Hoogleraar sociologie, Universiteit van Amsterdam

Herman van de Werfhorst

Wat is de meest dringende maatschappelijke kwestie van dit moment?

Vroege selectie in het onderwijs is in Nederland veel te rigide. Op twaalfjarige leeftijd vindt een belangrijke selectie plaats, en dat is internationaal gezien bijzonder vroeg. Hoewel deze selectie voor sommige (cognitieve) vakken wellicht wenselijk is, is het volstrekt onwenselijk dat leerlingen worden gescheiden in aparte schoolgebouwen, voor de duur van meerdere leerjaren, en voor alle vakken. Juist als het gaat om sociale vakken als maatschappijleer, geschiedenis of gymnastiek, zou het wenselijk zijn als leerlingen van verschillende leerwegen met elkaar in contact komen. Dit zal de betrokkenheid van jonge burgers bij de samenleving vergroten, omdat wederzijds begrip wordt gekweekt tussen groepen die sterk zijn gescheiden op basis van sociaal milieu en etniciteit.

Empirisch onderzoek toont aan dat personen opgeleid in het beroepsonderwijs minder burgerschapscompetenties hebben, en minder actief zijn als burger (stemmen bij verkiezingen, vertrouwen hebben in instituties, deelnemen aan vrijwilligerswerk) dan personen opgeleid in het algemeen-vormend onderwijs. Bovendien zijn de verschillen tussen verschillende onderwijstypen in Nederland relatief groot in vergelijking met andere landen. In landen waar vroeg geselecteerd wordt zijn deze verschillen groter dan in landen waar pas later wordt geselecteerd, zo blijkt uit onderzoek.

Wat is het meest onderschatte probleem in Nederland?

Nog los van de bekende problemen in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs zijn er verschillende trends die het beroepsonderwijs in een spagaat plaatsen. Enerzijds bestaat er de overtuiging dat een sterk beroepsgericht onderwijsstelsel de toegankelijkheid tot de arbeidsmarkt van afgestudeerden vergroot. Anderzijds is er een ‘veralgemenisering’ van het beroepsonderwijs gaande, ingegeven door wensen van de arbeidsmarkt (werkgevers). Het is een grote uitdaging om het beroepsonderwijs op zo'n manier te handhaven dat het de wensen van de arbeidsmarkt blijft bedienen, en tegelijkertijd onderscheidend te blijven van het algemeen-vormend onderwijs.

Wat is het meest overschatte probleem in Nederland?

Er woedt al jaren een enorme expansiedrift in het hoger onderwijs. Minimaal 50 procent van recente cohorten zou een diploma in het hoger onderwijs moeten halen, zo stellen verschillende kabinetten. Dit getal komt uit Noord-Amerika, die Europese landen gebruiken als 'benchmark’ voor onze onderwijsambities. Immers, in de Verenigde Staten en Canada is de participatie in het hoger onderwijs ongeveer 50 procent, en een kenniseconomie moet dat getal nastreven. Volgens mij is expansie van het hoger onderwijs helemaal niet nodig, en bovendien zouden we de streefcijfers al lang bereikt hebben als we Amerikaanse appels met Nederlandse appels zouden vergelijken. Immers, wat in Amerika meetelt als hoger onderwijs zijn de 'community colleges’, die in allerlei opzichten vergelijkbaar zijn met Nederlandse vierjarige MBO-opleidingen. Als we deze zouden meetellen in Nederland, zouden we al aan een participatiegraad van meer dan 60 procent zitten. Verdere expansie is niet nodig omdat het het onderwijs alleen maar meer een 'positioneel goed’ maakt waar onderwijs steeds minder gebruikt wordt als selectiemiddel voor bepaalde vaardigheden.


Bekijk de pagina van Herman van de Werfhorst bij de UvA of volg hem op Twitter