predikaat «vader van de onafhankelijkheid» met zich meebracht.

Dat hij als minister-president door de militairen op 25 februari 1980 aan de kant werd geschoven, was een directe terechtwijzing. Nederland steunde de machtsovername met vijfhonderd miljoen gulden ontwikkelingshulp. Pas toen op 8 en 9 december 1982 vijftien burgers als «contra-revolutionairen» werden afgeslacht sloot Nederland «geschokt» de geldkraan. Maar de Surinaamse rechtsstaat was al op de dag van de coup aan flarden geschoten.

De tragiek is dat door de hypocriete paniekhandeling van Nederland Arron nog meer het ongelijk aan zijn kant kreeg. De intelligentsia sloeg op de vlucht en het land kelderde naar een ongekend sociaal-economisch dieptepunt. Wat overbleef was een land van waterdragers. Van de 3,5 miljard verdragsmiddelen resteert nog zeshonderd miljoen en Suri name is nog altijd een «kapotte plantage». Zo bejubeld als de «opgedrongen onafhankelijkheid» destijds werd, zo verguisd werd Arron later. Maar Surinamers hebben een traditie om onheilspellende gebeurtenissen aanvankelijk toe te juichen waarover ze later beweren die «nooit te hebben gewild».

De discussie over de onafhankelijkheid is met het overlijden van Arron (64), afgelopen maandag, definitief achterhaald. De militaire coup van Bouterse is overleefd, evenals Wijdenbosch’ «kapitaal coup». Arron werd op 25 november jl. geridderd door notabene een NPS-president. De cirkel is rond. Suriname wil niet meer om kijken maar vooruit blikken. Ach teraf blijkt 25 november 1975 een formaliteit, is nu het besef. De ware onafhankelijkheid zal worden verworven met vallen en opstaan. En, zoals de ontwerper van de Surinaamse vlag zei: «Arron zal voortleven na zijn dood, want hij had de guts voor onafhankelijkheid te kiezen.»

Het is tijd dat alle Surina mers die omslag maken, ook al is hun mening destijds niet gevraagd. Dat kwam Henck Arron ze nog eens persoonlijk in Nederland zeggen. Als een ware vader.