Naoorlogse renovatie van de Shaklanza Moskee in al-Shihr, Oost-Jemen, 2020 © Rashid Bin Shibraq / Daw‘an Architecture Foundation

Er zijn van die gesprekken waarvan je hoopt dat niemand ervan hoort, terwijl je ze toch wil voortzetten. Ik maakte het eens mee in een gezelschap van internationale hulpverleners en oudere diplomaten. Het gesprek kwam op de vraag welk land de meeste indruk op je maakt. Het leek een potje opscheppen te worden, indirect over de omvang van ieders ecologische voetafdruk. Opvallende winnaar: Jemen. Bijna iedereen die er was geweest, noemde het als het meest indrukwekkende land ooit bezocht.

Eenmaal aangekomen in Sanaa zag ik waarom. De dagen die volgden waren overdonderend. De wereld kent een werkelijk sprookjesachtig land, zo bleek, met adembenemende architectuur. Grote lemen flatgebouwen, met prachtige, verfijnde ornamenten in vriendelijk golvende muren. De zon verhoogde het contrast tussen geschilderd hout en vele tinten beige en oker van leem, zand en rots.

Kort na de reis brak de oorlog uit, nu zeven jaar geleden, en het einde ervan is nog niet in zicht. De opstandige sjiitische Houthi’s winnen terrein met hulp van Iran. De verdreven regering slaat terug met een coalitie van soennitische Arabische landen, geleid door Saoedi-Arabië. Met andere woorden: een binnenlands conflict verwerd tot een proxy-oorlog van de twee grootmachten in de regio. Wereldgrootmachten VS en VK bemoeien zich er ook mee: alleen al in de afgelopen vijf jaar verkochten ze voor meer dan twintig miljard euro aan wapens aan Saoedi-Arabië alleen. Irans steun bleek vooral toen de Houthi’s via drones succesvol het ministerie van Defensie in Saoedi’s hoofdstad Riyad wisten te raken.

Sinds de oorlog woedt krijg ik voortdurend filmpjes via Twitter en Facebook waarin een VN-kopstuk oproept mee te helpen de grootste voedselcrisis van het moment te bestrijden. Sinds 2020 zijn meer dan twintig miljoen mensen, bijna twee derde van de bevolking, afhankelijk geraakt van voedselhulp. De filmpjes laten hemeltergende beelden zien en, ik geef het direct toe: ik kijk ze niet meer. Te pijnlijk. Tegelijk ging ik al wel op zoek naar het lot van de prachtige lemen flatgebouwen die mij destijds betoverden.

Cultureel erfgoed van dit niveau is van de mensheid, niet van partij A of B

Wie dat doet, stuit al snel op Salma Samar Damluji, een Iraaks-Britse architect geboren in Beiroet en aldaar aangesteld aan de American University als hoogleraar architectuur in de islamitische wereld. Ze is tevens auteur van het prachtige boek The Architecture of Yemen: From Yafi to Hadramut uit 2008. Dit jaar volgt een herziene editie met de toevoeging ‘and Its Reconstruction’ in de titel. Begrijpelijk, want die reconstructies vormen haar belangrijkste werk. Met de door haar geleide Daw’an Mud Brick Architecture Foundation herbouwt ze in Jemen geruïneerde en kapot gebombardeerde moskeeën, stadspoorten en ja, die lemen flats.

Dat ik niet meer kan of wil horen over het menselijk lijden in Jemen en wél lees over de destructie van cultureel erfgoed is een bekende aandoening, niet alleen in kringen van cultuurbeschermers. Eventueel schuldgevoel daarover lijkt Samar Damluji weg te willen nemen in de interviews die ze geeft. Cultureel erfgoed van dit niveau, zegt ze, is van de mensheid, niet van partij A of B, noch van het land waar ze zijn te vinden of de lokale machthebbers van het moment. Een aanslag op dat erfgoed gaat ons dus allemaal aan, niet alleen de inwoners van de provincie Hadramut, waar Samar Damluji haar belangrijkste, recente reconstructies heeft gebouwd. Tegelijk onderstreept ze dat haar reconstructiewerkzaamheden de mensen ter plaatse dienen, omdat het hier om levende architectuur gaat. Soms eeuwenoud, zeker, maar vaak ook niet. Voor het herbouwen (beter woord dan restaureren) hoeft ze niet op zoek naar gespecialiseerde vakmannen met kennis van historische bouwmethoden. Want al heeft Jemen gebrek aan alles, niet aan een groot reservoir van bouwvakkers die weten hoe je op de traditionele manier bouwt, zonder cement of gewapend beton. Met leem en hout. Samar Damluji: ‘Buiten de regio is die kennis nagenoeg verdwenen. In Jemen is die ruim voorradig.’

Het is de dominante vorm van bouwen. ‘Het belang van deze reconstructies is niet zozeer gelegen in het herstellen van verwoest erfgoed. Het is meer om duidelijk te maken dat dit belangrijke architectuur is voor de toekomst.’

Salma Samar Damluji wil duidelijk maken: dit is jullie architectuur, jullie cultuurschat, die moet blijven, oorlog of niet. En hoewel de stichting spreekt van ‘post-war reconstruction’ gaat het hier eigenlijk om ‘during-war reconstruction’. Het weer opbouwen is een daad in die oorlog. Het laat macht zien in plaats van onmacht.

Die boodschap is mooi, maar natuurlijk ook een tikje bevoogdend. De reconstructies, gefinancierd met geld van de British Council en het Prins Claus Fonds, laten zien: wij helpen jullie jezelf te zijn. Tegelijk bieden ze troost. Hoeveel Amerikaanse of Britse raketten ook de lemen droompaleizen van de Jemenieten vernielen, met buitenlands geld keren ze weer terug. Al tijdens de oorlog. Mensen sterven, de gebouwen blijken onoverwinnelijk.