Britse infiltratie aan het Nederlandse hof

Hendrik de Spion

De Britten spioneerden in de jaren twintig en dertig aan het Nederlandse hof. Niemand minder dan Prins Hendrik verkocht hun informatie. Dat blijkt uit een document van de SS.

Prins Hendrik, de in 1934 overleden echt genoot van koningin Wilhelmina, werkte voor de Britse geheime dienst. Dat blijkt uit een recent openbaar geworden Duits rapport van de hand van Heinrich Himmler. In dit gezamenlijke rapport van de SS en het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken wordt een overzicht gegeven van alle in Nederland actieve Britse spionnen. Op de eerste bladzijde, gedateerd 29 maart 1940, staat dat Hendrik in de jaren twintig voor de Engelse verbindingsman Bennet werkte. Deze betaalde Hendrik voor verstrekte inlichtingen.

Het acht pagina’s tellende document, aanvankelijk gemaakt voor intern Duits gebruik, zonden de Duitsers op 10 mei 1940 naar de Nederlandse regering. Het moest aantonen dat het neutrale Nederland de Duitse invasie — die op dat moment net was begonnen — aan zijn eigen gedrag had te danken. Er werd immers op hoog niveau (Hendrik) nauw samengewerkt met de Britten. Na de Tweede Wereldoorlog kwam het rapport in handen van het Bureau Nationale Veiligheid (BNV), de voorloper van de BVD. Die dienst maakte voor eigen gebruik een Nederlandse vertaling en liet beide documenten vervolgens in een diepe la verdwijnen. Met het recent openbaar worden van de BNV-archieven is nu ook dit stuk voor iedereen toegankelijk.

Hendrik was een trieste figuur die in een ongelukkig huwelijk met Wilhelmina zat opgesloten. Aanvankelijk had hij nog bekendgestaan als een vrolijke pretmaker, een bonhomme, die vrijgevig was ten opzichte van zijn talloze verarmde familieleden. Maar in de loop der jaren eiste de liaison met de stuurse Wilhelmina zijn tol. Het was in deze tijd dat Hendrik grote hoeveelheden geld begon uit te geven om te ontsnappen aan het leven aan het Nederlandse hof.

Dat geld ging voornamelijk op aan een liederlijke levensstijl. Van Sankt Moritz tot Amsterdam, als de prins aan de boemel ging, liepen de nota’s op. Dure spijzen, liters drank en uiteraard een rondje voor de zaak zorgden ervoor dat zijn royale stipendium van een ton nooit toereikend was. Maar het meest kostbaar was Hendriks onbedwingbare libido. In zijn Wilhelmina-biografie beperkt historicus Fasseur zich tot het beschrijven van drie koninklijke maîtresses die zwijggeld ontvingen. Waarschijnlijk vormen ze slechts het topje van de ijsberg.

Gelukkig had Hendrik een beschermengel: François van ’t Sant. Deze Van ’t Sant was officieel «slechts» politiecommissaris van Den Haag. Maar de als sluw bekendstaande predikantenzoon ontwikkelde zich in de jaren twintig tot iemand die — zoals Loe de Jong schrijft — «een speciale vetrouwensrelatie» had met Wilhelmina. De koningin wist van de demarches van haar echtgenoot en gaf Van ’t Sant opdracht haar man in de gaten te houden en discreet met geld te wapperen als een verlaten maîtresse dreigde naar de pers te stappen. Met overgave kweet de commissaris zich van deze taak.

Maar Van ’t Sant had nog een geheim baantje. Al vanaf de Eerste Wereldoorlog werkte de politieman voor de Britse geheime dienst. Aanvankelijk als een soort officiële verbindingsman tussen GS III, de inlichtingendienst van het Nederlandse leger, en de Britse spionnen in Nederland. Hij bezorgde de Britten met name informatie over de verschillende opstandelingen en onafhankelijkheidsbewegingen die actief waren in Nederlands-Indië.

Na 1918 werd hij wat we nu een «freelancer» zouden noemen. Voor veel geld verkocht hij inlichtingen over de Nederlandse politieke elite aan de Britten. Bekend is dat Van ’t Sant in 1920 al 25 duizend pond had geïnd voor informatie, een bedrag dat in die tijd evenveel waard was als ruim drie miljoen gulden nu. De Britten kregen overigens wel waar voor hun geld: «Die beste Unterstützung erhielten […] die Engländer seinerzeit schon durch den Vertrauensmann der Holländischen Köningin, den Polizei kommissar van ’t SANT», zo schrijft Himmler in het recent opgedoken document uit 1940.

