Universitair hoofddocent geopolitiek en politieke geografie, Radboud Universiteit Nijmegen

Henk van Houtum

Wat is de meest dringende maatschappelijke kwestie van dit moment?

Mondiale armoede.

10% van de mensen wereldwijd heeft nu 85% van de mondiale welvaart in handen. En terwijl de rijken steeds vaker sterven als gevolg van te veel en te vet eten, sterft een derde van de mensen wereldwijd nog altijd juist uit armoede. Hoewel ook de Nederlandse regering spreekt over ‘internationale solidariteit’, wordt niet duidelijk hoe de budgetverlaging en bedrijfsmatige aanpak van ontwikkelingssamenwerking zal bijdragen aan het bestrijden van die mondiale ongelijkheid in ontwikkeling. Waar het pijnlijk aan ontbreekt is een werkelijk democratische mondiale federatie die dwingend een mondiale rechtvaardige verdeling van middelen kan voorschrijven bijvoorbeeld door middel van een mondiaal progressief belastingssysteem. Het ontbreken daarvan komt doordat natiestaten politiek gevangen zijn in hun eigen territoriaal-politieke container waardoor belangenverdediging en herverdeling van middelen op een mondiaal niveau niet werkelijk van de grond komt. En zelfs het pijnlijke falen van het eigen economische systeem leidt niet tot werkelijk inzicht of een ommekeer. Sterker, men probeert met het aanjagen van de consumentenvertrouwen en dus het stimuleren van de hebzucht, de gevolgen van de economische crisis te reduceren die waren ontstaan door, hoe paradoxaal, de hebzucht. En met een zelfde kortzichtigheid schroomt men niet om banken, ondanks de boter op hun hoofd, met nationaal belastinggeld juist tegen diezelfde vrije markt waar het eerder zo hebzuchtig van had geprofiteerd te beschermen en overeind te houden. Wat dreigt is de terugkeer van een anarchistische internationale geopolitiek, ofwel mondiaal snoeien om zelf te kunnen groeien. De aandacht is vooral gericht op het beschermen van de eigen portemonnee van het eigen volk. De economische crisis leidt dus tot navelstaarderij, daar waar juist een dijkdoorbraak in het denken nodig is. De crisis heeft aangetoond dat de economie nu echt internationaal is geworden. Het omvallen van een bank in de VS heeft via een internationale domino-effect gevolgen voor de burger in Nederland. Ook kwesties zoals water, milieu, migratie, criminaliteit en armoede zijn allang internationaal. Maar de politiek blijft vooralsnog halstarrig gericht op nationaal eigenbelang. Is het niet veelzeggend over het denken in nationale containers dat nu er geopolitieke informatie over landen en haar regeringsleiders is vrijgekomen die transnationale belangen en verhoudingen raakt, er wordt gesproken van een lek? De wereld dreigt iets meer dan twee decennia na de euforie over globalisering en vrijheid na de val van de muur weer een wereld van vooral gestold onderling wantrouwen en protectionisme te worden. De bunkerpolitiek is terug. En diegene die daar het meest onder leiden zijn, hoe schrijnend, de allerarmsten op de wereld.

Wat is het meest onderschatte probleem in Nederland?

Criminalisering van mensen die zonder de juiste documenten naar een beter bestaan zoeken.

