Birmese oppositieleidster zit weer vast

Herhaling van zetten

Vlak voordat de speciale afgezant van de VN weer een bezoek mag brengen aan Birma is de leidster van de Birmese oppositie Aung San Suu Kyi na een jaar vrijheid opnieuw gevangen gezet. De hoop op democratisering lijkt vervlogen.

Aung San Suu Kyi is op zaterdag 31 mei in de noordelijke stad Ye U (Sagaing) samen met achttien begeleiders onder «de bescherming van de autoriteiten geplaatst». Dat maakte de woordvoerder van het militaire regime, brigadier-generaal Than Tun, afgelopen weekend bekend. Vervolgens werd Suu Kyi onder militaire escorte naar het gebouw van de militaire inlichtingendienst in de hoofdstad Rangoon gebracht. Sindsdien heeft de buitenwereld geen contact meer gehad met de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede (1991).Tele fonisch is zowel haar woonhuis als het hoofdkwartier van de Nationale Liga voor Democratie (NLD) onbereikbaar. De leiding van de NLD wordt eveneens gevangen gehouden of is onder huisarrest geplaatst.

Aung San Suu Kyi was op een politieke tournee door het noorden van het land. Ze zou op 6 juni terugkeren naar Rangoon. Gedurende haar reis liep de spanning steeds verder op. In verschillende steden en dorpen raakten haar aanhangers slaags met lokale divisies van de jeugdbeweging van het regime, de zogeheten Union Solidarity Development Association (USDA).

In de stad Ye U kwam het ook tot een confrontatie tussen sympathisanten van de oppositiepartij NLD en leden van de USDA. Volgens juntawoordvoerder Than Tun vielen er vier doden en vijftig gewonden nadat supporters van Suu Kyi ruzie hadden gezocht. Zij zouden auto’s in brand hebben gestoken en de lokale bevolking hebben geïntimideerd. Andere bronnen zeggen dat haar gezelschap door vijfduizend leden van de USDA werd geblokkeerd en bekogeld. Er zou zelfs op het konvooi van Suu Kyi zijn geschoten.

De arrestatie van Suu Kyi komt vlak voordat de speciale afgezant van de Verenigde Naties, Rizali Ismail, op 6 juni voor het eerst sinds november vorig jaar weer toestemming heeft een bezoek te brengen aan Birma. Vooralsnog lijkt zijn bezoek door te gaan. Of hij Suu Kyi zal mogen ontmoeten is onduidelijk.

«De nieuwste ontwikkelingen hoeven geen einde te betekenen aan het proces van nationa le verzoening», heeft de woordvoerder van het regime weliswaar gezegd, maar de sluiting van NLD-kantoren in het hele land doet anders vermoeden. Diplomaten in Rangoon beschouwen de arrestatie dan ook als een bewuste sabotage van de pogingen om een politieke dialoog op gang te brengen.

«Het is niet de eerste keer dat de hoop op democratisering in de kiem wordt gesmoord», beaamt een politiek analist uit Birma, die niet met naam genoemd wil worden. «Elke keer dat Aung San Suu Kyi te bedreigend wordt, sluiten ze haar gewoon op.»

Dertien jaar nadat de NLD een klinkende verkiezingsoverwinning behaalde, weigert het regime nog altijd de macht over te dragen. Suu Kyi is twee keer onder huisarrest geplaatst; studentenleiders, NLD-leden en andere mensen uit de oppositie zijn massaal gevangen gezet. Birma telt volgens Amnesty International in totaal nog altijd 1300 politieke gevangen.

In oktober 2000 leek er echter een opening te zijn gevonden. Via bemiddeling van Rizali vond toen een geheime ontmoeting plaats tussen juntaleider Than Shwe en Suu Kyi. Die werd enkele maanden later gevolgd door een bespreking tussen het derde gezicht van het bewind en Suu Kyi. In de loop van het jaar begonnen ook geruchten over een mogelijk vergelijk rond te zingen.

Voorzichtig optimisme oogde gerechtvaardigd. In augustus 2001 werd het huis arrest van twee kopstukken van de NLD opgeheven. Vanaf februari 2002 werden geleidelijk steeds meer politieke gevangenen vrijgelaten. De hoop op democratisering groeide. En een maand later vond opnieuw een dramatische gebeurtenis plaats: de schoonzoon en drie kleinzonen van voormalig dictator Ne Win werden gearresteerd op verdenking van het organiseren van een staatsgreep. Ne Win zelf en zijn dochter werden onder huisarrest geplaatst. De actie werd gezien als een mogelijke opruiming van het laatste obstakel voor toenadering tot Suu Kyi.

Op 6 mei 2002, na zestien maanden huis arrest, was Suu Kyi inderdaad weer op vrije voeten. Ze mocht vrij reizen en politieke activiteiten ondernemen, aldus de officiële bekendmaking. In de daarop volgende maanden toerde de oppositieleidster regelmatig door het land om met eigen ogen de erbarmelijke omstandigheden te zien. De NLD opende de partijkantoren die jarenlang gesloten waren geweest.

