Salvatore Niffoi

Herders en hoertjes

Salvatore Niffoi
De legende van Redenta Tiria
Uit het Italiaans vertaald door Els van der Pluijm, De Arbeiderspers, 176 blz., € 17,95

Op het eerste gezicht is Abacrasta het stereotiepe zonovergoten Sardijnse dorpje waar je op vakantie achteloos doorheen rijdt. Hier gebeurt nooit iets, de tijd staat stil. Je moet echter in Abacrasta wonen om het geheim van het dorp te kennen: vroeg of laat worden alle inwoners geroepen door een mysterieuze Stem – ‘Ajó, bereid je voor, want je tijd is om!’ – die ze ertoe aanspoort zich van het leven te beroven. En iedereen gehoorzaamt, doet zijn riem af en knoopt zich op aan de dichtstbijzijnde boom. Geen mens sterft er op natuurlijke wijze.

De legende van Redenta Tiria is een sprookje zoals je dat maar zelden tegenkomt. Het is van de hand van de Sardijnse auteur Salvatore Niffoi (1950), die met deze roman zijn doorbraak beleefde. Maar liefst zestigduizend exemplaren werden er alleen al in Italië verkocht.

Dat succes is terecht. Volkomen. Want hoewel het verhaal nogal naargeestig klinkt, wordt het dat, dankzij de opgewektheid waarmee Niffoi vertelt, nooit. Neem Genuario Candela, de hoogbejaarde schoenen- en riemenmaker (een lucratieve business in deze streek). Op de ochtend van zijn honderdste verjaardag maakt het dorp zich op voor een groots feest, maar wordt Genuario geroepen door de Stem. Speciaal voor de gelegenheid maakt hij een stevige riem en knoopt deze verheugd vast aan de trapleuning, terwijl hij vooruitkijkt naar het moment waarop hij zijn overleden vrouw weer zal zien. Zijn laatste woorden, als hij zich met zijn volle gewicht het trapgat in laat vallen: ‘Luisè! Luisè! Maak je mooi want ik kom eraan!’

Dat ik dit boek in ongeveer twee uur heb uitgelezen, zegt minder over mijn leessnelheid dan over Niffoi’s schrijven. Elk hoofdstuk begin met de introductie van een personage en eindigt met de roeping van de Stem. Deze opzet verveelt nooit; de personages die de revue passeren – verliefde herders en hoertjes, gokverslaafde burgemeesters – zijn divers en kleurrijk en Niffoi weet ze binnen drie alinea’s volledig tot leven te wekken. Als Redenta Tiria verschijnt, een geheimzinnige blinde vrouw, ‘met het gezicht van een madonna’, die de Stem het zwijgen zal doen opleggen, is dit bijna jammer.

Elk sprookje heeft zijn moraal en die van dit sprookje is evident: de dood hoort net zozeer bij het leven als geboorte, liefde en geluk. Zelden zijn de zelfmoorden daden van wanhoop, de personages gaan vol berusting hun einde tegemoet. En dat Niffoi deze boodschap in zo’n buitengewoon smakelijke, caloriearme, licht te verteren vorm weet te verpakken, maakt van dit boek een delicatesse.