Herdenken en herinneren

Frans Bromet maakte vier indrukwekkende interviews met direct betrokkenen bij de Grote Indonesische Oorlog. Een kleed werd weggehaald waaronder het vuil zich jarenlang had opgehoopt. Hueting had ooit als eerste een hoekje opgetild. Ik herinner me met zekere weerzin hoe mijn generatie en kring destijds triomfantelijk zeiden: ‘Zie je wel, Nederland, Nederlanders deugen ook niet.’ Dat paste immers in onze ‘strijd’ tegen vroegere en toenmalige regenten. Door de vaststelling waren wij tegelijk een betere soort. God, wat was het eenvoudig om ‘goed’ te zijn. Huetings pijn deed er minder toe. Via Bromet kreeg ik die in veelvoud voor m'n kiezen.

Overigens gebeurde dat in de weken rond de herdenking vaker. Door meer programmamakers en zendgemachtigden. Dat is het nut van herdenken. En tegelijk de beperking: jaren niks, dan waterval en overkill en weg is het. Misschien is dat ook een zegen: overleven is ondenkbaar zonder vergeten - individueel en collectief.
Hoe dan ook, een soldaat van het Knil vertelde hoe groot de tegenstelling was tussen hun gevoel van onoverwinnelijkheid en de confrontatie met de Japanse werkelijkheid. Om duidelijk te maken hoe hard ze, zonder een schot terug, wegliepen noemde hij Zatopek, het Tsjechische fenomeen. Bromet, educatief denkend aan de gemiddelde leeftijd van het kijkerspubliek, lichtte toe: ‘de naoorlogse lange-afstandsloper’. Daar wilde zijn zegsman niet aan: hij had, in 1942, toen hij rende voor zijn leven, aan die naam gedacht dus was Zatopek vooroorlogs. In theorie bestaat de mogelijkheid dat een soldaat van het Knil, buitengewoon in atletiek geinteresseerd, de uitslagenlijsten van Tsjechoslowaakse juniorkampioenschappen bijhield, maar ik houd het erop dat hij later opgedane kennis in de tijd naar voren projecteerde en op die wijze een ware herinnering in een historisch niet-correcte metafoor vatte. Bromet liet het erbij.
Het aardige van dit pietluttig beschreven incident is dat het ongeveer twee uur werd uitgezonden voor deel I van Wim Kayzers nieuwe magnum opus Ver- trouwd en toch zo vreemd over geheugen en herinnering. Elk zweem van meewarigheid over des Knillers vervalste herinnering werd de kijker daarin wreed ontnomen: ieders herinneringen zijn, vaak aantoonbaar, onbetrouwbaar. We realiseren ons dat wellicht maar voelen het niet. Zoals we weten dat objectiviteit niet bestaat maar toch onze waarneming als absoluut en juist ervaren.
Het 'wrede’ ervan was dat de bewijskracht van Kayzers getuigen zo verpletterend was, dat wij ook onze eigen illusies op moesten geven. Hoewel haast al mijn vroege herinneringen (of wat ik daarvoor houd) met angst te maken hebben en in het gunstigste geval 'neutraal’ zijn - waarmee ik een levende illustratie ben voor de opvatting van schrijver Joseph Brodsky dat gevaar herinneringen produceert - stemt het besef van hun twijfelachtige betrouwbaarheid toch niet vrolijk. Alsof me iets werd afgenomen. Toch wordt Kayzer, zonder ironie, bedankt voor met zorg gemaakte, diepgravende televisie. Die ertoe doet.