Kunst

Herbarium

Op het midden van mijn levensweg bevond ik mij opeens, van de snelweg afgedwaald, in het Arboretum Belmonte in Wageningen, waar de vijfjaarlijkse tentoonstelling Beelden op de Berg is ingericht.

Het is een schitterende plek, een glooiend park, hoog boven de Rijn; het arboretum is de oude verzameling bomen en struiken van de Universiteit van Wageningen en dus staat het er vol met sierkersen, magnolia’s, 250 verschillende sierappelbomen en honderden rhodondendrons – de rhodondendron Stadt Essen naast de rhodondendron Willbrit, enzovoort. Hiertussen wordt sinds 1976 kunst geplaatst. Dit jaar staan er, onder de titel (Re)Source (waarom toch altijd dat quasi-vernuftige gedoe met die haakjes en die hoofdletters, en altijd dat quasi-universele engels, really) een twintigtal sculpturen, installaties en films van kunstenaars en ontwerpers die (aldus de curatoren) ‘spelen, nadenken en werken rond de thema’s authenticiteit en manipulatie’. Actueel thema, zeker in Wageningen, zeker in tijden van Monsanto en het genetische gepiel met rassen en gewassen.

De tentoonstelling toont enerzijds makers die zich met de grondstoffen bezighouden, en daaronder zitten designers als Studio NL en Christien Meindertsma, die onderzoek doen naar zand (als grondstof voor glas) en vlas (als grondstof voor van alles en nog wat). Dat past hier mooi, in die universitaire context, maar heel bijzonder of sprankelend nieuw is het allemaal niet – het heeft zelfs iets zeer ouderwets, die vitrines met zaden met fraaie etiketjes, kweekbakken met variaties vlasrassen, kaarten met grondsoorten. Er zijn fantasievolle projecten, zoals de ren met Red Junglefowl, twee fazantachtige oerkippen van de Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen, maar ook hele flauwe, zoals de planten die plat tussen twee platen glas groeien, het ‘levend herbarium’ van Driessens Verstappen.

Je zou denken dat de teloorgang van zo’n arboretum je wat meer fundamentele thema’s zou aanreiken. Een arboretum is net als een herbarium en een dierentuin een bewaarplaats van levend materiaal, en dus een bolwerk tegen de vergankelijkheid en de dood. Maar die manier van bewaren is overbodig, nu van die in herbaria bewaarde planten het dna geëxtraheerd kan worden. Noachs ark is nu een vrieskist of een usb-stick. In de tropische kas van het Instituut Plantentaxonomie zijn de planten al gestorven; het herbarium wordt overgedaan aan Naturalis, in Leiden, en de universiteit heeft het wetenschappelijk beheer van het arboretum gestaakt, nu het rhodondendron-dna elders is opgeslagen.

De reductie van de natuur tot de code van de dubbele helix met verlies van haar reële verschijningsvorm, is wetenschappelijk gezien logisch, maar menselijk gezien wrang: wij zijn immers de volgende soort die op een usb-stick zal passen. De curatoren hadden andere gedachten, dat is duidelijk – maar mij viel op dat niemand echt op die even weemoedige als onheilspellende situatie is ingegaan. Op twee deelnemers na: Maria Barnas, die een zeer obscure film toont, een wandeling door Kew Gardens met een blinde bezoekster geregistreerd met een iPhone in een camera obscura. Je ziet eigenlijk niks; de bezoekster omschrijft voorzichtig de indruk die bomen en planten op haar maken. Ook zij ziet er vrijwel niets van, maar ze vermoedt hun omvang en structuur. En Barbara Visser, die een uiterst gedragen, stijlvolle film maakte van de dode planten in die tropische kas. Op sombere pianoklanken komen ze, in het maanlicht, opeens in beweging: een marionettenspeler trekt ze aan onzichtbare touwtjes omhoog als de geestverschijningen van wat ooit levende natuur was.


(Re)Source, Beelden op de Berg, Arboretum Belmonte, Wageningen, t/m 15 september. beeldenopdeberg.nl