Op zoek naar de doorsnee Nederlander

Henk wil gewoon Henk zijn

Ze werken hard en houden niet van moslims. Op zoek naar het echtpaar dat is uitgegroeid tot het nieuwe gezicht van het Nederlandse volk - tegen wil en dank. ‘Ik word nog altijd gebeld door kranten: “Wat vinden Henk en Ingrid van de eurocrisis?”’

MIJN EERSTE Boze Blanke Burger ging van top tot teen in het wit gekleed. Natuurlijk had ik eerder boze burgers gezien. Ik kende ze in alle soorten en maten: links of rechts, Hollands of Turks, van demonstraties tot familiefeesten. Maar deze was van een geheel andere categorie. Een fenomeen, net als filosoof BHL, DSK-met-de-losse-handjes of Roald Dahls GVR. Dit was BBB. Ik ontmoette hem op het treinstation van Venray, dat eigenlijk in Oostrum ligt. Inderdaad, het dorp van Mauro, maar daar had eind 2001, begin 2002 nog niemand van gehoord. Ineens stond hij daar. Een man in driedelig wit, met een voor die contreien ongebruikelijk accent. Zeg maar bekakt. Hij was advocaat, vertelde hij me ongevraagd. Maar bovenal was hij boos: op de politiek, Marokkanen, linkse partijen. Er gloorde niettemin hoop. Hoewel ik nog altijd geen woord had kunnen zeggen, bombardeerde hij me tot een geestverwant die hij deelgenoot maakte van zijn blijde boodschap. Er ging een professor door het land die wonderlijke dingen schreef en zei. En die toen nog niet was doodgeschoten.
In de tien jaar nadien ben ik BBB te pas en te onpas tegen het lijf gelopen. Nu eens gaf hij zijn mening op het NOS Journaal. Dan weer kwam hij mijn huis binnen in de gedaante van een internetmonteur. De ene keer sprak hij me aan met een Hollands accent, soms met een zachte g, later, toen ik correspondent werd in Berlijn, zelfs in het Duits (‘Hoezo, u bent zelf immigrant? O, maar Nederland, dat is toch eigenlijk ook Duitsland!’)
Achter BBB’s toen nog zeer diverse verschijningsvormen begon ik een patroon te ontwaren. Eerst het vriendelijke, inleidende praatje ('mooi weertje, hè’); dan de weinig originele overgang naar de politiek ('je mag het eigenlijk niet zeggen, maar…’); gevolgd door het tot in den treure doorbroken taboe ('sinds die buitenlanders er zijn hebben we geen zomer meer gehad’); om te eindigen met het verbitterde wegwerpgebaar, wanneer na een kwartier zwijgen van mijn kant tot hem doordrong dat we niet in hetzelfde kamp zaten ('ik zie het al, u bent er ook zo één’).
Wat weer bijdroeg aan het gevoel dat alle mensen tegen hem samenspanden. En niet alleen de mensen. Toen ik deze zomer, na enkele jaren in Duitsland te hebben gewoond, terugkeerde in Nederland, zag ik hoe BBB met zijn familie voor het voetgangersstoplicht uit zijn slof schoot: 'Ja hoor, gaat-ie op rood. Hebben wij weer. ALTIJD ALS WIJ WILLEN OVERSTEKEN!!!’

TOCH IS ER iets veranderd. De voorheen ongrijpbare BBB heeft tijdens mijn afwezigheid een naam gekregen. Twee namen zelfs. Alle kranten spraken erover, de televisie, zelfs de vermaledijde elite. Hoewel deze Henk en Ingrid zich nog altijd niet gehoord voelen, hebben ze het anders dan BBB niet nodig hun hart uit te storten bij mij. Begrijpelijk: ze hebben immers een direct lijntje naar Den Haag. Daar weet een prominente politicus, tevens gedoger van de regering, tot in de puntjes wie deze Henk en Ingrid zijn en wat ze willen.
'Henk en Ingrid betalen voor Ali en Fatima’, vertelde Geert Wilders bij de presentatie van zijn kandidatenlijst in 2010. 'Gewone Nederlanders die hard werken en zich zorgen maken over de veiligheid in hun stad, wijk en straat, over de massa-immigratie en islamisering, over de slechte zorg voor hun ouders, over de hoge belastingen, over de economische crisis, over de studiefinanciering van hun kinderen.’ Henk verdient modaal, Ingrid de helft. Ze wonen in een Vinex-wijk en rijden veel auto. En nee, ze krijgen 'het’ niet cadeau. Henk betaalt zich blauw aan zorgpremies en heeft zijn buik vol van de 'vette volgevreten links-liberale grachtengordelelite’.
