Herinneringen van een moderne held

Wael Ghonim, Revolution 2.0, € 21,95

De Arabische lente had twee helden: de gestorven Tunesische groenteman met wie het allemaal begon en Google-medewerker Wael Ghonim. Laatstgenoemde kreeg spoedig nadat Moebarak gevallen was van alle kanten het verzoek om zijn verhaal te doen. Zo deed hij. De autobiografie werd onlangs gepubliceerd onder de voor de hand liggende titel Revolution 2.0. Bedoeld wordt: de revolutie die in de eerste helft van 2011 in Egypte en andere Arabische landen plaatsvond was niet het gevolg van wapens of andere machten maar van moderne media: Facebook, Twitter, YouTube en Google.

Het ligt voor de hand dat Ghonim dit betoogt, al is het alleen maar omdat de wereld van moderne media zijn wereld is en hij daaraan ook zijn faam ontleent. Geboren in 1980 in een burgerlijk gezin in Caïro – zijn vader is arts – leefde hij tot zijn dertiende in Saoedi-Arabië, studeerde computerkunde en marketing in Egypte en belandde al vroeg in het internetwereldje. ‘Ik doe niet aan politiek’ – aldus het zinnetje dat hij, net als tal van zijn leeftijd­genoten, keer op keer uitsprak. Je keek wel linker uit. Politiek was gevaarlijk en wat je wilde was, eerst en vooral, leven. Maar het wrong. Naarmate Moebarak langer zat en de wereld dankzij internet en andere media kleiner werd, nam de onvrede toe. Vandaar dat Ghonim, ondertussen bij Google in dienst getreden, zich in 2010 achter de scheidende directeur-generaal van het Internationaal Atoomenergie Agentschap schaarde, Mohamed ElBaradei. Hij zou met zijn lange ervaring en internationale faam in staat moeten zijn Egypte in een andere richting te sturen. Ghonim droeg hieraan bij door voor hem een Facebook-pagina op te zetten. Dat had hij nog niet gedaan of er gebeurde iets wat hem trof als een mokerslag: de publicatie op internet van een foto van een door geheime agenten van Moebarak vermoorde man. Zijn naam was Khaled Said. Te meer omdat hij ongeveer dezelfde leeftijd had, voelde Ghonim dat hij nu echt iets moest doen. Wat dat was, sprak voor zich: nog een Facebook-pagina. Deze was getiteld Kollena Khaled Said, ‘wij zijn allemaal Khaled Said’.

Het succes van de Kollena Khaled Said-pagina was dermate groot dat Ghonim in no time duizenden ‘vrienden’ had. Zijn naam probeerde hij overigens voor hen verborgen te houden. Hij was niet meer dan de admin van de pagina. Dat ging goed tot in Tunesië de revolutie uitbrak en het politieke vuur zich razendsnel over de Arabische wereld verspreidde. Op 25 januari kwam het in Egypte tot een eerste massale opstand. Ghonim beweert dat hij de eerste was die hiertoe opriep. Het is mogelijk. In ieder geval was hij niet de enige. Hierop blokkeerde de regering Facebook en Twitter. Dat was een domme daad. Nu begreep iedereen dat er echt iets aan de hand was. Bovendien waren ervaren internetters als Ghonim maar al te goed in staat de blokkades te omzeilen. Omdat de regering dit ook wel wist, werd Ghonim opgepakt en elf dagen vastgehouden – van 27 januari tot 7 februari 2011. Precies in die dagen escaleerde de Egyptische politiek, zozeer zelfs dat de regering bedacht dat het verstandiger was Ghonim weer vrij te laten. Eenmaal zo ver gaf hij op televisie een emotioneel interview. Het maakte hem op slag alom beroemd. Vandaar dat hij de volgende dag op het Tahrirplein verwelkomd werd als ‘de grote man’ van de revolutie. In duizenden artikelen in binnen- en buitenland verscheen zijn naam. De Egyptische regering behandelde hem min of meer als woordvoerder van de opstandelingen. Zijn positie werd nog sterker na de val van Moebarak. De bevestiging van alle faam kwam toen Time Magazine ‘The Protester’ enkele maanden terug tot persoon van het jaar uitriep en Ghonim boven aan de top-honderd van invloedrijkste personen zette. In de begeleidende tekst staat hetzelfde als hijzelf met enige slagen om de arm in Revolution 2.0 schrijft: ‘Wael Ghonim has updated the revolutionary adage that when history can’t be written with the pen, it must be written with the rifle. The Facebook social movement started by Ghonim to protest the police murder of Internet activist Khaled Saeed lit the spark that started the Tahrir Square demonstrations and ultimately brought down Egyptian President Hosni Mubarak.’

Revolution 2.0 is een aardig boek. Niet meer dan dat, helaas. Het geeft een goede kijk in de wereld van de hoofdpersoon aan wie het meest opmerkelijke eigenlijk zijn religiositeit is. Je zou immers verwachten dat zo’n moderne Google-employé er een seculiere ideologie op nahoudt. Dat is verre van het geval. Ghonim is getrouwd met een Amerikaanse moslima die hij ontmoette via een door hem opgerichte religieuze website. Zijn politieke denkbeelden zijn dan ook anders dan je op basis van zijn faam zou verwachten. Maar dit anders-zijn is niet het enige wat vraagtekens oproept. Er is ook nog de kern van de zaak. Zoals gezegd heeft Ghonim de faam de man te zijn geweest die Moebarak deed vallen. Weliswaar zegt hij in de lopende tekst voortdurend dat hij niet meer dan een instrument van de massa was, hij vertelt ook telkens dat de initiatieven van hem uitgingen. Ik betwijfel of dat klopt. Om te beginnen omdat de rol van moderne media in de Arabische opstanden sterk overschat wordt. De belangrijkste ontwikkelingen vonden op straat plaats, niet op internet. Bovendien was Ghonim lang niet de enige die via moderne media tot protest opriep. Wel kreeg hij de meeste faam en dus trok hij onwillekeurig alles naar zich toe. Door de vorm van Revolution 2.0 – een autobiografie – wordt die unieke positie vanzelfsprekend nog versterkt. Maar of dat terecht is? Overdreven is waarschijnlijker.

Wael Ghonim

Revolution 2.0:

A Memoir

HarperCollins Publishers, 308 blz., € 18,99

Marta Ramoneda / Polaris / HH

8 februari 2011, Caïro. Wael Ghonim spreekt op het Tahrirplein