Herenbezoek

CHRISTA CARBO
HET POPPENHUIS
8+, Nieuw Amsterdam/Het Rijksmuseum, 36 blz., € 17,95

Ieder boek lijkt wel wat op een huis: je doet het open, gaat naar binnen, kijkt er rond… En je kunt erin wonen. Het poppenhuis van non-fictie schrijfster Christa Carbo is ongetwijfeld met die metafoor in het achterhoofd gemaakt. Dit ingenieus vormgegeven boek heeft echte deuren, dat wil zeggen gemaakt van karton en vanuit het midden openslaand, waardoor je zo de wondere poppenhuiswereld van Petronella Oortman (1656-1716) binnenwandelt.
Aan de binnenkant van de rechter- en linkerdeur maakt Carbo respectievelijk in het Nederlands en En-gels onmiddellijk duidelijk dat het niet de bedoeling is dat er in de kamertjes van dit fraaie poppenhuis dat in het Rijksmuseum staat, gespeeld wordt. Je mag er slechts rondkijken. Want in de zeventiende eeuw waren poppenhuizen geen speelgoed- maar kijkhuizen: pronkkasten waarmee vrouwen van wel-gestelde heren trots en heel precies hun wereld aan genodigden toonden.
Rondkijken in Petronella’s pronkkabinet is geen straf. De zes miniboekjes – de verschillende kamers – die achter de grote kaftdeuren tevoorschijn komen, doen je van de ene in de andere verbazing vallen. Achter ieder boekdeurtje (per miniboekje zes in totaal, aan de achterzijde voorzien van heldere informa-tieve teksten) schuilt een nieuw zichtbaar minutieus detail, of voorwerp uit de betreffende kamer. Stuk voor stuk kleine wondertjes wanneer je weet dat Petronella alles door bekende zeventiende-eeuwse ambachtslieden en kunstenaars met de hand heeft laten (na)maken.
Johannes Voorhout schilderde stukken voor in de kraam- en de rouwkamer. Cornelis Dusart versierde de kinderkamer. En Nicolas Piemont creëerde een dromerig fantasielandschap in de ‘zaal’, waar een houten triktrakspel, stenen pijpjes en kwispedoors (porseleinen ‘spuwpotten’ voor uitgekauwde proppen tabak) uitnodigend wachten op het herenbezoek. Meest bijzonder is de wetenschap dat achter het huis ooit een tuin met fontein zat. Al is de bibliotheek met daarin 85 echte in leer en perkament gebonden boeken met inhoud – kaarten, plattegronden, stadsgezichten, tuinen, portretten en familiewapens – min-stens even noemenswaardig.
Twintig jaar was Petronella bezig met de inrichting van dit huis. Vermoedelijk had ze er twintig- tot der-tigduizend gulden voor over. Vergelijkbaar met de prijs van een echt zeventiende-eeuws grachtenpand. Wat bezielde deze vrouw? Had ze last van een minderwaardigheidscomplex? Wat haar motieven ook geweest mogen zijn, feit is dat haar poppenhuis uniek is. En een ‘uytmuntendt konstwerk’ verdient een uitmuntend boek. Dat hebben Carbo, het Rijksmuseum en Nieuw Amsterdam goed begrepen. Minpuntje is dat Carbo verzuimt de poppenhuismaten te vermelden. Met opzet? Om kinderen naar het Rijksmuse-um te lokken?