H.J.A. Hofland

Herdenk de wederopbouw

Als het jaar waarin de Tweede Wereldoorlog eindigde, is 1945 nu wel tot in de laatste finesse herdacht. Nu zouden we eigenlijk met de volgende herdenking bezig moeten zijn: die van het begin van de wederopbouw, het ontstaan van een nieuwe wereld waarin de supermachten 44 jaar, met vermijding van een vernietigende oorlog, om de mondiale hegemonie hebben gestreden terwijl ze op het deel van de planeet dat ze als hun invloedssfeer be schouwden, hun eigen systeem probeerden te vestigen.

In West-Europa hebben de Amerikanen dat in grote lijnen op een voorbeeldige manier gedaan. George Kennan, de diplomaat met grondige ervaring in Moskou, ontwierp de politiek van containment, de beperking van de sovjetmacht tot het territorium dat in 1945 door het Rode Leger was veroverd. George Marshall droeg de verantwoordelijkheid voor het economische hulpprogramma dat het betrekkelijk snelle herstel van West-Europa mogelijk maakte. Dean Acheson legde de grondslag voor de buitenlandse politiek waardoor West-Duitsland op den duur volwaardig lid van het westelijk bondgenootschap werd. De Truman Doctrine gaf de ideologische grondslag tot verbreiding van de democratie.

De wederopbouw van West-Europa is onbeschrijflijk ingewikkeld geweest. Hoe het de Amerikanen verging in het half verslagen, half bevrijde Italië, heeft Curzio Malaparte beschreven in zijn roman De huid. Je krijgt medelijden met de boerenjongens uit het Midden-Westen, in Napels als brengers van de democratie aan land gegaan waar ze, zonder er besef van te hebben, onder leiding van de plaatselijke specialisten door de dranklokalen en hoerenhuizen werden gevoerd en na hun vrolijke avond met alleen nog hun onderbroek in een steeg wakker werden. In Der Fragebogen geeft Ernst von Salomon antwoord op de 131 vragen van het Amerikaanse denazificatie formulier. Hij doet het zo grondig dat daaruit een roman van 450 pagina’s ontstaat, in zijn soort een even ironisch document als het boek van Malaparte. Der Fragebogen, verschenen in 1951, is de eerste bestseller in het naoorlogse Duitsland.

Tot het proces van de wederopbouw en de zich ontwikkelende Koude Oorlog hoort de dekolonisatie, door de Amerikanen zoveel mogelijk bevorderd, en in Europa begeleid door wrok en spijt over het verlies van het overzeese bezit.

In een altijd aanwezige drang tot overperfectionisme probeerde Amerika de onmiskenbaar geslaagde Europese onderneming in het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië te herhalen. Naast de Navo ontstonden het Bagdad Pact en het Zuidoost-Azië Pact. Twee mislukkingen. De deelnemers waren niet overtuigd van de geopolitieke noodzaak, er was geen politieke wil en geen publieke opinie die er een bondgenootschap van kon maken gelijkwaardig aan het Atlantische.

Bij de wederopbouw van het Westen werden fouten gemaakt en conflicten geschapen. Het mccarthyisme was de grote crisis van het Amerikaanse zelfvertrouwen. Vijftig tot zestig jaar later zien we wel wat toen beter had gekund. Maar nu gaat het om het historisch perspectief. Na de oorlog heeft Amerika een beleid gevoerd waardoor uit chaos, armoede en verwoesting een vrije, welvarende en weerbare alliantie is gegroeid. De bekroning van dat werk is de val van de Berlijnse Muur, de zekerheid dat de Koude Oorlog met vermijding van de nucleaire verwoesting was gewonnen.

Na tien jaar van toenemend feestvieren kwam in het Westen de ineenstorting van de eeuwig gewaande Nieuwe Economie, gevolgd door 11 september 2001. Na een goed begin van herstel, de oorlog tegen de Taliban in Afghanistan, heeft de Amerikaanse regering, beïnvloed door neoconservatieve inzichten, een rampzalige vergissing begaan. Het vraagstuk van het Midden-Oosten, dacht men, was in grote trekken vergelijkbaar met de problemen die na 1945 in Europa en dan vooral in Duitsland en Japan en in mindere mate in Italië moesten worden opgelost. Dat was een geweldig werk geweest, maar het principe was simpel: versla en verwijder het dictatoriale regime, zuiver de bureaucratie, geef economische hulp, steun de wederopbouw en als vanzelf bloeit uit de puinhopen van de verslagen landen de democratie op. Zo dacht de leidende intellectueel Paul Wolfowitz erover. Mevrouw Rice, toen veiligheidsadviseur, zei: in Duitsland ging het, achteraf bezien, ook vlot.

Ja, de Duitsers hadden een eeuw van industriële traditie achter zich, en Hitler heeft nauwelijks een halve generatie geduurd. De wederopbouw in Italië en Duitsland heeft zich voltrokken op een bodem die bouwrijp was gebleven, ondanks de dictatuur en de verwoestingen van de oorlog. In de voormalige As-mogendheden bleek al vlug een politieke elite klaar te staan die bereid was om met de vijand van eertijds de grondslag voor de Europese eenwording te leggen. De Europese christen-democraten en socialisten kregen in heel West-Europa een beslissend aandeel in de wederopbouw en het voeren van de Koude Oorlog.

In het Midden-Oosten zijn geen christen-democraten en socialisten, er is geen democratische en geen industriële traditie. Er zijn vertakkingen van de islam die de westerse democratie onverzoenlijk vijandig gezind zijn, er zijn politiek corrupte dictators van wie sommige tot onze belangrijkste olieleveranciers horen en er is de grote massa van arme Arabieren die ziet hoe de bevrijding, democratisering en wederopbouw van Irak verder in de soep loopt.

Zouden we nu het begin van de wederopbouw in het Europa van 1945 herdenken, dan zouden we on vermijdelijk ook vaststellen hoe armzalig het gezelschap van Bush afsteekt bij zijn grote voorgangers van toen. Present at the Creation, heten Dean Achesons memoires. Ferme titel, maar hij had er recht op. Het zal me benieuwen welke titel Bush zijn boek geeft.