Hendrik met de pet

Openluchttheater het Amsterdamse Bos is weer volledig van het publiek en van de spelers. Schrijver Oscar van Woensel maakte een rigoureuze bewerking van William Shakespeares kleurrijkste koningsdrama, ‘Henry IV’.

DE ROUTE. U kunt met de auto gaan. Heb ik niet voor doorgeleerd. Zoek de Amstelveenseweg en de Bosbaan op de kaart, rij links langs het water en let op de bordjes met ‘Openluchttheater’. De rest volgt vanzelf. Er is genoeg parkeerplaats, maar ik zou niet al te ver het bos in rijden, dat levert met name na de voorstelling enorme files op. Openbaar vervoer kan ook. Vanaf het Centraal Station vertrekken de bussen 170, 171 en 172. U stapt uit op de halte Koenenkade, dan bent u dicht bij de Bosbaan - Amsterdams mekka voor het wedstrijdroeien. Er volgt dan nog een stevige wandeling. Opnieuw: let op de borden, rood met witte letters. Terug kan met de nachtbus, de voorstelling is namelijk rond middernacht afgelopen. Wandelt u snel terug, dan haalt u bus 270, vertrek 0.53 uur. Wilt u in het café van het Openluchttheater blijven hangen, dan is er nog een mogelijkheid om 1.53 uur. Verdere informatie: het openbaar-vervoernummer 0900-9292. Het mooist blijft de fiets, zeker bij deze subtropische temperaturen. Vanaf CS is het eigenlijk vrij simpel: via Damrak en Rokin naar de Munttoren, en vanaf daar houdt u het water van de Amstel (links) als richtsnoer. Wilt u afspraken maken met lotgenoten die uit diverse fietsrichtingen komen, dan is het ideale ontmoetingspunt de Febo, hoek Amsteldijk/Vrijheidslaan (voorheen Stalinlaan). Een paar minuten fietsen verder passeert u rechts het foeilelijke kantoorpand dat 'Rivierstaete’ heet. Ongeveer op die hoogte steekt u de straat over. Dan begint het wonder dat Amstel heet. Links passeert u de woonboten, rechts liggen de exuberante panden van het kapitaalkrachtige deel van de hoofdstadbewoners. Wanneer u aan uw rechterhand het meest bezochte kerkhof van Nederland, Zorgvlied, passeert, ziet u in de verte een uitspanning met terras aan het water liggen: Klein Kalfje. Mooie plek voor een tussenstop; de wijnen, kroketten en uitsmijters zijn er niet te versmaden. Daarna draait u rechts de mooiste fietsroute van Amsterdam in: de Kalfjeslaan, halverwege onderbroken door een griezelig ogende snelweg annex sneltrambaan. Niet schrikken, gewoon even rechtsaf, dan de weg over, meteen weer linksaf, en de Kalfjeslaan is opnieuw van u - autovrij! Aan het eind, bij de kerk, gaat u naar rechts (over de Amstelveenseweg), tot u het bordje Bosbaan ziet. Via een rotonde bereikt u het fietspad pal langs het water; het is niet raadzaam over de autoweg te rijden. Het Openluchttheater is duidelijk aangegeven. Links het bos in en dan wijst het zich vanzelf. Als u tot dicht bij het theater uw fiets wilt stallen, raad ik u aan uw rijwiel duidelijk te markeren - een kleurige slinger om uw bagagedrager. Het is na afloop namelijk nogal donker en zeer druk, en dat levert eindeloze zoektochten naar uw fiets op. Beter is het de fiets te stallen voor in het bos, bijvoorbeeld vlak bij de eerste koffie-en-broodjeszaak; veilige fietsenrekken voorhanden. U hebt nu een fietsroute van ruim één uur achter de rug - exclusief de plas-en-eet-en-drinkpauze bij Klein Kalfje. Het is raadzaam op de terugweg niet dezelfde route te fietsen, het is er dan namelijk stikdonker. Draai na de voorstelling linksaf de Amstelveenseweg op, tot u aan uw rechterhand de Lairessestraat ontwaart. Vandaar is het een fluitje van een cent om het centrum weer te bereiken. Als u deze fietstocht eenmaal hebt volvoerd, wílt u gewoon niks anders meer, mark my words. LOGISTIEK. De producties in het