Herenverkeer

Niet bekend

Dr. Paul van Gelder is cultureel-antropoloog. Hij deed veldonderzoek naar mannenprostitutie. Twee jaar lang begaf hij zich onder ‘de jongens’, zoals hij ze het liefst noemt. Twee jaar lang, omdat voor goede observaties veel tijd nodig is. De mannen van plezier zijn nu eenmaal niet zo herkenbaar als hun vrouwelijke collega’s. Van Gelder: 'Het is een heel vluchtig proces. De ene keer staan een klant en een jongen tien minuten lang met elkaar te praten, de andere keer is een transactie in dertig seconden gesloten. Dan verdwijnen ze naar een plek waar ze seks kunnen hebben.’
WE OBSERVEREN verder. Een man van middelbare leeftijd in een zwart motorjack, ringetje in het oor, rood-grijs petje op, doorkruist de stationshal. Misschien een klant. Bij de linker ingang staan twee jongens. Ze zien er jong uit, voor in de twintig. Van Gelder kent ze. Ze komen uit Oost-Europa, hij vermoedt uit Roemenië. Ze zijn hier voor 'bisnis’, zoals veel jongens hun vak noemen. De potentiële klant spreekt kort met een van hen. De jongen schudt zijn hoofd, het motorjack haalt zijn schouders op en zet zijn slenterende zoektocht voort. Bij de middelste pilaar staat al minstens een half uur een andere jongen (baseballcap, zwart Adidas-jasje) tamelijk bevallig te zijn. Hij leunt op een dichtgeklapte paraplu. 'Waarschijnlijk een rugzaktoerist’, zegt Van Gelder. 'Ik zag hem net kletsen met een jongen met wie ik gesproken heb. Die ken ik als toerist die hier wat geld komt verdienen in het prostitutiecircuit. Misschien is die met die cap een maatje van hem dat ook een zakcentje nodig heeft.’ Kennelijk bevalt hij het slenterende motorjack niet, want die keurt hem geen blik waardig.
NA DRIE KWARTIER observeren lijkt het erop dat we een transactie zullen meemaken. Het motorjack scharrelt nog steeds mismoedig rond. Intussen is een blonde jongen opgedoken in een winterjas met felgele stukken. Die valt op. Hij staat bij de uiterst rechtse pilaar en heeft al na vijf minuten contact gemaakt met een oudere heer. 'Dat wordt wel wat’, zegt Van Gelder. De man gaat netjes gekleed. Lange overjas, pantalon. Hij leunt tegen dezelfde pilaar als de blonde jongen. Aanvankelijk keken ze elkaar niet aan en leken ze in zichzelf te praten. Nu zijn ze wat naar elkaar toe gekropen en voeren ze een gesprek waarbij ze elkaar zo nu en dan in de ogen kijken. Het ziet er wat onwennig uit, ze kennen elkaar blijkbaar niet. Zouden we beet hebben? We besluiten naar de stationshal af te dalen om het prille contact nader te beschouwen. We bewegen ons tegen de aanzwellende stroom reizigers in - het is zes uur ’s avonds, een piekuur - en zien nog net dat de jongen lacht en knikt. Als we bij de pilaar zijn aangekomen, blijken ze verdwenen.
VAN GELDERS onderzoek wordt begin december gepubliceerd in boekvorm onder de titel Kwetsbaar, kleurig en schaduwrijk; Jongens in de prostitutie: een verschijnsel in meervoud. Hij begaf zich onder de jongens in Den Haag, Rotterdam en Amsterdam en interviewde 56 van hen, met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar. Sommigen volgde hij lange tijd. Ook het verhaal van veertien klanten legde hij vast. Het ging Van Gelder vooral om de belevingswereld van de jongens en hun klanten, niet alleen om het verzamelen van cijfers. En om de ervaringen van de etnische minderheden in het circuit. Als antropoloog hoef je allang niet meer naar verre beschavingen af te reizen. Jongensprostitutie blijkt een multicultureel verschijnsel bij uitstek. Van Gelder sprak uitgebreid met Noord-Afrikaanse (meestal Marokkaanse) en Afro-Caraïbische jongens die in de mannenprostitutie werkzaam zijn.
