Bijzonder hoogleraar persoonlijke financiële planning, Universiteit van Tilburg

Henriëtte Prast

Een prangend probleem is een probleem dat niet alleen heel ernstig is, maar ook elke dag groter wordt. Het meest prangende maatschappelijke probleem is daarom de omgang met de natuur. We rijden in een auto met 130 kilometer per uur op een muur af die al zichtbaar is, dat weten we ook, maar we hopen op een wonder want de auto is zo comfortabel.

Het voortbestaan van de planeet is een globaal publiek goed - noch individuen, noch landen zijn ervan uit te sluiten. Wie er individueel aan bijdraagt merkt geen effect en ziet het resultaat van zijn inspanningen vervliegen als anderen niet hetzelfde doen. En als het wel verschil maakt, delen ook vervuilers mee in de “opbrengst”. De optimale “productie” van een dergelijk goed vereist dan ook coördinatie, want als iedereen meedoet werkt het wel. We hebben echter geen globale regering die namens alle wereldburgers dwingend kan komen met een oplossing. Op individueel niveau is het moeilijk om bij te dragen, want de individuele fietser die zich omringd ziet door auto’s weet dat hij in zijn eentje een verwaarloosbaar effect heeft. Personen en instituten met een voorbeeldfunctie kunnen effect sorteren ook zonder dwang, regels of financiële prikkels. Door rolmodel te zijn, door de sociale norm te beïnvloeden. Helaas laten overheden veel kansen lopen om het goede voorbeeld te zijn. Ze behangen hun gebouwen met neonreclame al dan niet in de vorm van kunst, en versieren snelwegen met een overdaad aan licht. De impliciete boodschap is dat energie kennelijk niet iets is om zuinig mee om te gaan. Dat leidt, in combinatie met geboden die doorwerken in de privé-sfeer zoals gloeilampen, ook tot onbegrip ja zelfs cynisme bij de goedwillende burger. Ook al omdat dezelfde gloeilampen die wij niet meer mogen kopen in de EU nog wel in diezelfde EU geproduceerd worden voor de export naar niet-EU landen. Groepen kunnen proberen een maatschappelijke voorhoede te vormen die uiteindelijk wordt nagevolgd. Die avant-garde is er ook, maar gedragsverandering van onderop kost tijd, veel tijd, en dat hebben we met deze prangende kwestie niet.

Het meest onderschatte probleem is dat van de bio-industrie. Onze samenleving acht het moreel verantwoord om dieren te beschouwen als gebruiksgoederen, als dingen, en ze hun leven lang “mensachtig” te mishandelen. De reden: ze horen niet tot onze groep. Dezelfde reden kortom die ten grondslag ligt aan seksisme, racisme en slavernij en die wel speciësisme wordt genoemd. En dat terwijl dieren, en zeker zoogdieren, overeenkomen met de mens juist in die eigenschappen waaraan we voorbijgaan in de manier waarop we ze in factory farms behandelen. Dieren willen net als wij lichamelijk contact, een prettige leefomgeving, spel, het vermijden van pijn, zich voortplanten, en niet doodgaan voordat hun tijd er op zit. De gemiddelde levensduur van een kip in natuurlijke omstandigheden is zeven jaar, die van een vleesindustriekip zeven weken.

Bij al deze somberheid een paar lichtpuntjes. Het is inmiddels ook in het directe belang van de mens dat er einde komt aan vleesconsumptie en de bio industrie. Voor de productie van een biefstuk van drie ons is meer dan 450 liter water nodig, en de wereldwijde consumptie van vlees is een grotere bedreiging voor de planeet (CO2) dan al het vervuilende transport ter wereld. Ook vormt de bio-industrie een steeds grotere bedreiging voor de gezondheid van de mens als individu en als soort - species. Bovendien heeft Nederland een enorme beleidstroef in handen: wij zijn een van de grootste vleesexporteurs ter wereld, en als we met de productie zouden stoppen heeft dan een enorme impact ook globaal. Vele kleintjes maken een grote: als elke Nederlander een dag per jaar geen vlees zou eten, zou de CO2 uitstoot in ons land met enkele tonnen dalen, zo heeft het Planbureau voor de Leefomgeving uitgerekend.

Het meest overschatte probleem? Dat van de cultuursector. Zolang het vooral hoge inkomens zijn die met hun theater en museumbezoek profiteren van de subsidies, en zo lang gesubsidieerde voorstellingen lang pre dato zijn uitverkocht aan die hoge inkomens, mag het van mij wel een onsje minder zijn.


Bekijk het profiel van Henriëtte Prast bij de Universiteit van Tilburg of bij de WRR, en lees ook het interview met Prast in de serie Het algemeen belang van De Groene Amsterdammer