Een terugblik

Herkenning

Op vrijdag 18 januari gaat Mounir Samuel in Pakhuis de Zwijger in debat met de zelfkritische generatie moslims die hij sprak voor een blogreeks. In zijn laatste bijdrage blikt hij terug op zijn gesprekken: ‘Ik zie telkens dezelfde zoektocht naar identiteit en zingeving.’

Het is een van de laatste warme zomerdagen van augustus, al weer anderhalf jaar geleden. Mijn uitgever en ik zitten op het terras van Theater Podium Mozaïek aan de Bos en Lommerweg als een gehoofddoekte middelbare scholiere van zo’n vijftien, zestien jaar oud schuchter op ons af loopt. ‘Jij bent Mounir toch?’ vraagt ze. Ik knik. ‘Ik wil je bedanken voor je ramadan-blogs’, vervolgt ze snel. ‘Mesj’allah (wat prachtig, dit is hoe God het wil)! Je hebt mij en m’n vriendinnen er echt mee geraakt.’ Ze begint te blozen. Op het moment dat ik haar wil bedanken, gaat ze er snel vandoor.

Maanden na de ramadan en de bijbehorende blog die ik in 2017 voor De Groene Amsterdammer bijhield, blijft het reacties regenen. Jonge islamitische Nederlanders – vooral vrouwen – sturen me via Facebook en mijn website lange berichten. Ze willen praten: over hun liefde voor God of juist hun heimelijke geloofstwijfel, seks en maagdelijkheid, ongetrouwd uit huis gaan en/of op kamers wonen, het leven met een hoofddoek of juist de wens deze af te doen, de pijn van islamofobie en framing door de media, de eenzaamheid – telkens weer, altijd en overal – maar het meest van al herkenning (en het diepe verlangen daarnaar). Het woord komt in vrijwel iedere brief, mail en zelfs WhatsApp-bericht terug.

Ik besluit op de virtuele cri de coeur te reageren door velen van hen actief op te zoeken. Zo ontmoet ik een Turks-Nederlandse biseksuele Leidse dertiger die haar familie zag veranderen in fanatieke Erdogan-aanhangers en uit de kast wil komen. Een Amersfoortse Marokkaans-Nederlandse scholier die uit huis wil vluchten, Egyptische en Syrische homoseksuele en transgender-vluchtelingen die ik thuis op shisha trakteer, een gehoofddoekte Marokkaans-Nederlandse Schiedamse die mij zenuwachtig als eerste mannelijke gast bij haar thuis laat logeren, een twijfelende Marokkaans-Nederlandse Barnevelder die mij vraagt hoe zonder omhaal tot God te bidden en een Turks-Nederlandse Arnhemse die graag wil weten wat ik ‘gebruik’ om zo’n diepe connectie met God te ervaren (mijn antwoord: een goed glas water en een flink scheutje Heilige Geest).

18 januari: De Groene Live #17: Hervormingsfundamentalisten

20:00. Pakhuis de Zwijger, Piet Heinkade 179

Hoe gaat een nieuwe generatie moslims om met (zelf)kritiek? Mounir Samuel gaat voor de tweede maal in debat met nieuwe rolmodellen die zelfbewust een plek in de samenleving opeisen.

Aanmelden

Jarenlang reisde ik kriskras door de Arabische wereld en ver daarbuiten en tijdens het treinen door Nederland besef ik dat de verhalen van islamitische jongeren hier feitelijk weinig verschillen van die van hun leeftijdgenoten in Caïro en Casablanca, Tunis en Beiroet, Istanbul en Teheran. Ik zie telkens dezelfde zoektocht naar identiteit en zingeving, hetzelfde gevecht tussen de tirannie van traditie en de eenzaamheid van de moderne tijd, en eenzelfde pijnlijk breken met familie en tegelijk angstvallig vasthouden daaraan. Met dit grote verschil: jonge moslims in Noordwest-Europa liggen vaak van twee kanten onder vuur. Ze worden zowel van binnen als van buiten de gemeenschap aangevallen en ondervinden naast een religieuze identiteitscrisis vaak ook een etnische tweestrijd.