Amsterdamse Bos beginnen steevast om 21.30 uur. Dat heeft vele, maar in ieder geval twee redenen. Ten eerste valt tijdens de voorstelling de duisternis in, waardoor de ontwerpers (lichtman numero uno Reier Pos) met theaterlicht kunnen toveren. Ten tweede gaat de Kaagbaan (of de Buitenveldertbaan, die twee haal ik altijd door elkaar) op Schiphol tegen tienen 'op slot’. Waardoor de acteurs gaandeweg de voorstelling steeds minder last hebben van overvliegend lawaai - en áls het gebeurt verwerken ze dat (al jaren) geraffineerd in hun spel. Als u een goeie plek op de tribune wilt bemachtigen - 2200 toeschouwers maximaal per avond - en u wilt ook nog een kussentje of een deken in de wacht slepen, is het raadzaam om ruim op tijd te zijn. Anderhalf uur à één uur van tevoren. U hebt dan ook rustig de tijd om de sculpturen die speciaal voor de voorstelling zijn gemaakt op het wandelpad richting tribune te bewonderen (dit jaar: Arianne van der Spek en Leo van den Bos). Vervelen zult u zich niet. Neem een tas met versnaperingen mee, ook bier en wijn zijn hier toegestaan. Bovendien is het Amsterdamse Bos het enige theater waar gerookt mag worden (wel even bij de buurman of buurvrouw informeren of het niet stoort). Zoals gezegd: u kunt zo binnenwandelen, een entreeprijs is er niet. Na afloop van de voorstelling gaan de acteurs met de pet rond, teneinde hun jaarlijks tekort van rond de drie ton enigszins in te lopen. Daarin komen ze ieder jaar weer een heel eind. Theater het Amsterdamse Bos is hierdoor het meest democratische theater van Nederland: vond u het niks, dan gooit u achteloos een gulden in de pet. Hebt u zich kostelijk geamuseerd, dan trekt u een flap van 25 piek. HET STUK. William Shakespeares Henry IV werd geschreven in de laatste jaren van de zestiende eeuw, zo tussen 1595 en 1598. Het kent twee delen, alles bij elkaar zo'n zes uur toneel. Hendrik de Vierde is een uitgesproken mannenstuk - er zit een smakelijke rol in van een herbergierster, en ook één van de rebellen heeft een vrouw met haar op de tanden. Maar dat houdt allemaal niet echt over. De mannen maken de dienst uit. En daar begint meteen het probleem én de uitdaging van dit koningsdrama: geen van de mannen maakt wérkelijk de dienst uit. Beginnen we met de koning, HendrikIV, voorheen Bolingbroke. Hij zette zijn voorganger, Richard(II, af en liet hem vervolgens vermoorden. Daarvan heeft hij spijt, hij teert weg in wroeging en schuldgevoel. Al meteen bij aanvang van het eerste deel deelt hij mee naar het Heilig Land te willen, om zich bij het graf van Christus van zijn schuld te ontdoen. Maar dat voornemen keert zich al snel tegen hem, zoals de grap van die twee mannen die naar Parijs gingen. Ze gingen niet. Hendrik kan gewoon niet weg. Al zijn tegenstanders heeft hij naar de uithoeken van zijn rijk verbannen: Schotland en Wales. En daar verzamelen ze troepen om zich tegen de koning te keren. De aanvankelijk trouwe bondgenoot - Percy Hotspur, een heetgebakerde jongeman - keert zich ook van de koning af. Niks bedevaart voor Hendrik, hij moet vechten. En hij is al zo moe. Een zorgenkind in eigen kamp is de Prince of Wales, Hendriks zoon Hal. Die zuipt zich een slag in de rondte, gaat om met foute vrienden, is er nooit als hij er moet zijn. De koning, ziek, zwak en misselijk, heeft dus zorgen over de buitenranden van zijn rijk, maar ook in de binnencirkel. Hij twijfelt over Hal als troonopvolger. Kroonprins Hal is een intrigerend personage. Hij is mateloos ambitieus, maar zijn ambities zijn steeds uitgestelde ambities: hij wil nog even niet. Eerst veel drank, spelletjes spelen met zijn kroegtijgers, ver weg van de dodelijke ernst