Nader bekeken

Herdenkingstelevisie

Walter van der Kooi ziet veel meer dan alleen dat waarover hij zijn kronieken schrijft. Vandaag: twee films die om uiteenlopende redenen niet eerder gemaakt konden worden.

Medium csm de film die nooit afkwam5 3ba1d73a33
© EO

Steeds weer nieuwe verhalen rond 4 mei. ‘Kom vanavond…’ dichtte Vroman en al werd hij op den duur zelf beroerd van die overgeciteerde regels, raker kan het niet geformuleerd. Daarom het jaarlijkse herdenkingstelevisie-stuk, deze keer over twee films die, om uiteenlopende redenen, voorheen niet gemaakt konden worden. Op 4 mei is bij de EO De film die nooit afkwam te zien. Paradoxale titel, want hij is nu dus af. De man die er eind jaren zeventig aan begon maar de pijp aan Maarten gaf, is Frans Bromet. De man die hem alsnog, op uitnodiging van de nabestaanden van hoofdpersoon Sieg Maandag, afmaakte is ook Frans Bromet. Fundament is een verbijsterende foto die de Engelse fotograaf George Rodger in april 1945 in het zojuist bevrijde kamp Bergen-Belsen maakte. Een jochie van zeven, acht loopt over een weg waarnaast rijen doden liggen. Korte broek, gebreid streeptruitje, sokken, schoenen – dezelfde outfit die ik (een jaar jonger) en andere jongens toen droegen in bezet Amsterdam. Zou hij die netjes lijkende kleren gekregen hebben van Britse soldaten, misschien gevorderd in de omgeving?

De jongen is Sieg, die, samen met ouders en zusje, door mannen in leren jassen van huis was gehaald (ze dronken eerst nog jenever met zijn vader?!) en via Hollandse Schouwburg en Westerbork in Belsen belandde. Waar hij gescheiden werd van zijn ouders. Wat hem, in een nacht, een zo existentieel gevoel van eenzaamheid bezorgde dat het zijn verdere leven mee bepaalde. Op het moment van de foto is zijn vader dood en leeft zijn moeder nog – wat hij allebei niet weet. Omgekeerd weet zijn moeder niet of híj nog leeft. Terug in Amsterdam vraagt ze vergeefs om inlichtingen bij het Rode Kruis en bij de Beurs waar haar man had gewerkt. Maar als ze in de Beurs de postbus van haar man openmaakt, vindt ze daarin een aantal exemplaren van Life waarin de foto is gepubliceerd. Een Amerikaanse oom dacht, terecht, zijn neefje te herkennen. Bizar. En leidend tot hereniging. En ze leefden nog lang, zij het niet onverdeeld gelukkig. Al maakte Sieg, onder meer als kunstschilder, er heel wat van, mede dankzij een liefhebbende, evenwichtige echtgenote en twee inmiddels volwassen kinderen die zich hem, inmiddels overleden, liefdevol herinneren, ondanks zijn extreme stemmingswisselingen.

Sieg zelf, ondernemend en geestig, wilde graag een film over zijn eufemistisch gezegd ‘bewogen’ leven. Bromet werd gevraagd en de bedoeling was dat de film zou uitmonden in een ontmoeting tussen volwassen Sieg en inmiddels bejaarde fotograaf Rodger die verbluft en blij was dat Sieg het had gered. Rodgers verbazing niet zo vreemd: ik lees dat de bevrijders naast massagraven en duizenden(!) onbegraven lichamen 60.000 levenden aantroffen, van wie er 14.000 in de weken erna alsnog stierven. Bromets nieuwe film is deels onderzoek naar de vraag waarop het stukliep tussen hem en de toenmalige filmproducent, en uiteindelijk tussen hem en de familie Maandag. Misschien soms iets te gedetailleerd, en misschien kan de kijker iets meer begrip opbrengen voor de twijfels die er destijds over zijn filmaanpak leefden dan Bromet zelf. Maar dit nieuwe resultaat (met veel materiaal uit de oorspronkelijke film) is onorthodox en fascinerend. En laat die ontmoeting tussen fotograaf en het volwassen geworden kind uit Belsen nou wel plaatsgevonden hebben nadat Bromet was afgehaakt. Er bestaan prachtige foto’s van, waarschijnlijk gemaakt door mevrouw Rodger.

Klassieker van vorm is de documentaire Het zijn maar Duitsers van Bart Hölscher. Nauwelijks iemand weet dat in Noord-Limburg de grootste begraafplaats van Nederland ligt. Zo bekend als Margraten is (ruim achtduizend gesneuvelde Amerikanen) zo onbekend is Ysselsteyn (meer dan 31.000 graven, overwegend gesneuvelde Duitsers). Voorheen ondenkbaar dat daarover een film gemaakt zou worden. Na ruim zeventig jaar is dat toch gebeurd, en hij is mooi ook. Omdat de pijn die oorzaak van onmogelijkheid en verdringing was en is mede het onderwerp vormt. Ze zitten er allemaal in: van de ‘antifascist’ die in de geest van J.B. Charles vindt dat het hele zooitje opgeruimd en over de grens moet (‘Heim ins Reich’ bedacht ik gegeneerd) tot de hoogbejaarde SS’er die huilend alsnog de tocht naar zijn gesneuvelde kameraden onderneemt. Van de achterkleindochter van de gesneuvelde parachutist die uit liefde voor haar bejaarde opa naspeuringen naar zijn vader doet, doodsbang dat ze op erger zaken dan ‘alleen maar’ oorlogshandelingen zal stuiten – tot de gepensioneerde Peel-boer, wiens vader werd geëxecuteerd en van wie de titel (Het zijn maar Duitsers) komt. Maar juist hij, met zijn jeugdtrauma en zijn harde uitspraak, legt samen met zijn vrouw jaarlijks bloemen bij een Duits graf, sinds hij een treurende nabestaande logies heeft verleend; trouw sturen ze haar daar een foto van.

Hij is de verpersoonlijking van wat verglijden van de tijd teweeg kan brengen – van afzwakken van haat, van berusting en mededogen tot zelfs verzoening. Zonder iets af te doen aan de persoonlijke pijn, en aan de weerzin jegens het walgelijk systeem (en het enthousiasme daarvoor) dat tot die onafzienbare rijen kruisen (op Ysselsteyn, Margraten en waar niet al) leidde. Ik had vier Duitse ooms die, statistisch mirakel, allen de Rusland-veldtocht overleefden. Volgens Charles hadden ze alle vier moeten sneuvelen. Was dat gebeurd in of bij Nederland, nooit was mijn moeder haar broers in Ysselsteyn gaan bezoeken. (Mijn moeder die haar lievelingsbroertje wegstuurde toen die blij in soldatenuniform op visite bij zijn zus in Amsterdam wilde.) Nog steeds zou ik niet gaan, denk ik – te weinig familieband en -gevoel. Maar het Peel-echtpaar is me sympathiek. Net als de film.


Frans Bromet, De film die nooit afkwam, EO 2Doc (joodse programmering), NPO 2, donderdag 4 mei, 22.55 uur. De film is, samen met schilderijen en andere kunstwerken van Sieg Maandag, tot en met woensdag 10 mei ook te zien bij SBK Kunstuitleen & Galerie, KNSM Laan 307-309, Amsterdam.

Bart Hölscher, Het zijn maar Duitsers, NTR 2Doc, NPO 2, vrijdag 5 mei, 19.25 uur