Henk en Ingrid zijn volgens Wilders de belichaming van het Nederlandse volk. De doorsnee Nederlander. Om te weten wat die vindt, hoeven we slechts naar de PVV-leider te luisteren. Die is er kind aan huis.
Werkelijk? Alleen al de beveiligers die Wilders permanent omringen, maken dat verhaal ongeloofwaardig. Vanaf het begin is er bovendien het gegoochel met namen. In 2007 had Wilders het nog over 'Henk en Wim’. Die betaalden toen voor 'Achmed en Ali’. Na dat uitstapje (in de herenliefde?) had Henk het plotseling met ene 'Anja’. En nu dus Ingrid. Ondertussen claimt de oppositie het koppel veel beter te kennen. Volgens Job Cohen worden Henk en Ingrid niet vrolijk van de bezuinigingen van dit kabinet. En SP-leider Emile Roemer beschuldigde Wilders ervan dat hij 'het geld van Henk en Ingrid doorsluist naar de villa van Frederik-Jan van Hier tot Gunder’. Om de verwarring compleet te maken, heeft de SP ook maar meteen de website www.henkeningrid.nl geclaimd. En warempel, wie troffen de socialisten vorig jaar op een dag voor nieuwe leden aan onder de bezoekers? Jawel, hun eigen Henk en Ingrid. Uit Capelle. Dat is geen kinnesinne. Als Henk en Ingrid inderdaad het Nederlandse volk representeren, is het niet onbelangrijk of zij lid zijn van de SP, een andere partij, of toch PVV stemmen.
Om voor eens en altijd duidelijkheid te scheppen, benader ik de organisatie die de ontevreden burger op de huid zit als een geheim agent een moslimfundamentalist: het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Bij dat instituut zelf is Henk overigens niet werkzaam. Volgens Wilders is hij immers dag en nacht in touw, maar als ik op een vrijdagochtend bel is er bij het SCP weinig teken van leven. De telefoon gaat lange tijd over voordat er wordt opgenomen. Aan de andere kant van de lijn klinkt een mannenstem. De receptionist? Nee, het blijkt directeur Paul Schnabel. Bij gebrek aan present personeel is hij zo vriendelijk het algemene nummer te beantwoorden.
'Mensen zijn niet erg tevreden over hoe we in Nederland met elkaar samenleven, en nog minder over de politiek’, vertelt Schnabel desgevraagd. Slechts iets meer dan een kwart van de bevolking is van mening dat het de goede kant op gaat met ons land. De meerderheid van de burgers is pessimistisch. Misschien wel boos. Maar, voegt Schnabel eraan toe, als ik daarover meer wil weten kan ik het best mijn licht opsteken bij de rapportage over precies dit thema die maar liefst vier keer per jaar verschijnt, het Continu Onderzoek Burgerperspectieven.
En inderdaad, BBB blijkt de afgelopen jaren nauwkeurig in kaart gebracht. In één onderzoek zijn uit alle ondervraagden zelfs de 231 'meest boze burgers’ geselecteerd. Zij geven in een schriftelijke enquête af op 'Bakellende’ en 'kabouter Bos’, zien niets in militaire betrokkenheid in Afghanistan ('laat ze lekker zelf vechten om die zandbak’) en zijn wars van overheidsbemoeienis ('niet roken, je moet toch ergens aan doodgaan. (…) In de bak mag je meer dan thuis.’)
Daarbij blijkt BBB zich van een geheel eigen grammatica te bedienen. 'Boze burgers gebruiken uitroeptekens, veel hoofdletters, directe formuleringen, grove taal en harde kritiek op individuen of groepen’, heet het in het rapport. Dat blijkt ook uit de bijgevoegde citaten. 'Nederland wordt zo veel te duur. Stop daar nou eens mee!!!! Bezuinigingen op de verkeerde dingen zoals zorg en onderwijs. Het rechtssysteem zit ook niet eerlijk in elkaar; de bestraffing is krom. De benzine mag ook wel betaalbaar blijven; kwartje van Kok!!!!!’
Wat delen deze mensen behalve hun voorliefde voor uitroeptekens nog meer? Ik vraag het aan Paul Dekker, onderzoeker bij het SCP. Maar eerst wil die wat rechtzetten over de veelbesproken boze burgers. 'Als je met ze praat, zijn het echt wel vrolijke personen hoor. Mensen die leuke dingen doen met de buren. Het afkatten van de politiek lijkt voor hen vaak meer iets wat erbij hoort. Bijna gemeenschapsvormend.’