van zijn ziekelijke en klagerige vader. Hal verkent zijn grenzen, hij weet vrij nauwkeurig wanneer en hoe hij eroverheen moet springen. Zijn arme vader wordt er gek van. En dan Falstaff, officieel Sir John Falstaff. Een dikzak, voormalig ridder-zonder-vrees-of-blaam, volgelopen met sherry-wijn, volgevreten aan kip en wildgebraad, laf op het slagveld, kleinzielig na iedere poets die hem wordt gebakken. Maar ook: intelligent, met zijn varkensoogjes kijkt hij goed om zich heen, hij berekent zijn kansen in een chaotische wereld waarin de kansen om te overleven zeer klein zijn geworden. En hij heeft een wapen dat zijn omstanders missen: hij is geestig, spiritueel - witty noemen de Britten dat. Falstaff is, met Hamlet en Shylock, een van de meest populaire figuren die Shakespeare op de bühne bracht. Het voornemen van de auteur om hem in Henry(V, het vervolgstuk op Henry IV, weer tot leven te brengen, maakte hij niet waar; de verlopen ridder sterft in het eerste bedrijf buiten beeld. De protesten van het publiek gaven hem aanleiding Falstaff weer tot leven te wekken, in The Merry Wives of Windsor, niet echt een succes. In dit koningsdrama Henry IV, dat maar geen drama wil worden, is de oerkomische Falstaff het werkelijke centrale personage. Zijn wil om te overleven is onuitputtelijk, hij liegt zich te barsten, veinst heldendaden tijdens een veldslag, en zet zich daarna manmoedig aan de wijn. Falstaff is ongrijpbaar. Tót hij aan het eind van Henry IV deel 2 zijn hand overspeelt. De nieuwe koning, zijn kroegmaat Hal, zet hem op zijn plek. Naar het gevang met jou, ik ken je niet meer. Falstaff eindigt roemloos. DE BEWERKING. Zes uur Shakespeare-toneel terugbrengen tot tweeëneenhalf uur openluchttheater is geen sinecure. Oscar van Woensel, huisauteur van de kleine theaterformatie Dood Paard, heeft het gedurfd. En hij is er uitgekomen, met dank aan regisseur Frances Sanders en acteur Geert Lageveen. Zijn Hendrik IV is een totaal nieuw stuk geworden. Van Woensels grootste kwaliteit is dat hij de ruis uit het stuk heeft weggepoetst. Shakespeare had veel tijd nodig om de vertelling te creëren. Van Woensel lost dat probleem handig op door alle acteurs - behalve de drie centrale personages - als verteller te introduceren, waardoor een berg intermezzo’s in een vloek en een zucht worden afgewerkt. De mechaniek van die techniek is vrij eenvoudig: de acteurs leggen hun pruik of hun masker af en wenden zich rechtstreeks tot het publiek: 'We zijn nu hier-en-daar, tot nu toe is er dit-en-dat gebeurd.’ Het mooie van de bewerking is dat de kern van de vertelling - het centrale conflict tussen vader/ Koning en zoon/ Prins, de loden last van de dreigende burgeroorlog, én het gewilde anarchisme van Falstaff - recht overeind blijft. Van Woensel kan in die driehoek ook ruimschoots zijn taalgrappen kwijt. Hij doseert ze bekwaam, en ze gaan er bij het publiek allemaal in als gods woord in een ouderling. Verklappen ga ik ze niet, maar let tijdens het kijken en luisteren vooral op één van de maten van Falstaff, die zorgt voor almaar mooier wordende versprekingen in de trant van het in mijn kindertijd populaire 'dat zet dooien aan de zeik’ in plaats van 'zooien aan de dijk’. DE VOORSTELLING. Het speelvlak is een kale vlakte, vol water dat aanvankelijk wegloopt in een put, later weer opspeelt als fontein. Het decor (Stans Lutz) bestaat uit twee rondingen van golfplaat: links de met graffiti bespoten kroeg, waaruit van alles te voorschijn wordt getrokken; rechts het koninklijk paleis, met een majesteitelijke trap. Het terrein voor de veldslagen is middenvoor, inclusief een schuttersputje voor Falstaff in zijn meest