25 mei 1932 - 15 juli 2010

Henk Smit

Henk Smit was een groot zanger en meeslepend acteur. De bariton overleed in een Parijse hotelkamer aan een hersenbloeding. Hij was een familiemens, hield van zijn leerlingen en zat nog vol jeugdige vernieuwingsdrift.

OMDAT IK UIT het theater kom en niet uit de muziek ben ik als ik een opera zie meer op de enscenering gericht dan op de muzikale interpretatie en zal ik me niet snel fan van een operazanger noemen. Maar bij Henk Smit was dat anders. Ik heb me wel eens stotterend aan hem voorgesteld als ‘ik ben een grote fan van u’, maar nu ik er dieper over nadenk schiet die formulering te kort. Henk Smit was het die me als zanger weer tot de opera bekeerde, nadat ik er lange tijd niets van had willen weten.
Toen ik als jongen met mijn Amsterdamse oma naar de opera ging, was het nog een tijd van iets tot veel te dikke sopranen die iets tot veel te oud waren voor de rollen die ze zongen: van jonge meisjes die gemakkelijk hun kleindochters hadden kunnen zijn. Er waren wapperende decors. Tenoren en baritons hadden geen nek. Dat het ook als theater iets kon betekenen of vragen kon oproepen waar je voor je leven iets aan zou kunnen hebben, dat kon je zelfs niet vermoeden, en daar ging het mijn oma en al die andere Amsterdammers ook niet om als ze naar Carré gingen voor de Italiaanse opera of naar de Stadsschouwburg voor de Nederlandse. Hoe meer ik me voor toneel ging interesseren, hoe minder belangstelling ik had voor opera.
Uit nieuwsgierigheid en uit afschuw voor dat architectonische monster, ging ik na de opening van de Stopera kijken wat eerst Jan van Vlijmen en daarna Pierre Audi daar liet zien. Tot mijn verbazing was er veel veranderd. Grote, goede en jonge regisseurs deden opzienbarende dingen, die meestal werden weggehoond door het publiek en afgekraakt door de operarecensenten. De Groene Amsterdammer maakte er een gewoonte van deze nieuwe opera tegen de operakritiek in de dagbladen te verdedigen, een amusante strijd, op zich een opera waardig.
Een exponent hiervan was Henk Smit, dat realiseer ik me achteraf meer dan ooit. Hij was altijd al een slanke en elegante zanger, eerst bas, toen bariton. Maar hij paste perfect in een nieuwe opvatting van muziektheater. In 1987 bijvoorbeeld was hij Don Pasquale in een feministische, kritische uitvoering van deze vrolijke opera van Donizetti geregisseerd door Renate Ackermann. Hij zat in een enorm geldpakhuis, niet als een karikatuur van een vrek die nog een jong meisje wil verschalken, maar als een beklagenswaardige oude man die door iedereen wordt gemanipuleerd.
Nog sterker kwam dat naar voren in Blauwbaards burcht van Bartók in september 1988, geregisseerd door Herbert Wernicke. Blauwbaards burcht is in veel opzichten een sleutelproductie voor het nieuwe beleid van De Nederlandse Opera. Eigenlijk was het een bezuinigingsmaatregel: de opera bevat slechts twee gezongen rollen, Hertog Blauwbaard en zijn jonge bruid Judith, en hij zou bovendien elke avond twee keer worden gespeeld. Het idee was dat het vóór de pauze gezien zou worden vanuit de man en na de pauze vanuit de vrouw. Van dat idee bleef niet veel over en achteraf is dat te begrijpen.
Tegen het decor van een enorme deur die open en dicht kon zagen we de nietige figuren van bariton Henk Smit en sopraan Katherine Ciesinski. Tot verdriet van de operacritici was er geen sprake van een blauwe baard, rollende ogen en sprookjesvisioenen. Wat we zagen was het zeer herkenbare portret van een huwelijk, van een wanhopige situatie waarin elke deur die wordt geopend een andere sluit en muren worden opgetrokken die niet meer te slechten zijn. Henk Smit moet er veel van zichzelf in hebben gelegd. Op de herdenkingsbijeenkomst in De Duif aan de Prinsengracht zei een van zijn twee ex-vrouwen liefdevol dat hij 'duidelijk meer talent had voor vriendschap dan voor het huwelijk’.
Het sterkst is me zijn Simone Boccanegra bijgebleven in de gelijknamige opera van Verdi, in 1989. De voorstelling werd ook weer afgekraakt in de pers, volkomen ten onrechte, en is nooit meer teruggekomen. De toen nog jonge Amerikaanse regisseur Stephen Wadsworth haalde het verhaal naar het nu, maar het was vooral Henk Smit die in de hoofdrol een breekbare oude man liet zien die een veel te zware politieke last op zijn schouders heeft gekregen, op het moment dat hij zijn geliefde en zijn kind verliest, en die daar ook uiteindelijk onder bezwijkt als hij zijn dochter heeft teruggevonden. Het verhaal dat als melodramatisch wordt gezien werd plotseling zinvol omdat de hoofdpersoon in zijn onmacht, wanhoop, teleurstelling en berusting zo'n herkenbare man was.
Een laatste, heel bijzondere reis maakte Henk Smit begin van dit jaar naar het noorden, waar hij in 1932 in Surhuisterveen, op de grens van Groningen en Friesland, werd geboren, waarna de hele familie naar Canada vertrok waar zijn drie zusters nog wonen. Hij ging naar Groningen voor een heel nieuw avontuur, Winterraaize, de beroemde liederencyclus van Schubert door Jan Siebo Uffen geestig en spits in het Gronings vertaald. Er is een mooie cd van. Meesterpianist Stanley Hoogland speelt met ingehouden emotie op een fortepiano uit 1825. Henk Smit zingt prachtig met zijn warme bariton, in verrassend poëtisch Gronings en met onderdrukte humor, waardoor de wat larmoyante gedichten van Wilhelm Müller dicht bij de verzen van Piet Paaltjens komen, waar Smit zo veel van heeft gehouden.

Schubert in Groningen. Winterraaize. Informatie: www.schubertingroningen.nl