Het is niet het enige misverstand over BBB, legt Dekker uit. 'We zien inderdaad een algemene toon in Nederland die zurig is. Er heerst een klimaat waarin mensen niet zo snel iets positiefs zeggen.’ Er is brede onvrede over 'de manier waarop we samenleven’, de gezondheidszorg en de criminaliteit. Maar zodra er doorgevraagd wordt, blijkt die grote misnoegde meerderheid al snel uiteen te vallen in talloze minderheden.
BBB is iets vaker laagopgeleid, Limburger, Telegraaf-lezer, kijker naar Hart van Nederland en PVV-stemmer. Maar de verschillen zijn heel relatief, zegt Dekker. 'Natuurlijk zien we bij een deel van de meest boze burgers een opeenstapeling van harde problemen: werkloos, vrouw gehandicapt, kinderen op het speciaal onderwijs. Maar het onbehagen zit niet eenzijdig aan de onderkant. En het is evenmin vanzelfsprekend rechts. De laatste kwartalen begint zich een linksig onbehagen te manifesteren. Dat zijn mensen die zich druk maken over de politieke verharding. Over Wilders.’

ANDERS DAN de PVV-leider beweert, zijn Henk en Ingrid dus niet de doorsnee Nederlanders. Ze schieten zelfs tekort als personificatie van de boze burger. Die blijkt ook vaak links te zijn. Of Ali of Fatima te heten. Soms is hij zelfs steenrijk. Nog aan het begin van het millennium dook BBB regelmatig op in de hoedanigheid van een vermogende vastgoedbaron of makelaar - of in het wit geklede advocaat.
Maar wie of wat zijn Henk en Ingrid dan wel? 'Het zijn woorden’, reageert Gerrit Voerman, hoogleraar in Groningen en expert op het gebied van de geschiedenis van Nederlandse politieke partijen. 'Woorden waarmee politici een beroep doen op het volk. En waarmee ze tegelijkertijd een steek uitdelen richting de elite die niet zou weten wat er speelt in het land.’
Zo bezien staan Henk en Ingrid in een lange traditie. 'Zo komt Jan Splinter door de winter’, beet Marcel van Dam begin jaren tachtig Ruud Lubbers toe in een debat over de armoede. Hans Wiegel had het daarentegen over 'de mensen in het land’, die alle begrip zouden hebben voor maatregelen als het korten op de uitkeringen.
Volgens Voerman is de populariteit van zulke labels het gevolg van de ontzuiling en individualisering. 'In volkspartijen als de katholieke KVP, de christelijke ARP en de PVDA werden de sociale tegenstellingen verzacht door een religie of ideologie. Ze hadden een gezamenlijke visie op de toekomst. Ook op een gedeeld verleden trouwens. Bij PVDA-bijeenkomsten was er altijd veel rood en werd soms de Internationale gezongen. Zulke rituelen zorgden voor een grote mate van samenhang. Niet voor niets werd over volksvertegenwoordigers gesproken als “onze man in Den Haag”. Dat gevoel, van de partij als een gemeenschap, is verdwenen. Partijen hebben een groot deel van hun identiteit verloren.’
Om die vanzelfsprekende binding met de achterban te compenseren, komen partijen met modelkiezers. Media en bedrijven doen dat ook. Panorama schreef jaren geleden voor ene 'Piet’, de V&D had 'Petra’. De Yes richtte zich op de twintigjarige 'Suzanne’, die sinds kort op kamers in Doetinchem woonde. En op dezelfde manier doet de VVD het voor de hardwerkende Nederlander, HWI voor intimi. De 'gewone man’ wordt zelfs door alle mogelijke politieke richtingen geclaimd. Toch laat Voerman in ons gesprek doorschemeren dat er een belangrijk verschil is tussen Piet of Petra en Henk en Ingrid. De politieke ijkpersonen zijn geen onschuldige, feitelijke beschrijving van de doelgroep. Ze zijn evenmin bestemd voor intern gebruik. Het zijn mobilisatiemiddelen. Maar hoe?

IK KAN HET niet laten. Nieuwsgierig geworden naar Henk en Ingrid, maar murw geslagen door de statistieken, besluit ik af te reizen naar Nijmegen. Eerst de trein, daarna de bus. Als ik uitstap, zie ik geen Vinex-wijk. Wel een enigszins gedateerd gebouwencomplex. Ik loop een trap op, en daar staat het, op een bordje naast de deur. Hier zetelt Henk. De Henk die getrouwd is met Ingrid.