laffe momenten. Uit het decor duikt regelmatig een deux-chevaux op, waarover ik verder ook niks verklap. De kostumering is een geraffineerde mix van hermelijnen koningsmantels, strenge militaire pakken uit The Charge of the Light Brigade en moderne glitter-outfit (Willemijn van Brussel). Fons Merkies (huiscomponist van Theater het Amsterdamse Bos) maakte een inventieve reeks 'Leitmotive’ voor de optredende personages. Het ensemble verkleedt zich achter de schermen een ongeluk: zes acteurs en actrices spelen met verve de contouren van het hele verhaal. En daar tussendoor laveren de drie centrale personages in dit koningsdrama. Regisseur Frances Sanders en bewerker Oscar van Woensel hebben de mooiste scènes uit het origineel volledig intact gelaten; ze laten Shakespeare in zijn waarde. Voorbeeld: ergens midden in deel 1 wordt kroonprins Hal (hier afwisselend Heintje of Henkie-Penkie genoemd) uit de kroeg (hier De Twee Paarden geheten) geplukt. Hij moet morgen aan het hof van zijn vader verschijnen. Falstaff organiseert een generale repetitie voor de ontmoeting. Hij speelt de koning, Henkie-Penkie (Hal) speelt zichzelf. Daarna worden de rollen omgedraaid: de kroonprins speelt de koning, Falstaff probeert iets van Hal te maken. De kroonprins maakt van de gelegenheid gebruik om de doorgezopen ridder Falstaff voor schut te zetten. Pal daarop krijgen we de échte confrontatie tussen vader en zoon te zien. Adembenemend theater leveren die twee scènes op. Ook het bijna-slot van de voorstelling is keelsnoerend mooi. De koning is stervende, de kroonprins waant hem al dood en pikt de kroon alvast in. Dan ontwaakt Hendrik de Vierde voor de laatste maal in zijn leven. En hij scheldt de brutale kroonprins, waggelend van de drank van de vorige avond, met zijn laatste adem de huid vol. De driehoek Koning Henry IV - kroonprins Hal - Falstaff is in deze regie voorbeeldig bezet. Peter Faber maakt van de koning een handenwringende figuur, die door zijn doorzettingsvermogen respect afdwingt. Hij wankelt door de tragedie die hij ooit zelf heeft gecreëerd - terug kan hij niet meer, vooruit ook niet, daar heeft hij de kracht niet voor. Geert Lageveen is indrukwekkend als de kroonprins Hal - die de woorden 'Heintje’ en 'Henkie-Penkie’ niet meer kan horen. Het mooie van Lageveens acteren is dat hij gaandeweg de voorstelling steeds gevaarlijker wordt. De kroonprins leert; het gaat langzaam maar het schiet op. Aan het eind is hij een vorst geworden, die zijn kroegtijgers achteloos maar meedogenloos laat vallen. Het centrum van de avond is het personage dat Shakespeare tot de spil van het stuk heeft gemaakt, en Van Woensel volgt de Engelse bard daarin precies: Falstaff, een magistrale creatie van Porgy Franssen. In grijs kostuum, dikke buik, veel te groot rood pochet, de wantrouwige blik in de ogen van de dronkaard die zijn volgende wandeling naar de afgrond zorgvuldig voorbereidt - en almaar die alerte tekstgrappen, de geweldige oneliners. Franssen, die in het Amsterdamse Bos eerder weergaloze creaties maakte van Petrucchio in De getemde feeks en Azdak in De kaukasische krijtkring, tovert hier opnieuw op de vierkante millimeter. Vrijwel alles lijkt hem ter plekke in te vallen. Hij is, met zijn enorme lichaamsgewicht, bijna iedereen te slim af. En als dat niet lukt, heeft hij altijd nog wel een wisecrack achteraf. Tot zijn laatste moment. Wanneer hij definitief is afgedankt door zijn kroegmaat, Prins Hal - nu Koning Hendrik(V - kijkt hij wanhopig om zich heen. 'Alles is één grote grap/ Dit hele leven één grote grap.’ Nog één keer kijkt hij om. Dan gaat het licht uit. Einde van een betoverend mooie theateravond.