Patrick Modiano, Accident nocturne

Herinneringen aan het heden

Patrick Modiano

Accident nocturne

Uitg. Gallimard, 148 blz., € 19,05

Patrick Modiano is een auteur die telkens weer hetzelfde boek schrijft. Vanaf zijn eerste roman La Place de l’Etoile (1968) ontwikkelde hij een eigenzinnige stijl en weigerde hij zich te houden aan het traditionele model van begin, ontwikkeling en einde. In zijn romans ontbreekt een plot en missen de personages elke psychologische dichtheid. Modiano probeert nergens de motivaties achter hun gedrag te ontrafelen; wat hij vooral wil is de sfeer laten proeven waarin zij leven. Zij blijven schimmen die zich verschuilen achter een ongebruikelijke naam, een glimlach, de klank van hun stem, een sigarettenpijpje, een ouderwets parfum.

Modiano speelt graag met genres. Zijn romans lijken soms op detectives door de grimmige sfeer en het vage gevoel dat er iets mis is, dat er misschien een misdaad is gepleegd die nooit opgelost kan worden. Ook staan ze niet ver af van historische romans, omdat ze het leefklimaat oproepen van een bepaalde periode die niet wordt geanalyseerd maar als decor dient waartegen Modiano’s obsessies worden gefictionaliseerd. Het ontbreken van een plot en de nadrukkelijke aandacht voor details, die evenals straten, pleinen en cafés nauwkeurig worden beschreven alsof zij de belangrijkste elementen van het verhaal vertegenwoordigen, herinneren aan de nouveau roman, een typisch Franse uitvinding uit de jaren zestig en zeventig. Modiano distantieert zich hiervan door een zeer persoonlijke sensibiliteit, die in de werken van schrijvers als Butor of Robbe-Grillet ontbreekt. Modiano’s romans kunnen het beste als autofictie worden gekenmerkt. Hij vertelt niet zijn leven zoals dat geweest is, maar vindt het steeds weer uit aan de hand van herinneringen, waarmee hij het verleden opnieuw vorm probeert te geven.

Wat Modiano drijft is de zoektocht naar iets dat heeft plaatsgevonden, maar waarvan hij weet dat het onmogelijk weer tot leven kan worden gewekt. In zijn vroege romans was dat Frankrijks verleden tijdens de Tweede Wereldoorlog, met de duistere tijd van de collaboratie en de onduidelijke rollen die mensen daarin hebben gespeeld. Maar steeds meer raakte die zoektocht gericht op zichzelf en op de onmogelijkheid om je eigen leven als een verhaal voor te stellen. In het door hem gecreëerde universum ontbreken grenzen en afbakeningen, zijn mensen niet wie ze lijken te zijn, en gaat het in de eerste plaats om de vele verdraaiingen die herinneringen ondergaan, om virtuele verledens die net niet beleefd zijn.

In Modiano’s nieuwe roman, Accident nocturne, vermengen zich opnieuw verschillende verteltijden: de tijd waarin een ongeluk plaatsvond toen de verteller 21 was, het moment van vertellen waarin herinneringen met het heden verstrengeld raken, en het door de gebeurtenissen opnieuw opgeroepen verre verleden. Doordat de afstand verdwijnt tussen het moment van gebeurtenissen en ontmoetingen en dat waarop de verteller deze in zijn huidige leven probeert in te voegen, wordt de tijd een geheel zonder verleden en toekomst. De verteller herinnert zich hoe hij na het ongeluk op zoek ging naar Jacqueline Beausergent, de vrouw die hem had aangereden en daarna in het niets leek te zijn opgelost. Het nachtelijk ongeval wordt door hem beleefd als de herhaling van een eerder ongeluk, dat hem als klein jongetje overkwam. Daar was een jonge vrouw bij betrokken die dezelfde Jacqueline Beausergent zou kunnen zijn.

Nachtelijk Parijs speelt een vooraanstaande rol in Modiano’s tegelijk onscherpe en intense verhaal. Het is de mysterieuze geografie van de stad die mensen maakt tot wie zij zijn, en ze zelfs laat veranderen als zij de Seine oversteken en in een ander arrondissement belanden. Zoals altijd in Modiano’s romans hebben de namen van plaatsen en personen een structurerende functie. Zij dienen als herkenningspunten die niet zozeer betekenissen scheppen, maar op zichzelf betekenend zijn. Het lijkt alsof namen, die samengevoegd worden tot verontrustende combinaties, een werkelijkheid oproepen die in het verhaal zelf schimmig blijft.

De tekstuele organisatie van Modiano’s romans komt overeen met de werking van het geheugen. Het is niet chronologisch maar associatief, zintuiglijke waarnemingen laten herinneringen ontstaan die de lijn van het verhaal onderbreken en nieuwe elementen toevoegen. Modiano blijft lang staan bij een detail of lijkt een episode niet te willen uitwerken. Bewust deconstrueert hij de traditionele mechanismen van de roman en frustreert hij constant de verwachtingen van de lezer.

Dit is precies wat Modiano’s werk zo bijzonder maakt. Hij biedt de lezer geen hulpmiddelen om zijn romans te begrijpen of het verhaal als lineair narratief te volgen. Met zijn directe, soms elliptische stijl, zijn vermogen om sferen op te roepen waarbij de herkenbare aanwezigheid van de stad door het Unheimliches wordt verstoord, stuurt hij de lezer een bepaalde kant op om vervolgens weer van richting te veranderen. Het typische Modiano-effect ontstaat in de vervreemdende kloof tussen verwachting en verrassing. Terug kerende gebeurtenissen en ontmoetingen verworden tot ondefinieerbare, vervagende momenten, die slechts het teken zijn van een afwezigheid. Zoals altijd bij Modiano heeft de vergetelheid hele stukken van het leven doen verdwijnen, zoals schimmels oude films kunnen aantasten. Hierdoor volgen scènes die zich jaren van elkaar leken af te spelen, elkaar ineens op in een verdraaide, niet-bestaande chronologie. Heden en verleden worden ineengesmeed tot een raadselachtig scenario, dat even vluchtig lijkt als de ether die de verteller na zijn ongeluk kreeg toegediend. Het verleden wordt hiermee niet «teruggevonden», want het blijkt meestal op illusies te berusten. Herinneringen ontstaan in functie van het heden, dat zij weer veranderen en kneden tot een nieuwe herinnering, die weer het uitgangspunt kan worden van een andere roman. Hiermee maken zij het leven tot een eeuwige wederkeer van hetzelfde, die echter nooit in zijn totaliteit kan worden vastgelegd.