Van Gelder: 'Ik heb jarenlang onderzoek gedaan naar seksualiteit en aidspreventie onder Marokkaanse mannen in Nederland. Ik ben me gaan richten op de jongensprostitutie omdat daar nog niet veel over bekend was, terwijl je om de haverklap sensationele berichten erover in de media ziet. Een spannend stuk schrijven over die jongens is best te doen, maar hun belevingswereld serieus onderzoeken is ontzettend moeilijk. De jongens zijn erg moeilijk te benaderen, zeker de allochtonen onder hen.’
Wat hij aantrof, was een complex circuit dat het best te omschrijven is als een 'verschijnsel in meervoud’. De jongens hebben geld nodig, dat is de gemeenschappelijke noemer, maar verder zijn er weinig overeenkomsten. De een financiert met het verpanden van zijn lichaam zijn drugsgebruik, de ander dure kleding, weer een ander betaalt er zijn schulden mee af. Een hopeloze wereld? Welnee.
Van Gelder: 'Er wordt vooral negatief gedacht over prostitutie. Als mensen aan vrouwenprostitutie denken, gaan ze er vaak vanuit dat alle vrouwen gedwongen worden achter een raam te zitten, maar dat is lang niet altijd zo. Er zijn ook huisvrouwen die tijdelijk in de prostitutie werkzaam zijn omdat ze dringend geld nodig hebben. Zo ligt het ook bij de jongens. Niet iedereen glijdt af. Ik ken jongens met wie het prima gaat. Natuurlijk kun je er uitstappen. Zeker als je alleen maar wat bijverdient met dit werk. Sommige jongens hebben maar een paar klanten en kunnen stoppen wanneer ze willen. Drugsgebruikers hebben het meestal wel moeilijk, maar dat komt door hun verslaving. Je kunt uit de prostitutie stappen. Soms proberen jongens via de prostitutie op te klimmen. Kunnen ze op een niet-strafbare manier aan geld komen. Bovendien is er een zekere mate van opvang. Waar instellingen het laten afweten, vangen hier klanten de jongens vaak tijdelijk op. Dan krijgen ze onderdak, eten en vaak ook kleding van een klant. Daar staat natuurlijk seks tegenover. Dat is een stuk beter dan in het drugscircuit. Daar sta je er echt helemaal alleen voor.’
EEN NEDERLANDSE jongen: 'Dealen heb ik wel gedaan. Een tijdje. Maar dat is niks. Om allemaal mensen in de ellende te helpen. Dan moet je achter je geld aan gaan zitten. Mijn keuze is het nooit geweest. Je bent niet vrij. (Met prostitutie) kun je altijd je eigen keuzes maken. Ik ken geld verdienen op mijn manier. Zoals ik het leuk vind.’ (Uit: Kwetsbaar, kleurig en schaduwrijk.)
Niet alle jongens hebben 'leuke’ ervaringen. Een van hen vertelde Van Gelder dat hij in elkaar was geslagen door zes man, een ander werd een hele nacht vastgehouden en door twee man verkracht. Veel bescherming hebben de jongens niet als ze op straat werken. In de clubs en sekshuizen is het beter gesteld, maar daar moeten ze vijftig procent van hun inkomsten afstaan.
Van Gelder schrikt niet meer van zulke verhalen. Zijn jarenlange onderzoek in drugsmilieus en de prostitutie hebben hem leren relativeren. Van Gelder: 'Over het algemeen, of het nu om veiligheid gaat of om inkomen, regelen de jongens het zelf wel. De instellingen krijgen steeds minder geld, de regeltjes worden strenger gehanteerd. Daardoor zie je dat veel jongens buiten de boot vallen. Ik probeerde bijvoorbeeld een jongen te helpen die per se uit het circuit wilde. Hij wist precies wat voor werk hij wilde gaan doen. Dus ik met hem naar het arbeidsbureau. Moest hij eerst wekenlang in een intake genomen worden om te zien wat ze aan hem hadden. Zo'n jongen wil op een gegeven moment niet meer. Die blijft dan op straat werken.’