Tegelijk zie ik een ambitie, een zucht naar succes, maatschappelijk en politiek engagement en zelfbewustzijn waar het veel (witte) leeftijdgenoten aan ontbreekt. Iets wat nauwelijks tot niet in de mainstream media wordt getoond. De gemiddelde hedendaagse biculturele en/of islamitische Nederlander is de assimilatie voorbij. Juist ook onder hoogopgeleide islamitische Nederlanders zie je – in wat de integratieparadox wordt genoemd – een groeiende hang naar kennis over de eigen religie, evenals een zichtbare hunkering naar geloof en zingeving.

Deze ontwikkeling is een rechtstreeks gevolg van de aanslagen van 11 september 2001 en de grote sociaal-maatschappelijke en politieke koersverschuiving die deze ook in Nederland tot gevolg hadden. De impact van het gepolariseerde publieke debat over 9/11 komt in vrijwel ieder interview en gesprek terug, maar wordt wellicht wel het best verwoord door de Turks-Nederlandse Enis Odaci (42): ‘Opeens veranderde ik van een gewone buurman, collega, vriend, in moslimbuurman, moslimcollega, moslimvriend.’

Het wierp bij de ingenieur uit Hengelo grote vragen op. Als Turks-Nederlandse aleviet was voor hem de islam vooral een culturele praktijk rond de feestdagen. ‘Wat staat er in de koran over geweld? Wie is God? Is Allah God? Wat wist ik nu eigenlijk echt van mijn geloof? Door de vragen van de samenleving werd ik gedwongen om me te verdiepen in de eigen traditie. Ik ontdekte al vrij snel dat het denken en handelen van Osama bin Laden geen theologisch fundament heeft maar dat alles wat mensen doen in naam van de islam ook onderdeel wordt van de islam en dat je daar een weerwoord op moet vormen.’

De voormalig verkeerskundig ingenieur – tegenwoordig zakelijk leider van het interreligieuze platform nieuwwij.nl – zag zijn leven door de aanslagen totaal veranderen, al was het maar omdat hij door de hevigheid van het debat in de pen klom en deze vervolgens nooit meer neerlegde.

De Afghaans-Nederlandse rapper en columnist Massih Hutak (26) heeft heel kort iets van de tijd voor de aanslagen op de Twin Towers mee mogen maken. ‘Toen kwam 9/11 en zeiden mijn Marokkaanse vriendjes met wie ik elke dag voetbalde “terrorist” tegen mij omdat zij op tv hadden gezien dat Bin Laden erachter zat en dat hij zich in Afghanistan verstopt had. Diezelfde avond vroeg ik mijn vader of we terroristen waren. Hij reageerde met: waarom zitten we dan hier? Waarom denk je dat ik met jullie weg ben gegaan? Overigens ga je ook gewoon weer verder met voetballen, scoor je drie doelpunten en is Massih weer populair. Maar ik dacht wel even: in deze shit is niemand te vertrouwen. De berichtgeving was heel problematisch. De samenleving is beetje bij beetje, maar iedere keer wel met een point of no return, harder geworden en wantrouwiger.’

Het is niet alleen de nasleep van 11 september die een grote invloed heeft gehad op de bewustwording en identiteit van veel (jonge) moslims. Ook het aanhoudende Marokkanen-debat (‘Marokkaan’ is het derde meest gebruikte scheldwoord in de Nederlandse taal) heeft een grote impact. Zo besloot de Marokkaans-Nederlandse Imane Nadif (32) – gemeenteraadslid van GroenLinks in Amsterdam met onder meer duurzaamheid als portefeuille – politiek actief te worden uit een verlangen de representatie van gekleurde vrouwen te verbeteren. Directe aanleiding was haar destijds zesjarige dochtertje dat na een schooldag huilend thuiskwam omdat ze in de nasleep van Wilders’ ‘minder, minder’-opmerking op het schoolplein gehoord had dat alle Marokkanen uit Nederland moesten vertrekken. ‘Moeten wij nu ook weg?’ vroeg het meisje, dat overigens een Hollandse vader heeft, bedremmeld.