Vanwaar die nieuwe houding van het regime? Eind vorig jaar bleek al dat de oppositie zich geen illusies maakte. «Zijn ultieme doel is de macht te behouden», zei een woordvoerder van de Birmese regering in ballingschap in Bangkok toen. «De acute reden voor toenadering is om van de buitenlandse sancties af te komen omdat het land economisch aan de grond zit. Door Suu Kyi vrij te laten en dialoog te beloven, hopen ze internationale steun te verwerven.»

Volgens U Lwin, woordvoerder van de NLD op het hoofdkwartier in Rangoon, is angst de belangrijkste drijfveer geweest voor de militairen. «Het is puur opportunisme, want ze realiseren zich dat ze niet het eeuwige leven hebben», zei hij eind vorig jaar. «Ze proberen hun toekomst te verzekeren, uit angst dat ze anders net zo zullen eindigen als hun voorganger Ne Win. Dat zijn misschien niet de zuiverste motieven, maar dat besef maakt het democratiseringsproces wel onomkeerbaar.»

Wereldwijd groeiden daarom de verwachtingen dat het Birmese regime tot inkeer was gekomen. «Het is heel bijzonder dat Aung San Suu Kyi door het land mag reizen en dat we partijkantoren mogen openen. Daar is moed voor nodig, want de militairen zijn doodsbang dat er iets op gang komt dat niet meer valt te stoppen», aldus U Lwin een half jaar geleden. «We hebben aangegeven dat we ze daarin tegemoet kunnen komen, zodat ze geen vervolging hoeven te vrezen wanneer ze de macht overdragen. We hebben een soort Zuid-Afrikaans scenario voorgesteld.»

Maar de nieuwe bewegingsvrijheid bleek niet onvoorwaardelijk. Suu Kyi mocht geen massabijeenkomsten houden; hooguit vijftig man werden getolereerd. Deze beperking werd al snel onhoudbaar. Op een van haar eerste openbare verschijningen in Rangoon stroomden honderden mensen toe. «De militairen waren woedend», vertelde U Lwin. «Maar we hadden het zelf ook niet in de hand. Daarom hebben we afgesproken dat Suu Kyi de menigte voortaan een paar woorden van dank mag toespreken. We verwachten natuurlijk dat die beperkingen langzaam worden opgerekt.»

Van de beloofde dialoog kwam na de vrij lating van Suu Kyi echter weinig terecht. Zelfs VN-afgezant Rizali werd maandenlang uit Birma geweerd. «Tot zo ver is de dialoog teleurstellend», zei U Lwin eind vorig jaar dan ook. «Ze spreken nog altijd van vertrouwen opbouwen, maar dat stadium zouden we nu zo langzamerhand wel gepasseerd moeten zijn», aldus de voormalig politiek gevangene. «De enige dialoog die plaatsvindt is die tussen mij en een vertrouweling van Khin Nyunt. Door hem word ik incidenteel uitgenodigd om over de vrijlating van politieke gevangen te praten. Maar het zijn statische ontmoetingen. Het is eenrichtingsverkeer. De toekomst van het land is geen onderwerp van gesprek.»

Toch hield de fictie stand. Anders dan voorheen spraken beide partijen met enig respect over elkaar. Suu Kyi trok minder fel van leer en in de kranten was de gebruikelijke vuil spuiterij over Suu Kyi geen dagelijkse kost meer. Bovendien keurde de oppositieleidster, tot grote verbazing van het buitenland, een verlichting van de sancties goed.

«Suu Kyi spreekt inderdaad zachtere taal, maar dat betekent niet dat de sancties opgeheven moeten worden», zei een medestander eind vorig jaar in Bangkok. «Voorheen spelde ze de noodzaak van sancties altijd uit. Nu zegt ze: ‹Het is aan uzelf. Kijk om u heen en bepaal zelf of de omstandigheden zijn veranderd.› Ze gaat ervan uit dat de buitenwacht zelf wel tot de conclusie zal komen dat er geen enkele aanleiding is om het sanctiebeleid te veranderen.»

Dat blijkt niet het geval. Verschillende landen, Japan en Australië voorop, overwegen toch de ontwikkelingshulp op gang te brengen. «Ik begrijp niet waarom sommige landen nu zo’n haast hebben», zei U Lwin indertijd. «De Japanse regering wil onder de noemer van humanitaire hulp het internationale vliegveld repareren. En Australië organiseert cursussen voor Birmese rechters, aanklagers en advocaten. Maar deze mensen behoren tot de intellectuele elite van Birma, ze weten maar al te goed wat ze fout doen, ze kiezen daar bewust voor.»

Desondanks speculeert de regering in ballingschap over de scenario’s voor de toekomst van Birma. «Concessies zijn noodzakelijk», zo wist een woordvoerder in 2002 te vertellen. Na de vrijlating van alle politieke gevangenen, en een erkenning van de verkiezingsuitslag van 1999, zal de NLD bereid moeten zijn de macht te delen met de militairen, gaf hij toe. «Deze interim-regering zal dan een nationale conventie bijeenroepen voor het opstellen van een nieuwe grondwet en vervolgens nieuwe verkiezingen uitschrijven. In eerste instantie zullen de militairen 25 procent van de zetels in het parlement mogen innemen. Later wordt dat afgebouwd.»

Hoop doet leven. Daar denkt het Birmese regime kennelijk anders over.