Her en der een mannequin

Vlinders, of Lepidoptera, produceren geluid als deel van een paringsritueel om te communiceren tot welke soort ze behoren.

Medium film

Van de zijderupsmot heeft de geluidskunstenaar Michael Prime jaren geleden opnamen gemaakt die te horen zijn in Peter Stricklands nieuwe film The Duke of Burgundy. In een nachtelijke scène loopt een vrouw geblinddoekt door een storm van motten en vlinders heen. Het fladdert en zoemt. De vrouw ziet niets, ze hoort alles.

Strickland, een Engelse regisseur woonachtig in Hongarije, maakte twee jaar geleden het briljante Berberian Sound Studio, over een geluidstechnicus die naar een studio in Italië reist om aan een horrorfilm over heksen te werken. Stricklands grote prestatie met dit werk is dat hij het intertekstuele spel geraffineerd speelt. Hij verwijst naar allerlei gialli of Italiaanse exploitatiefilms van de jaren zeventig. Maar het is net alsof je naar een origineel zit te kijken. Met andere woorden: hij refereert niet alleen, hij máákt iets nieuws. In een artikel op de website van het British Film Institute toont Strickland zich bewust van de gevaren van hommage. ‘Dat kan ontaarden in een maniertje waardoor de aandacht van de film naar de regisseur verschuift’, schrijft hij. ‘Maar wanneer dat op een organische wijze wordt gedaan, zoals bij Peter Greenaway en Quentin Tarantino, dan werkt dat verrijkend voor de nieuwsgierige kijker.’

Net als Tarantino voedt Strickland onze curiositeit door precies aan te geven wat zijn inspiratiebronnen zijn. In het geval van The Duke of Burgundy wisselen deze van Stan Brakhage’s Mothlight (1963, bladeren, insecten, enzovoort geplakt op 16mm-film) tot jaren-zeventigseksfilms van beruchte regisseurs als Jess Franco, vooral A Virgin among the Living Dead (1973), Walerian Borowczyk, Jean Rollin en Alain Robbe-Grillet. Allemaal ‘cinematografische boeven’, aldus Strickland, die Europa destijds doorkruisten op de vlucht voor censuur en op zoek naar financiering. Hij voegt hieraan toe dat ze ook niet ‘wars waren van sadomasochisme of hier en daar een mannequin’.

Terug naar Stricklands nieuwe film: ergens in Europa wonen twee vrouwen in een Victoriaans huis in een stadje aan de rand van een bos. Cynthia (Sidse Babett Knudsen), een lepidopteroloog, is wat ouder dan Evelyn (Chiara D’Anna), die eveneens vlinders bestudeert. De vrouwen hebben een ritualistische sm-relatie: reinig het tapijt op je knieën, was mijn ondergoed, masseer mijn voeten, poets mijn laarzen, bind mij vast. Samen gaan ze naar lezingen waar vrouwen over vlinders praten. In het publiek, tussen de vrouwen, is soms een etalagepop te zien. Later komt de relatie van Cynthia en Evelyn onder druk wegens ontrouw.

The Duke of Burgundy (dat is een soort vlinder) is een film die je ontzettend vaak kunt zien. Het verhaal gaat over de melancholie van de tanende liefde. Maar voor mij is het vooral voelbare cinema, een cinema van hart en ziel die je wilt aanraken met je vingertoppen, zoals bij de experimentele films van Brakhage. Je moet álle zintuigen gebruiken, vooral luisteren, als je naar The Duke of Burgundy kijkt, zelfs ruiken, want dit is een film waarin een van de credits in de wonderschone titelsequentie (muziek: Cat’s Eyes) luidt: ‘Parfum door Je Suis Gizella.’ Ik overdrijf niet: terwijl de vrouwen zich aankleden en klaarmaken, wat ze véél doen, is die geur aanwezig.


Beeld: Knudsen als Cynthia (staand) en Chiara D'Anna als Evelyn in The Duke of Burgendy / Cinemien