Nadifs beslissing om het niet bij het troosten van haar dochtertje te laten, maar juist ook de toekomst van haar kinderen te verbeteren, staat niet op zichzelf. Het bewijst voor mij opnieuw dat daar waar door velen wordt gevreesd dat de giftige polemiek in de media en het politieke populisme veel (jonge) islamitische Nederlanders afkerig maken van de samenleving, er juist ook velen zijn die zich mobiliseren en een duidelijk statement maken (zoals de ‘wij blijven hier’-beweging) en zich extra voor de samenleving inzetten om hun zichtbaarheid te vergroten en juist het tegendeel te bewijzen van al die angst en eenkennigheid. Denk aan de moslims die meedoen aan de documentairereeks Moslims zoals wij (NTR).

De media, gehekeld door populaire rappers als Ismo en luid bekritiseerd door iedere moslim die ik spreek, spelen ondertussen een belangrijke rol in de kennis en angst omtrent de aanwezigheid van moslims in Nederland. Het aantal moslims (evenals de zogeheten ‘islamisering’ van de samenleving die zij zouden veroorzaken) wordt mede door de hoeveelheid berichtgeving omtrent deze kleine bevolkingsgroep enorm overschat. Zo denken Nederlanders dat 21 procent van de inwoners van ons land moslim is, terwijl dit aantal volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ligt op vijf procent van alle volwassenen in Nederland. Overigens groeit het aantal niet-moslimmigranten sneller dan het aantal moslimmigranten en trekken er veel meer christenen dan moslims naar Nederland. Over een christelijke tsunami hoor je echter niemand.

Wie ‘islam’ in de zoekbalk van de NOS of de grote kranten intikt, vindt tientallen items over aanslagen, dreiging van terrorisme, het gevaar van salafisme, de dreiging van een parallelle samenleving en het probleem van vasten tijdens examens. Maar wie zijn al die moslims dan eigenlijk? Wat geloven ze nu echt? Waar blijft de stem van de tweede en derde generatie islamitische Nederlanders? Van de moslims die kritisch zoeken en reflecteren op God, gemeenschap en samenleving? En waar en hoe kan men eigenlijk eerlijk praten over de problemen in eigen kring, zonder bij te dragen aan de bestaande vooroordelen en populisten van extra munitie te voorzien?

Met die laatste uitdaging worstelt bijvoorbeeld de Marokkaans-Nederlandse tv- en radiopresentator Nadia Moussaid (34) tijdens onze vele gesprekken. ‘Ik vind het ingewikkeld. Aan de ene kant denk ik: ach, moeten we die vuile was wel buiten hangen, en als je altijd probleemgestuurde uitzendingen maakt krijg je inderdaad de gedachte “goh wat een problemen allemaal, zie je het is allemaal mis”, maar aan de andere kant ben ik ervan overtuigd dat als je wel die kwetsbaarheid van binnenuit laat zien dat een gemeenschap ook sterker maakt.’

Het is vanuit deze overtuiging, evenals uit de aanhoudende berichten en het gebrek aan zichtbaarheid van die grote groep die ik als doorbraakgeneratie beschouw, dat ik uiteindelijk de portrettenreeks ‘Hervormingsfundamentalisten’ op groene.nl en het boek God is groot: Eten, bidden en beminnen met moslims heb geschreven. Na de vele lange en vaak zeer intieme gesprekken met eerste, tweede en derde generatie (islamitische) Nederlanders van allerlei kleur en afkomst, overtuiging en stroming, religiositeit en ongeloof worden steeds meer de gevolgen van het huidige, vaak zeer eenkennige politieke discours duidelijk. De moslim bestaat niet en daar waar over zoiets als de islamitische gemeenschap(pen) gesproken kan worden is deze een stuk veelzijdiger, zelfkritischer, dynamischer en geïntegreerder dan tot dusver wordt aangenomen.

