Hoofdcommentaar

Herfsttij

Medium hoofdommentaar herfst

De PvdA heeft een probleem. Een groot probleem. De charme van Wouter Bos verwelkt. Het vertrouwen dat hij dit voorjaar uitstraalde, oogt nu gelikt. Zijn ‘non-verbale communicatie’ is een vorm van introvert chagrijn aan het worden. Ook in eigen kring is Bos narrig aan het worden, net zoals Kok dat altijd was. Het woord ‘betrouwbaarheid’ werkt hem op de zenuwen, waar hij een half jaar geleden nog het vleesgeworden vertrouwen was. Zelfs Balkenende durft zich sinds kort te manifesteren als een aanvaller die de ideeën van de vroegere Bos vergelijkt met het programma van de huidige Bos en dan uiteraard allerhande curieuze draaien ziet terwijl hij zijn eigen gedraai (nu ineens wel versoepeling van het ontslagrecht) onder het tapijt veegt.

Bos heeft deze metamorfose aan zichzelf te wijten. De PvdA-leider is gefixeerd op het politieke midden en heeft de campagne zo georganiseerd dat hij permanent in staat van paraatheid moet zijn. Enerzijds omringt hij zich met een klein groepje vertrouwelingen, die het hart van de uit Engeland geïmporteerde ‘war room’ bevolken. Anderzijds laat hij zich adviseren door een politieke inner circle van bijna veertig partijgenoten, van oudgediende Thijs Wöltgens tot potentieel bewindsman Hans Spekman, die allemaal hun duit in het zakje doen. Nooit eens een bordje pasta en een tukje tussen de middag, zoals Felix Rottenberg onlangs in Het Parool schreef. Want wie altijd aardig gevonden wil worden, wie niemand bang durft te maken, slaapt nooit.

Dit soort risico’s is onvermijdelijk als er een verkiezingscampagne wordt gevoerd die op personen is geconcentreerd. Wie gisteren nog fris was, kan vandaag zijn uitgemolken en zou morgen weer kunnen opleven omdat er iemand anders over een bananenschil is gestruikeld. Maar dat de PvdA het initiatief uit handen heeft gegeven, is onloochenbaar.

De commandostaf kan zich alleen nog troosten met de opiniepeilingen. Zowel in de enquêtes van Nova als van Maurice de Hond is enige gemoedsrust te vinden. In beide peilingen is de ChristenUnie op haar retour, hetgeen doet vermoeden dat het CDA in die kring nog slechts een enkel zeteltje kan roven. In beide enquêtes zit ook de vvd in de hoek waar de klappen vallen en waar drie weken voor verkiezingsdag dus minder valt te halen, een trend die alleen nog gekeerd kan worden als Mark Rutte de liberale kettinghond Rita Verdonk uit haar hok loslaat en zo het bewuste risico neemt dat hij aan de vrijzinnige kant verliest wat hij met haar op de nationaal-liberale flank verdient. De PvdA daarentegen heeft een grotere vijver om in te vissen. Weliswaar is GroenLinks al behoorlijk kaalgevreten – de trend in de peilingen is analoog aan die van de ChristenUnie – maar de sp staat nog ongenaakbaar in haar zenit. Op het eerste gezicht zou de PvdA nog moeten kunnen inbreken bij de SP om daar minimaal een zetel of vijf te roven. Toen klein links nog klein was, was de machtsvraag altijd het middel om dit links klein te houden. Klopt deze redenering nog steeds, dan heeft Bos meer kans om de grootste te worden dan Balkenende.

Maar klopt deze redenering nog steeds? Hooguit ten dele. De SP is geen partij meer die louter kiezers werft om het bijvoeglijk naamwoord in haar naam, noch leunt ze op haar bolwerken in het onttakelde proletarische en roomse zuiden. De SP is een partij voor alle gezindten, voor het verstedelijkte platteland én de grachtengordel, voor sociale christenen én seculiere intelligentsia, voor de proteststem én het morele alternatief. De simpele machtsvraag Bos óf Balkenende helpt in deze kringen niet.

De PvdA heeft dus een paar intelligentere en vooral splijtender interventies nodig om het tij te keren. Maar welke? Integratie terugtoveren? Gedoodverfd minister Aboutaleb staat niet meer haaks op Verdonk, wat illustreert dat de wethouder in navolging van Bos vooral vreest fouten te maken en de bewindsvrouw sinds de kwestie-Hirsi Ali tot aan haar kruin is opgebrand. De campagne vóór een generaal pardon, die de PvdA zaterdag 4 november bulderend gaat ondersteunen, kan Verdonk weer tot speerpunt promoveren. Maar verwacht daarvan niet te veel. Voor een integratiedebat op sociaal-economische grondslag – als antwoord op de religieus-culturele wijsheden die het multiculturele drama nu al zes jaar gijzelen – is het te laat. Massaal afreizen naar het voorheen roomse zuiden, waar wederom de verkiezingen worden beslist, heeft zin. Maar tussen de predestinatie van Bos en Balkenende zit net te weinig verschil om de bierpomp richting PvdA te laten stromen. De internationale positie van Nederland dan maar? Bos heeft nu ineens het woord Amerika in negatieve zin in de mond genomen. Maar zolang hij bang blijft voor Europa – zijn nederlaag bij het euroreferendum was schrijnender dan die van Balkenende, die zijn electoraat toch echt iets beter in het gareel hield – zijn die woorden echo’s van Marijnissen. En een beetje flirten met een linkse meerderheid, die weliswaar niet denkbaar is maar cijfermatig dichterbij dan ooit sinds Den Uyls schaduwkabinet van 1972, is na al die jaren jacht op het midden te veel gevraagd.

De kern van het probleem van de PvdA is dat ze wel een programma heeft maar geen soevereine agenda. Een nota hier en een initiatief daar, veel meer is het niet. Zie het plan om de kranten nu, oog in oog met gratis blaadjes en buitenlandse kapitaalzuigers, van staatswege te gaan steunen. De echte ideeën die er waren, zijn schielijk zo bijgepoetst dat ze leeg zijn geworden. Aan het generatieconflict, dat zich zowel opdringt bij de toekomst van de AOW als de hypotheekrente, durft de PvdA haar vingers bijvoorbeeld niet te branden.

De partij heeft zich namelijk willens en wetens omgevormd tot een campagnemachine. Binnen die machine is de stemming nu slecht. Een uitbarsting is tot nader order uitgesteld: tot 23 november 2006. Tot die tijd regeert de angst. Nota bene in de partij die níet regeert.