Televisie

Herinnering en waarheid

Televisie: De trein van Laurent Lutaud

De broer van Helga Ruebsamen zegt dat het niet waar is, dat van Het lied en de waarheid. Even geslikt, omdat het autobiografisch gehalte destijds als hoogkaraats was verkocht, maar toen bedacht dat de zus hoe dan ook een van de mooiste Nederlandse romans ge schreven had. Toch – wat als de vader niet joods was en als de schrijfster dat wist? Dan blijft het literair oordeel gelijk maar is er een bijsmaak – als bij een documentaire waar de klap van een Israëlische soldaat in het gezicht van een Palestijn nagespeeld blijkt. Ik las het bericht toen ik doende was met Een jongen uit plan Zuid ’38-’43 van Heere Heeresma. Zijn buurt ligt bij het Olympisch Stadion. Zelf ben ik van het Hoofddorpplein, stadsrand daar vlak naast, waar door ik zijn buurt goed ken. Als hij schrijft over kind met bootje bij het Van Heutsz monument, dan zou ik dat kunnen zijn, want soms kwam ik met mijn moeder daar, misschien wel omdat je het Vondelpark niet meer in mocht – althans, zo’n verbod meen ik me te herinneren. Of mocht alleen onze buurman, meneer Bierman, daar niet meer komen?

Heeresma was een grote en ik een kleine jongen, maar we deelden plaats, tijd en die verdomde oorlog. Dus gelezen. Curieus boekje. Het roept de bezette stad in veel details knap op. Het geeft een mooi beeld van een zelfstandig en vroegwijs jochie dat door zijn wijk en daarbuiten banjert, soms alleen, soms met zijn aanbeden vader. Twijfels en onzekerheden over hoe het was, zoals die van mij over het park, kent de auteur niet: een al wetende kind-verteller. Bovenal is het een monumentje voor de vele joodse kinderen en volwassenen die Heeresma en zijn ouders kenden en hielpen. Of zouden hebben gekend. Want misschien wil ik in literaire tekst ten onrechte autobiografie lezen. De tekst doet er in elk geval alles aan om voor «waar gebeurd» door te gaan en de hoofdpersoon heet Heere.

Maar waar of niet, het wringt. Als het fictie is vraag je je af waarom iemand dit alles zou verzinnen – een gojs jochie dat de lieveling van gans joods Zuid lijkt, erejood bijna – en zo een novelle zou vermommen als autobiografie. Als het herinnering is, dan lijkt die zwaar vertekend door bergen kennis achteraf. De jongen loopt langs een rangeerterrein en ziet hoe mensen, van jong tot oud, in goederenwagens worden gestopt. «En ineens wéét ik het – al wist ik toen nog niet wat.» Het is een prachtige slotzin. Maar in al wat voorafging lijkt het kind steeds sleutelscènes mee te maken en zoveel te begrijpen, beseffen, duiden en voorzien dat het iets ijdels, opschepperigs heeft. Jammer. Toch lezen, zou ik zeggen.

De oorlog is verdwenen en mei voorbij, maar weer moest ik de vierde meidag wenen. Door een documentaire, VPRO-aankoop, van Laurent Lutaud, die de vele Franse stations bezocht waarlangs een trein barstensvol politieke gevangenen, bestemming Dachau, in augustus ’44 was gekomen. Twee maanden duurde de helletocht door de hitte, met nauwelijks eten en drinken. Eenderde overleefde. Louter bejaarden op perrons, die destijds de trein hadden gezien – vertellend over machteloosheid, lafheid en moed. Zo «gewoon» en daardoor zo aangrijpend.