In de gesprekken blijkt soms ook de bij mij heersende beeldvorming niet te kloppen. Zo ontdek ik in een gesprek met ex-rapper Abid Tounssi (37), voorheen bekend als Salah Edin, dat ook het salafisme niet één stem of gezicht heeft en dat anders dan Nieuwsuur deed vermoeden zijn ruk naar het conservatisme juist met groeiend maatschappelijk engagement samenhangt. Zo stopte de rapper met het maken van muziek toen hij zich realiseerde dat deze als inspiratie voor criminaliteit en radicalisering diende.

Daarnaast kan een overijverig geloof, mits het niet onder een vergrootglas komt te liggen, ook een periode van jeugdige overmoed zijn die juist tot heel andere keuzes kan leiden. Zo was de Gentse imam Khalid Benhaddou (31) eens een radicale jeugdprediker. ‘In mijn vorige leven, toen ik nog niet de rationele islam verkondigde en mijn denken nog sterk verankerd was in de traditionele islam, kwam ik vaak op bezoek in de verschillende conservatieve centra in Nederland. Ik was vertrouwd met de salafistische kringen en bijeenkomsten van de Moslimbroederschap. Toen ik zeventien, achttien jaar oud was, gaf ik daar al lezingen. Achteraf gezien hebben deze ervaringen me gesterkt en mijn denken gevormd. Want hoewel ik die lezingen gaf, zat ik zelf vol vragen en was ik ergens niet overtuigd van mijn eigen verhaal.’ Tegenwoordig is Benhaddou imam van de grootste moskee in België, deradicaliseringsexpert en een fanatiek pleitbezorger van een rationele islam.

Opvallend is de rol van vrouwen die niet alleen een voortrekkersrol spelen in het maatschappelijke, universitaire en politieke leven, maar ook een veel grotere mate van vernieuwingszin en flexibel geloof dan hun mannelijke geloofsgenoten tentoonspreiden en daarbij voorbij de grenzen van de eigen religie durven kijken. Een voorbeeld hiervan is de Marokkaans-Nederlandse ingenieur Dina el Filali, die niet gelooft in God als een man met touwtjes in zijn handen. ‘Ik zie God als een niet-oordelende energie die gewoon is en zich in verschillende vormen manifesteert. De mate waarin wij in staat zijn om die energie toe te laten merk je ook. Of ik nu met jou naar de kerk ga, een tempel bezoek of in de moskee bid, voor mij zijn het allemaal plekken waar die niet-oordelende energie zich manifesteert.’

Op de vraag of ze moslim is reageert ze zonder twijfel met ‘ja’. Maar de islam staat voor haar gelijk aan de essentie van el-istislam, het je letterlijk overgeven aan die goddelijke energie. ‘Iedereen heeft een waarheid, een bril waardoor we naar deze wereld kijken, en mijn waarheid is anders dan die van de ander, maar het is wel evenwaardig beide te laten bestaan. Ik kan ook niet de ervaring van iemand anders benaderen, dat is onmogelijk!‘

Juist die bewuste, eigen manier van geloven zie ik bij de vrouwen met bedekkende kleding en hoofddoek terug. Zo is daar de Marokkaans-Nederlandse psychologe Assmaa Kammite (29) uit het Utrechtse Ondiep die iedere dag ziet hoe een ander vooroordeel wordt afgebroken, ook in gesprek met mij. Veel cliënten schrikken even als de gesluierde vrouw de wachtkamer binnenkomt. ‘Nee, wij wachten op Esmé Komité’, zeggen ze dan. De psychologe is niet op haar mond gevallen, brengt zelfs mij aan het blozen, is bijzonder uitgesproken als het om de positie van LHBTIQ-personen gaat en o, een van haar lievelingsboeken is de Engelstalige King James-versie van de bijbel.