Het moet voor Van ’t Sant een koud kunstje zijn geweest om Hendrik te betrekken bij zijn inlichtingenwerk. De prins had weinig scrupules als het ging om het financieren van zijn levensstijl. Vlak voor zijn dood benaderde hij in het geheim nog persoonlijk Adolf Hitler met het voorstel een soortgelijk belangen behartiger van de nazi’s te worden aan het Nederlandse hof. Niet minder dan 7,5 miljoen gulden wilde hij hebben «tegen verzekering dat hij alles zou doen om de Duitse invloed in Holland te vergroten», zo blijkt uit het in 1961 verschenen boek Hitlers Secret Conversations. Hitler wees het voorstel van de man die hij de «koninklijke idioot» noemde hooghartig af.

De Britten waren klaarblijkelijk minder kieskeurig. In het Nederland van de jaren twintig en dertig waren Britse spionnen bijzonder actief. Ons neutrale land werd gezien als een ideale uitvalsbasis naar Duitsland. Na de machtsovername van de nationaal-socialisten begin jaren dertig probeerden Britse geheim agenten vanuit ons land contact te leggen met anti-Hitler-elementen in Duitsland. Uiteindelijk zou deze strategie tot het Venlo-incident leiden, waarbij een speciale eenheid van de SS op Nederlandse bodem twee Britse spionnen oppakte die op het punt stonden een Duitse verzetsleider te ontmoeten aan de grens.

Het omkopen van Hendrik past in de Britse strategie voor Nederland. Hoewel hij geen officiële taak had in de Nederlandse politiek was Hendrik waarschijnlijk goed op de hoogte van de stemming in Den Haag. Ministers en beslissingsnemers reden immers af en aan bij zijn echtgenote. Hij kon gesprekken afluisteren en papieren inzien. Daarnaast kon hij dienen als ingang bij zijn uitgebreide Duitse familie Von Mecklenburg-Schwerin. Zijn broer Adolf was een fanatieke aanhanger van het nationaal-socialisme en een vertrouweling van Hitler. Hendrik kon zo wellicht informatie vergaren uit de Duitse regeringstop. Of — en zo ja, wanneer — dat inderdaad is gebeurd, zegt het document jammer genoeg niet.

De Britten hebben niet lang geprofiteerd van de diensten van Hendrik. In 1934 overleed de prins plotseling. Hartstilstand, luidde het officiële communiqué. Onbehandelde syfilis, zo wisten Haagse kringen. Hoe dan ook, geheim agent Hendrik was niet meer. Zijn beschermengel Van ’t Sant bleef wel parttime spion en fulltime intrigant. Tot in de Tweede Wereldoorlog (hij vluchtte met Wilhelmina naar Londen) bleef hij een schimmige figuur die altijd voor meerdere meesters werkte.

In het verzet ging zelfs nog het hardnekkige gerucht dat Van ’t Sant ook een spion was voor de Duitsers. Het verzet in Nederland stuurde een man naar Londen om de vertrouweling van Wilhelmina door een «ongeluk» uit de weg te laten ruimen. De regering in ballingschap wist de huurmoordenaar ervan te overtuigen zijn opdracht niet uit te voeren. Maar de twijfel over de politiecommissaris was definitief gezaaid.

Achteraf gezien kon het verzet echter wel eens gelijk hebben gehad. Uit in beslag genomen brieven van de Duitse spionagedienst blijkt dat er vlak voor de oorlog en mogelijk ook tijdens de bezetting binnen «Nederlandse regeringskringen» een hooggeplaatste spion rondwaarde. Voor veel mensen rond Wilhelmina stond al tijdens de oorlog vast dat dit Van ’t Sant moest zijn. Een daarvan was de éminence grise van de Nederlandse politiek, mr. Beelaerts van Blokland, de vice-president van de Raad van State.

Tijdens een onderhoud met de Britse ambassadeur aan het Nederlandse hof, Neville Bland, probeerde Beelaerts van Blokland deze te waarschuwen voor de intriges aan het Nederlandse hof. Hij waarschuwde specifiek voor Van ’t Sant, die hij «a very dangerous man» noemde. Bland rapporteerde (Foreign Office document 371/345232 — Public Record Office, Londen) de opmerking aan de minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden, maar de Britten hebben de zaak verder laten rusten.

Van ’t Sant bleef de vertrouweling van de koningin. Sterker nog, Van ’t Sant was samen met Prins Bernhard nauw betrokken bij de oprichting van de eerste echte serieuze inlichtingendienst van Nederland, de Centrale Inlichtingendienst (CID). De commissaris liet zich door zijn ondergeschikten daar «generaal» noemen. De opmerkelijke promotie ten spijt ging de dienst binnen een jaar aan intriges en mislukkingen ten onder. Van ’t Sant was toen al ontslagen door de Nederlandse regering. Uit de resten van de CID kwam na de bevrijding uiteindelijk de BNV voort, de dienst die het rapport van Himmler in handen kreeg en diep in de archieven wegstopte.