Herdenkende sponsors

Het feit dat men door de nationaal-socialisten is vermoord of de ballingschap is ingejaagd, is geen artistieke kwaliteitsgarantie. Menno ter Braak heeft dit, tot veler ongenoegen, geconstateerd toen hij de staf brak over de emigrantenliteratuur. Voor de zogenaamde entartete Musik geldt hetzelfde. ‘Het gevaar dat ethische sentimenten het zicht ontnemen op de zuivere artistieke waarde is dezer dagen groot’, constateert Paul Janssen in Het Parool. Zijn Trouw-collega Franz Straatman meent zelfs te moeten constateren dat de slinger naar de andere zijde is doorgeslagen: ‘Jood-zijn lijkt een aanbeveling.’ Waarom hebben wij de vijftigste mei niet herdacht met Jan van Gilses opera Thijl, vraagt hij zich af. ‘Was Van Gilse maar jood geweest, dan was van de opvoering een nationale zaak gemaakt.’

Helaas, het feit dat Van Gilse goed was in de oorlog, twee zonen in het verzet heeft verloren en zelf uiteindelijk onder een schuilnaam is begraven - de argumenten zijn van Straatman - zegt niets over de kwaliteit van zijn partituren. Ik neem op gezag van de criticus graag aan dat het ‘een schitterend werk’ betreft. Voorlopig ben ik zielstevreden met het alternatief dat ons op de avond van de vierde mei in de Stadschouwburg is geboden: Victor Ullmanns opera Der Kaiser von Atlantis. Het werk is gecomponeerd in het concentratiekamp Theresienstadt. Tot een uitvoering op deze onzalige locatie is het niet gekomen, omdat de nazi’s dit hebben voorkomen door componist en medewerkers naar Auschwitz te sturen.
Tja, er is in Theresienstadt ongetwijfeld ook veel slechte muziek vervaardigd. Der Kaiser von Atlantis is toevallig een meesterwerk, dat ik in noodgevallen ook wel op 4 juni, 4 augustus of 4 januari zou willen zien en horen.
Ik heb inmiddels heel wat dodenherdenkingen achter de rug, maar deze laatste, in de cultuurtempel van Cox Habbema, zal in mijn particuliere beleving niet meer worden geevenaard. Laat ik mij beperken tot een karakteristiek van het publiek: dat bestond uit mensen waarbij je stuk voor stuk kunt onderduiken als ooit weer de nood aan de man komt. Er waren niet minder dan dertig instanties gemobiliseerd die deze produktie financieel ondersteunden, van het Prins Bernhard Fonds tot de Koninklijke Bols Wessanen, van de Rabobank Purmerend tot de Tsjechische ambassade.
Mijd zoveel mogelijk voorstellingen waarbij sponsors zijn betrokken. Zij kwebbelen, applaudisseren tussen de delen door en zijn primair geinteresseerd in het sociale geslemp na afloop van de voorstelling. Hier, in de Stadsschouwburg, waren alle dertig sponsors onzichtbaar, gewone mensen tussen gewone mensen, verenigd door de wetenschap getuige te zijn van een bijzondere avond.
Mogelijk gemaakt door niet minder dan dertig sponsors, een mammoetscore. Wat moet de producent van dit gebeuren een galeienarbeid hebben verricht voordat hij zijn begroting rond had! Zeker, het kunstministerie heeft een centje voor haar rekening genomen. Evenals de heldhaftige en barmhartige gemeente Amsterdam. Veel kan het niet zijn geweest, getuige het aanvullende gebedel bij subsponsors als Jonk Cars en de Stichting Fondsenwerving Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers. Mijn scepsis over de op velerlei fronten falende 'terugtredende overheid’ werd in elk geval weer eens proefondervindelijk bevestigd.