Hoe lastig het is om constant tussen botsende binnen- en buitenwerelden te bewegen ziet ze telkens weer onder de islamitische cliënten in haar praktijk terug. ‘Als het om de gemeenschap gaat komt het telkens neer op: “Ik ben eigenlijk het collectief maar ik wil ook een individu zijn, maar in het collectief willen ze niet dat ik het individu ben.”’ De psychologe omschrijft het vraagstuk als ‘of-of’ en ‘een voortdurend kiezen tussen de familie of de liefde, jezelf of God, je ambitie of je echtgenoot’.

De effecten van groepsdruk en gemeenschapszin maken vooral jongeren enorm kwetsbaar, stelt ook de Rotterdamse politicus en oprichter van de islamitisch geïnspireerde NIDA-partij Nourdin El Ouali (35). Ze zijn kwetsbaar, zegt hij, ‘niet alleen voor de mening in de gemeenschap maar ook voor wat een persoon als Wilders roept. Onze waardigheid wordt aan anderen gekoppeld. Wat iemand over ons zegt kunnen we niet naast ons neerleggen. We moeten dit mechanisme inzichtelijk maken en hierover een kritisch gesprek voeren in onze gemeenschap. We moeten onze kinderen echt weerbaarder maken voor kritiek van binnenuit en buitenaf. Daarom zeg ik zo nadrukkelijk: “Neem je eigenwaarde in eigen beheer. Ze is van jou.”’

Psychologe Kammite vindt het kwalijk dat de gemeenschapsdruk mensen belet om tot ‘hun volste potentieel’ te komen. ‘Het is niet eens zozeer dat mensen klein worden gehouden omdat ze dit niet mogen of dat niet. Maar in het individu, in het zelf, het nooit kunnen volgroeien van het zelf ligt het probleem.’

De vraag is echter in hoeverre de samenleving die ruimte wel toestaat. In tijden van hardnekkige identiteitspolitiek worden mensen tot eendimensionale leden van een groep gereduceerd. ‘Altijd maar dat praten over afkomst en achtergrond, ik ben zoveel meer dan dat’, zegt de Koerdisch-Nederlandse actrice Meral Polat (36). ‘Het is tijd voor een nieuw verhaal.’

Het omarmen van een meervoudige identiteit levert echter grote spanning op. In de woorden van oud-bestuurder Fatima Elatik (45): ‘Ze weten niet wat ze met me aan moeten. Ik pas in geen enkele box. Ik ben alles wat dit land niet wil: Marokkaans, vrouw, moslim, links, goedgebekt, Amsterdams, Ajacied en dan draag ik ook nog een hoofddoek. Ik ben gelovig maar heb progressieve waarden.’ De politica was in 2003 de eerste moslim ter wereld die voor de gemeente Amsterdam publiekelijk een homostel trouwde. ‘In welk doosje ze me ook proberen te stoppen, ik pas er niet in. Daar worden mensen onrustig van.’

Evengoed laat de doorbraakgeneratie luid en duidelijk van zich horen. Een voorbeeld daarvan is de Marokkaans-Nederlandse jongerenwerker en community builder Redouane Amine (30). Eens was hij de exemplarische ongewenste ‘straat-Marokkaan’ die niets van homo’s moest hebben en als het om vrouwen en andere minderheden ging er op z’n minst discutabele opvattingen op nahield, maar hij maakte een fikse draai in zijn denken en werd de knuffelbeer van de jonge islamitische queer-gemeenschap. ‘Meningen worden als bakstenen gebruikt om naar elkaars hoofd te gooien. Bakstenen zijn een samenstelling van aarde en water. Bouwstenen die altijd uit verschillende componenten zijn samengesteld. Ik vind het maar arrogante betweteritis. Ik vraag me af: zijn we eigenlijk bang voor de vragen of vooral voor de antwoorden? Volgens mij zijn veel moslims die niet tegen kritische vragen kunnen heel bang. De arrogantie en betweterigheid zijn een camouflage van hun diepe angst en onzekerheid.’

