TONEEL

Herfstdroom aan museumgraf

Rêve d'automne

Medium 3 voorst reve

Het stemmenspel tussen de graven in Jon Fosse’s toneeltekst Droom in de herfst is bij aanvang weliswaar andante, sótto vóce, de erin opwalmende hartstochten zijn uitslaande branden en bij regisseur Patrice Chéreau mag het lichaam van de toneelspeler in geen geval liegen, dus is de opening van zijn voorstelling Rêve d'automne van een ongekende heftigheid. Het was niet de enige verrassing in het producerende Théâtre de la Ville te Parijs, enkele maanden terug. Bij het betreden van het auditorium daar, een reusachtige maar bijna intiem gemeubileerde ‘waaier’ met een immense speelvloer, werd de toeschouwer meteen getroffen door de grote kolomachtige, gekliefde en bordeauxrode wanden, licht gedraaid, zicht biedend op een tweede ruimte, getooid met grote schilderingen, op een geestige manier op de maten van het decor 'doorgezaagd’. Alles bij elkaar 'de tweelingbroer van onze museumzaal in het Louvre’ (aldus ontwerper Richard Peduzzi), de zaal waar de voorstelling oorspronkelijk in première ging. Dit is de reisversie van het origineel in de Salle Denon, de zaal met portretten en taferelen uit de napoleontische tijd, de reproductie dus van een toneelvoorstelling, die in de Rabo-zaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam net zo tot zijn recht zal komen als in de zalen in Milaan, Poitiers, Rennes, Marseille en Wenen waar hij na Amsterdam nog naartoe reist.
Museum? Begraafplaats? Deze naïeve lezer van Fosse’s toneelaanwijzingen sloeg bij eerste aanblik in Parijs steil achterover: 'Uithoek op een groot kerkhof, late herfst, het heeft geregend, zwarte bomen, grindpad, een bank met afbladderende verf’, zo staat er bij Fosse. Chéreau wist meteen dat dit stuk in een museum moest spelen, indachtig een tekst van Proust: 'De musea zijn de huizen die onze gedachten een toevlucht bieden.’ Precies wat het kerkhof doet: rust brengen aan de gedachtewereld van de rouwende dwaler. Precies wat het kerkhof in dit stuk doet, ruimte bieden voor sprongen in de tijd, levensleugens, vluchtige flirts en verwoestende liefdes. Fosse over zijn toneelwerk: 'Mensen komen bij elkaar en gaan uit elkaar, ze doen elkaar pijn, ze maken elkaar blij. Ze scheppen elkaar. Mij boeit dit wonderlijke krachtenveld en wat zich daarbinnen aan situaties en stemmingen voordoet.’
In Draum om hausten zoals het stuk uit 1999 oorspronkelijk heet, hebben de personages (zoals vaker bij Fosse) geen naam, het zijn Man, Vrouw, Moeder, Vader, Zoon, hun handelingen en lamento’s, hun rusteloos dolen tussen de graven vormt een melancholisch spel waarbinnen de levenden dood blijken, doden tot leven komen, figuren spreken in een bedwelmend poëtische taal - maar hun doen en laten aan deze of gene zijde van het graf is als altijd bij Fosse meedogenloos, doordesemd van leugen en bedrog, de vreugde is van korte duur, de levenspijn een altijd durende hel.
Vrouw Hij stond op en toen was hij dood. Ik kan niet bevatten dat hij dood is, dat hij voor altijd weg is.
Andere Vrouw Dat is gewoon zo.
Vrouw Maar zijn moeder komt toch.
Andere Vrouw Ja, ze zei dat ze zou komen.
Vrouw Lang geleden dat ik met haar heb gepraat.
Andere Vrouw Daar komt ze.
Moeder (op met boeket) We moesten maar eens gaan. Het is tijd.
Een bloedmooie, stille voorstelling is het geworden, over een liefde van lang geleden die de vrouw wil terughalen; maar wat ze ook omarmt en hoe ze ook verleidt, de man blijft koud marmer. Patrice Chéreau - en zo vaak zien we zijn toneel hier niet - heeft er een zinderende acteursvoorstelling van gemaakt. Het lichaam van de toneelspeler mag immers niet liegen.

Rêve d'automne van Jon Fosse, 24 t/m 26 maart, Stadsschouwburg Amsterdam, 20.00 uur (er is iedere avond een inleiding)