Herkenbaar

Het huidige regeerakkoord staat weer bol van de compromissen. Wel met voor elke van de vier partijen herkenbare onderdelen. Maar wat kan de kiezer daarmee?

Een proef in een aantal gemeenten met legale wietteelt. Dat is helemaal d66. Een vlaktaks met daarboven nog slechts één hoger belastingtarief voor alleen de kleine groep allerrijksten. Het cda pleit er al jaren voor. Extra geld voor gezinnen met kinderen, via de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Het zal goed vallen bij de achterban van de ChristenUnie. Een lagere vennootschapsbelasting voor bedrijven – ook de vvd ziet een wens in vervulling gaan.

Voor de critici van de manier waarop het kabinet van vvd en pvda vijf jaar geleden zijn regeerakkoord tot stand bracht een vraag. Als u bovenstaand rijtje ziet, vindt u dan dat ook bij het nieuwe regeerakkoord sprake is van het door u toen zo vermaledijde uitruilen? Schande werd daar toen over gesproken: het had toch geen pas bij het formeren van een kabinet een spel te spelen met kaarten! De partij die bijvoorbeeld de kaart Zorg trok mocht destijds haar ideeën op dat terrein helemaal uitwerken. Waar was het klassieke compromis gebleven, klonk het toen.

Vergeten waren die critici dat op het klassieke compromis steeds meer kritiek kwam. Wat heb je aan overheidsmaatregelen die een beetje liberaal en ook een beetje sociaal-democratisch zijn? Of, vertaald naar de nieuwe coalitie: een beetje liberaal, een beetje christelijk en dan ook nog een beetje d66? Dat is vlees noch vis! In een klassiek compromis herkent toch niemand zich meer, de partijen niet, maar de kiezer ook niet!

Kritiek op zowel het klassieke compromis als het uitruilen staat voor een groeiend probleem in de Nederlandse politiek. Want hoe valt er te regeren als kiezers daartoe niet meer bereid zijn? Beide zijn immers uitkomst van ons kiesstelsel via evenredige vertegenwoordiging. Omdat geen enkele partij de absolute meerderheid heeft, is er altijd sprake van een coalitieregering. Met inderdaad als gevolg dat als je één van die partijen compleet haar zin geeft op één onderwerp het kan zijn dat daar strikt genomen in de Tweede Kamer geen meerderheid voor is. Of dat wanneer je een ouderwets compromis sluit de uitkomst er een is waar vooraf helemaal niemand voor getekend zou hebben. Toch worden de meeste wetten door ruime Kamermeerderheden aangenomen, meestal ook met instemming van oppositiepartijen.

Al bij het onderhandelen over een regeerakkoord moeten partijen kiezen: klassiek compromis of uitruilen? De uitkomst van die keuze is al een compromis. Met dan ook nog als mogelijkheid dat de gekozen werkwijze van alle twee een beetje is, al weer een compromis dus.

Op de oppositie zal dat geven en nemen niet veel indruk maken

Vorige week ging cda-senator Greetje de Vries-Leggedoor op een bijeenkomst van de Universiteit Leiden, Campus Den Haag, tekeer tegen uitruilen en al fulminerend ook tegen het sluiten van compromissen in het algemeen. Op z’n minst opmerkelijk voor een vertegenwoordigster van een partij die in het verleden vele compromissen sloot om te kunnen regeren. Maar ze vertolkte wel een gevoel in de samenleving. Wat in mijn ogen een gevaarlijke ontwikkeling is. Daarmee ondergraven politici het parlementaire stelsel, omdat ze een democratische grondhouding, het rekening houden met minderheden en het voorkomen dat een absolute meerderheid haar wil oplegt, niet verdedigen.

De vier partijen die nu een kabinet gaan vormen, hebben die democratische grondhouding wel in acht genomen. Daarom ligt er weer een typisch Nederlands regeerakkoord, dat bol staat van de compromissen. Wel met voor elke van de vier partijen herkenbare onderdelen, om het verwijt van vlees noch vis te voorkomen.

Maar op sommige onderdelen is er dan toch weer een compromis om een andere partij tegemoet te komen. Zo mogen vvd en d66 de studielening behouden, maar krijgen cda en ChristenUnie – die terug wilden naar de studiebeurs – ter compensatie een korting op het collegegeld voor eerstejaars studenten. De vvd kan juichen over de verlaging van de winstbelasting, maar d66 en ChristenUnie kunnen wijzen op de hogere lasten die bedrijven gaan betalen voor hun energieverbruik. vvd en cda behouden een streng kinderpardon, maar de ChristenUnie kan benadrukken dat er een betere bed-bad-broodopvang komt voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Op de oppositie zal dat geven en nemen niet veel indruk maken. Die zijn altijd tegen, zoals pvv en Forum voor Democratie. Of worstelen met zichzelf vanwege een tegenvallende verkiezingsuitslag zoals pvda en SP, of een stukgelopen informatiepoging zoals GroenLinks, wat in beide gevallen leidt tot een grote profileringsdrang. Bovendien ruikt menige oppositiepartij nu al bloed, omdat de nieuwe regering slechts 76 zetels heeft, de kleinst mogelijke meerderheid.

Het kabinet van vvd en pvda dat binnenkort vertrekt, was er een van de uitgestoken hand, bereid om compromissen te sluiten met de oppositie. Dat was mooi als gebaar, maar het was ook noodgedwongen, omdat Rutte II geen meerderheid had in de Senaat. Gaat Rutte III ook op zoek naar grotere meerderheden dan die ene zetel, toont het ook de bereidheid compromissen te sluiten met deze of gene oppositiepartij, vakbond of werkgeversorganisatie?

Voorstanders van een breed draagvlak in de samenleving zullen dat toejuichen. Maar een uitgestoken hand moet ook aangenomen worden. Misschien zit daar nog wel het grootste probleem. Negen oppositiepartijen op alle denkbare politieke flanken en veelal van ongeveer dezelfde omvang als de regeringspartijen zullen er alles aan doen om nog herkenbaar te blijven. Uit eigenbelang is dat misschien begrijpelijk. Maar het zal de bereidheid van kiezers om het belang van compromissen in te zien niet bevorderen. Waarmee de politiek uiteindelijk in haar eigen vlees snijdt.