In het portret houdt Amine een scherpe spiegel voor: aan de Marokkaanse gemeenschap ja, maar ook zeker aan Nederland. ‘Ik denk dat we op dit moment in de cruciale fase zitten waar mensen het bestaan van sociale fenomenen heel erg ontkennen – zoals dat Zwarte Piet racisme is, of dat de hoofddoek net zo goed bij de samenleving hoort als wat dan ook, of dat onze samenleving een stuk rijker is dan we onszelf voorschotelen. We staan op de brug tussen die collectieve ontkenningsfase en het eureka-moment dat ons uiteindelijk bij acceptatie brengt.’

Wie al even scherp en vooral onomwonden maatschappelijke tegenstrijdigheden durft bloot te leggen is de Marokkaans-Nederlandse tv-kok en kookboekenschrijver en single moeder Nadia Zerouali (42). ‘Van wie krijg ik alle k*t-opmerkingen dat ik zoveel werk? Van vrouwen. “O mis je je kind dan niet als je op reis gaat?” Eh nee, ik moet ook ademhalen. Ik kan niet 24/7 zijn handje vasthouden. Wordt hij ook niet blij van trouwens (…) Als vrouwen zelf thuis willen blijven om hun kind op te voeden moeten ze dat zeker kunnen doen. Maar nu hebben we in Nederland dat poldermodel van halfbakken twee tot drie dagen werken per week, wat resulteert in én geen carrière én geen ouderschap, want alle kinderen gaan naar de crèche, en ondertussen zijn al die moeders overspannen en doen al die kerels nog steeds geen ruk.’

Vrijwel alle ‘hervormingsfundamentalisten’ die ik sprak braken een lans voor LHBTIQ’ers. Twee Marokkaans-Nederlandse vrouwen – voorzitter van Stichting Maruf Dounia Jari (31) en zangeres Kamilia Koutet (25) – spraken voor het eerst openlijk over hun liefde voorbij de vaste conventies. Koutet maakte met haar nummer Samen zijn niet alleen een statement voor vrije partnerkeuze maar toont zich in de bijbehorende videoclip openlijk met haar Hollandse partner Iris Celeste (23). En bedreigingen? Nee, de twee krijgen juist massale steun van binnen en buiten de eigen kring – zoals alle geïnterviewden trouwens.

Tegelijk wordt er geen debat heviger over het hoofd (en ten koste) van een groep gevoerd dan dat over ‘coming out’ van islamitische LHBTIQ’ers. Zo legt de Bosnisch-Nederlandse directeur van Stichting Maruf Dino Suhonic (33) in duidelijke taal uit. ‘Homo-nationalisme is een systeem waarin het Westen zichzelf bijzonder exceptioneel en superieur acht omdat hier in de afgelopen decennia homorechten snel ontwikkeld zijn. Het idee ontstaat al snel dat dit altijd zo was en homorechten dus inherent horen bij de Nederlandse of westerse nationaliteit(en). Iedereen die LHBTIQ-rechten niet accepteert, of anders ziet, is dus niet-westers en daarmee ook niet welkom. Kijk maar naar politici die zeggen: “Moslims hebben moeite met homoseksualiteit, hun identiteit en denken staat haaks op onze samenleving.” Overigens leven we ondertussen in een tijd van post-homo-nationalisme waarin zelfs linkse partijen die concepten overnemen. Dat zie je in het onbewuste idee van “o we moeten moslimhomo’s helpen want dan kunnen ze mooi de dialoog voeren in de eigen gemeenschap zodat ze allemaal mee kunnen in onze westerse ontwikkeling”. Als zogeheten zelf-bevrijde queer moslim zit je eigenlijk bij voorbaat vast in al deze frames. Je bent een mooie exotische fantasie tot je kritiek op het Westen uit of bepaalde zaken in de samenleving aan de kaak stelt. Je queerness maakt je wit, tot het moment dat je moslimidentiteit naar voren komt dan ben je opeens weer zwart.’