Het vraagstuk van de illegaliteit begint feitelijk bij het onderscheid dat Nederland (en de EU als geheel) maakt in gewenste en ongewenste vreemdelingen, zoals dat tot uitdrukking komt in het VISUM beleid. Er wordt een negatieve lijst en een positieve lijst van landen gehanteerd. Op de negatieve lijst staan de landen waarvan de inwoners een VISUM moeten aanvragen om in Nederland te komen, iets wat in veel gevallen niet wordt toegestaan. Op de positieve lijst (ca 60 landen) staan landen waarvan de landen geen VISUM hoeven aan te vragen. Op de negatieve lijst (135 landen) staan voornamelijk ontwikkelingslanden en moslimlanden. Anders gezegd, Nederland (en de EU als geheel) hanteert een strenge dichotome selectie aan de poort op basis van welvaart en religie van landen. Men maakt onderscheid, men discrimineert daarmee individuen op afkomst. Dat is niet anders te interpreteren dan een vorm van mondiale apartheid. Want in plaats van te kijken naar een individu als persoon, telt vooral de afkomst. Rutte roept dan wel 'we kijken niet naar afkomst, maar naar toekomst’, maar het tegendeel is waar. Want de loterij van de geboorte van een persoon bepaalt nog altijd het lot van zijn of haar vrijheid van beweging op aarde. De gevolgen van dit onderscheid zijn fundamenteel en verstrekkend. Migratie van sommigen wordt dan als wenselijk gezien, en die van anderen (de negatieve lijst, bijna 3/4e van de wereldbevolking) wordt als onwenselijk gezien. De legale weg naar Nederland is voor vele wereldburgers daarmee grotendeels afgesloten. Wat rest is dan vaak de illegale, zeer gevaarlijke en vaak dodelijke weg. En als ze de tocht al overleven worden ze als criminelen opgesloten in detentiecentra. Maar het is geen vanzelfsprekende eigenschap van een migrant illegaal of crimineel te zijn, dat is een politieke stempel, een biopolitieke tattoo. In het kort, de illegaliteit van bepaalde migranten alsook hun mogelijk omkomen op weg naar het westen is een probleem dat daarmee door het westen zelf in de hand wordt gewerkt.

Wat is het meest overschatte probleem in Nederland?

Nationale identiteit.

De politieke discussie rondom de nationale identiteit is bijna hysterisch uit de hand gelopen. Bij vlagen is de discussie zelfs zeer onfris geworden. Met positieve gevoelens voor het eigen dorp, de eigen stad of het eigen land is niets mis. Maar dat is nog wat anders dan om deze dwingend voor te schrijven. Nochtans is het politiek een vanzelfsprekenheid geworden dat er een nationale Nederlandse identiteit zou bestaan die benadrukt en voorgeschreven zou moeten worden varierend van inburgeringstoetsen tot en met een nationaal historisch museum. En het wordt politiek ondanks een vergaande globalisering normaal gevonden om nog steeds een archaisch onderscheid te maken tussen allochtone en autochtone burgers louter op basis van oorspronkelijke geboortegrond. Waarbij de term allochtoon in het dagelijks spraakgebruik enerzijds vaak nog verder wordt verengd tot niet-westerse eldersgeborenen, en anderzijds politiek-opportunistisch verbreed wordt om er zelfs de hier geboren tweede en derde generatie immigranten mee aan te duiden. De terminologie heeft een sterk discriminerende en fobische dimensie gekregen, die de functionele identificatie met Nederland alleen maar belemmert. Participatie aan een samenleving is niet cruciaal afhankelijk van een eendimensionale nationale identificatie. Nationale identiteit laat zich niet boetseren of dwingend voorschrijven. Sterker, dat werkt averechts. Juist omdat afwijkingen van de Nederlander als verlichte norm(aliteit) dan steeds meer worden gezien als 'niet ingeburgerd’, of zelfs achterlijk of potentieel gevaarlijk. Geheel in die lijn past dat meervoudige identificaties steeds meer als verdacht in plaats van als een rijkdom worden gezien. En een dwingende nationale identiteitspolitiek heeft een oneindige behoefte aan controle en purificatie. Dat vermindert niet de angst, maar vergroot die slechts. Een repressieve politiek voert uiteindelijk vooral strijd met zichzelf. Kortom, de nationale pressie en soms repressie ten aanzien van nationale identificatie is schadelijk voor onszelf, voor vreemdelingen en voor onze internationale reputatie. Anders gezegd, het geloof in de als 'eigen’ gedefinieerde gemeenschap uit angst voor fundamenteel anders denkenden dreigt daarmee zelf een fundamentalisme te worden. Narcistische zelf-overschatting dus en daarmee gevaarlijk.


Lees ook de artikelen die Henk van Houtum eerder schreef voorDe Groene Amsterdammer of bezoek zijn website