Het raam wordt in beslag genomen door de prachtig verkleurende bladeren van een boom. Henk zit aan zijn bureau. Hij ontvangt me allerhartelijkst, maar is tegelijkertijd op zijn hoede. Nee, zijn vrouw Ingrid laat dit interview liever aan zich voorbijgaan. Jawel, hij is blank. Boos ook. En hij houdt, heel doorsnee, van voetbal en fietsen. Maar ook van De Groene Amsterdammer. En op de PVV heeft hij nooit gestemd.
Wat hij, Henk van Houtum, hoofd van het Nijmegen Centre for Border Research aan de Radboud Universiteit en expert in grenspolitiek en nationale identiteit ervan vindt, dat hij tot het gezicht van het Nederlandse volk is gebombardeerd? Hij lacht. 'Ik werd er eerst eigenlijk heel vrolijk van. Dit is té koddig, dacht ik. Henk en Ingrid als de Joe the Plumber van Nederland. Ik was ervan overtuigd dat Wilders deze keer zijn hand had overspeeld. Hij had het té concreet gemaakt. Er zijn zo veel Henken, en die zijn zo verschillend. Ik kan meer verwantschap hebben met een Achmed dan met een andere Henk. Het zijn bovendien slecht gekozen namen. Henk en Ingrid zijn vandaag de dag helemaal niet doorsnee.’ Maar helaas. Henk had buiten de oppositie gerekend. Hij noemt het voorbeeld van een oude studievriend die voor de PVDA werkte. Die nodigde hem uit om een fractievergadering bij te wonen. Daar werd hij herkend. Meteen klonk het over de microfoon: 'Dames en heren, we hebben dé Henk van Ingrid te pakken!’
Grappig natuurlijk, maar tekenend dat het telkens weer gebeurt, vindt Henk. 'Het inzoomen op slechts twee namen voor een heel electoraat was niet per se een slimme zet van Wilders. Maar het wordt slim gemáákt. Door de andere politici die het oppakten. En door de media. Ik word nog altijd gebeld door kranten: “Wat vinden Henk en Ingrid van de eurocrisis?”.’
Daar werkt hij niet aan mee. Henk wil gewoon Henk zijn. Bovendien: 'Door het over te nemen bevestigt iedereen het idee dat er daadwerkelijk zoiets zou zijn als een Henk en Ingrid. Twee blanke oer-Nederlanders die het hele volk representeren. Er zijn Henk en Ingrid-websites, -Twitter-accounts en -Facebook-groepen. Natuurlijk, allemaal met een knipoog. Maar toch wordt het zo vanzelf een realiteit. En dat gebeurt elke keer met aantoonbaar onjuiste populistische termen die Wilders munt, zoals haatpaleizen, tsunami, massa-immigratie of bedrijfspoedel. Zijn tegenstanders blijken niet in staat om los van zijn vocabulaire een eigen taal te ontwikkelen. Die taalarmoede van de oppositie, dat vind ik verbazingwekkend.’
Verbazingwekkend én gevaarlijk, meent hij. 'Door zo over het volk te praten wordt er een onderscheid gemaakt en uitvergroot tussen wij en zij. De verschillen binnen dat zogenaamde eigen volk worden daarbij doelbewust verzwegen. En het “zij” wordt vrijwel altijd een bedreigende ander: de islam, de elite, de Grieken.’
Wie 'volk’ zegt, wil bedriegen. Zo ook Wilders. Henk leunt achterover. De muur aan zijn linkerhand is gevuld met boeken: Foucault, Nietzsche, Naomi Klein. Elitaire linkse hobby’s, zou Wilders zeggen. Niks voor Henk en Ingrid. Aan de wand aan de overzijde hangen oude landkaarten met staten, steden, grenzen.
'Het is doorgaans de staat die een natie creëert, niet andersom’, legt Henk uit vlak voordat ik opsta om weg te gaan. 'Zo creëren ook politici een aanhang, Een volksvertegenwoordiger is dus eigenlijk het omgekeerde.’ Wilders als volksmaker? 'Precies. Het feit dat de kiezersgunst vlak voor de verkiezingen nog kan wisselen, betekent in feite dat het volk nog ter plekke gemaakt wordt. Wilders doet precies dat. Hij vertegenwoordigt niet zijn aanhang. Hij máákt haar. Door middel van Henk en Ingrid.’