Het is wellicht deze groep van queer moslims die zich zowel in de eigen gemeenschap als in de bredere samenleving het eenzaamst voelt en de grootste moeite heeft godsdienst en geaardheid beide uit te dragen. Hoe dan ook komt het gevoel van eenzaamheid juist bij degenen die de grote stap vooruit zetten in veel gesprekken terug. In de woorden van de Marokkaans-Nederlandse, maar vooral Amsterdamse wethouder Tourai Meliani (44): ‘Er zijn mensen die ruimtes binnenkomen en zeggen: “Ik voel me te zwart, ik ben weer de enige.” Als ik op een plek kom waar niemand op mij lijkt, ben ik weer die uitzondering. En dat is wat mensen niet meer willen zijn. Die willen in een stad en op een plek komen waar ze zich gehoord en gezien voelen.’

Het doorbreken van de heersende segregatie vereist doorzettingsvermogen en moed. De Turks-Nederlandse onderneemster Selcen Yildizeli (34) begon in Amsterdam-Noord de hipster-koffiebar Mok om witte vrienden te krijgen. Yildizeli groeide op in de Turkse subcultuur van Amsterdam-Noord. De witte Nederlander? Die was toch vooral iets van de televisie. Net zoals de grote stad aan de andere kant van het IJ. Die was maar eng. De oversteek met het befaamde pontje mocht ze van haar ouders tot haar twaalfde niet maken. Yildizeli hoopte op een vmbo-advies maar mocht tot haar grote schrik als enige leerling van haar klas naar het vwo. ‘Nu ben ik blij dat het op die manier is gegaan en ik heb zelfs spijt dat ik er niet veel meer uit heb gehaald. Ik merkte dat ik meteen toenadering zocht tot de paar gekleurde leerlingen op die school. Ik kan dat proces tot de dag van vandaag niet helemaal verklaren. Het is misschien een kwestie van herkenning.’

Hoe dat voelt, die toegang tot een nieuwe, andere wereld vertelt ook het Marokkaans-Nederlandse Utrechtse D66-gemeenteraadslid Mohammed Saiah (24). Hij groeide op in Culemborg en ging naar het mbo – daar is hij inmiddels een boegbeeld van. Zijn ouders, eerste generatie gastarbeiders, begrijpen weinig van de leefwereld van deze jonge wereldverbeteraar, maar in de grote buitenwereld staat hij vaak ook alleen. ‘Overal waar ik kom ben ik zo’n uitzondering. Binnen de raad en mijn partij als moslim, Marokkaan, jongere en zeker ook als mbo’er.’

De Marokkaans-Nederlandse zangeres Karima El Fillali (31) heeft een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader en brengt twee culturen – het christendom en de islam – in zich samen. Ze beschouwt de samenleving als ‘een canvas waarop iedereen zijn mening kliedert en waar ergens iets van vinden belangrijker is dan iets weten’. Het doet haar pijn om weer een stigmatiserende krantenkop of Facebook-post te lezen. ‘Mensen hebben geen idee. Wanneer ze over “moslims” praten, praten ze over mijn kleine broertje, mijn oma, mij.’ Maar dan stelt ze de vraag: ’Willen we ons gelijk, of ons geluk?’

Willen we als samenleving dat laatste bereiken, dan is het kijken voorbij de grenzen van het eigen gelijk noodzakelijk. Want als iets mij duidelijk is geworden bij ieder volgend gesprek is dat er onder de verschillende islamitische gemeenschappen van Nederland en zeker onder de tweede en derde generatie moslims enorme golven van verandering plaatsvinden die voor het oog onzichtbaar blijven zolang we in categorische groeperingen blijven denken en de meervoudige identiteit en unieke individualiteit van islamitische Nederlanders blijven ontkennen.