EEN KLANT: 'Ik ken een Marokkaan. Dat is eigenlijk mijn laatste, intensieve affaire op het CS. Die heb ik een paar keer meegenomen. Waanzinnige seks mee gehad. Ja, niet dat ik hem kon neuken of zo, maar daarin ben ik ook helemaal niet geïnteresseerd. Maar hij neukte mij gewoon en ik pijpte hem.’ (Uit: Kwetsbaar, kleurig en schaduwrijk.)
Negenenvijftig procent van de jongens uit Van Gelders onderzoek gaf aan dat ze volledig of overwegend op vrouwen vielen. Die jongens laten zich over het algemeen niet graag anaal nemen. Ze spelen bij het neuken liever een actieve rol. Vooral onder Marokkanen geldt een taboe op mannenseks. Als er door de jongens al openlijk over werd gepraat, dan werd vooral de actieve rol tijdens de seks benadrukt. Een Marokkaan die zich laat neuken is een mietje. Lang niet altijd was het voor Van Gelder mogelijk om meteen in een eerste gesprek de dingen bij naam te noemen. Vooral vaag houden, leerde hij al snel tijdens zijn onderzoek. En dan later, als er vertrouwen is, doorvragen. Want aan 'gewoon een beetje hup’ zoals hem een keer werd geantwoord op de vraag wat voor handelingen een jongen met een klant verricht, heeft de onderzoeker weinig.
Veel jongens staan niet uitvoerig stil bij hun prostitutie. Buiten henzelf weet haast niemand ervan. Een schijn- en schaamtecultuur noemt Van Gelder dat. Mede daardoor verkeert de jongensprostitutie in een schemergebied. In de discussie over de aanstaande afschaffing van het bordeelverbod speelt jongensprostitutie nauwelijks een rol. Een neveneffect van deze schemerstatus is de slechte aidspreventie onder de jongens. Er wordt volop gepijpt en anaal gepenetreerd zonder condoom. En als er al condooms worden gebruikt, dan zijn die meestal niet sterk genoeg om het herenverkeer te verdragen. Van Gelder: 'Er moet iets gebeuren om dat te verbeteren. Maar een grote campagne heeft geen enkele zin. Daarmee bereik je de jongens niet. Je moet ze individueel benaderen, afhankelijk van de manier waarop ze tegen hun prostitutie aankijken. De geïnstitutionaliseerde zorg werkt voor deze jongens niet. Het kost enorm veel tijd om ze een beetje te leren kennen.’
Van Gelder geeft in zijn boek een aanzet tot betere aidspreventie onder de prostiteurs. Belangrijk daarbij is dat de jongensprostitutie uit het verdomhoekje raakt. Het dubbele stigma van hoererij en mannenseks staat kennis en hulpverlening in de weg. Van Gelder: 'Zelfs in de homowereld weet men niet goed hoe tegen de jongensprostitutie aan te kijken. Met de Gay Games kun je showen, maar met jongensclubs en straatprostitutie niet. Zolang er niet onbevangen mee wordt omgegaan, zul je sensatieverhalen, tranen met tuiten-artikelen of stoerigheden over jongens die bakken met geld verdienen voor je kiezen krijgen. Dat vertroebelt het zicht op de complexiteit van de jongensprostitutie.’
AMSTERDAM CENTRAAL Station, elf uur ’s avonds. Een dertiger in een spijkerjack stapt eindelijk op de jongen af om wie hij al een kwartier loopt heen te draaien. De jongen - hij ziet er Marokkaans uit - had hem allang in de gaten. Ze beginnen een gesprek en komen al snel tot een vergelijk. Ze verlaten de stationshal en lopen in de richting van de 'damesafdeling’. Aan de achterkant van het station verliezen we ze uit het oog. Wat zal het worden? Herenseks? Een pilsje pakken in Amsterdam-Noord? Of toch maar samen op zoek naar een vrouw? Weinig sensationeels aan.