Emeritus hoogleraar politieke theorieën en rechtsfilosofie, Universiteit Leiden

Herman van Gunsteren

De dringendste maatschappelijke kwestie lijkt mij of jongeren zich maatschappelijk welkom voelen. Voor wat betreft mijn vakgebied: De dringendste politieke kwestie lijkt mij de verbinding tussen de contrademocratie (de term is van Pierre Rosanvallon) en gevestigde politieke instituties. De term ’ contrademocratie’ is van Pierre Rosanvallon en verwijst naar bewegingen van burgers die uiterst kritisch zijn over het optreden van bestaande democratische instituties. Zij proberen dat via demonstraties, stemmen op antipartijen, referenda en bewegingen op internet te corrigeren. Denk aan de ontwikkelingen rond de bouw van een nieuw station in Stuttgart en het optreden van de 80 jarige Heiner Geissler als ‘Schlichter’ aldaar. Dergelijke bewegingen wegzetten als opruiing door anarcho’s kan niet meer, gezien het burgerlijk brave karakter van veel demonstranten in Stuttgart. Evenmin voldoet het afserveren van stemmers op de PVV als voortkomend uit 'angst’.

Het meest onderschatte probleem lijkt mij het opbouwen van veerkracht, d.w.z. van het vermogen om met verrassingen om te gaan zodanig dat kernwaarden behouden blijven. Verrassingen zijn niet alleen onvoorziene gebeurtenissen en ontwikkelingen, maar ook zaken die wel voorzien zijn, maar die zich zelfs door de beste reactie uit onze portefeuille van reacties niet laten temmen (files en illegalen zijn al jaren verrassingen van deze tweede soort). De veerkracht van een vrije samenleving schuilt, anders dan voorstanders van versterking van 'de’ Nederlandse cultuur veronderstellen, niet zozeer in eenheid als wel in de manier waarop daar met conflict en verschil wordt omgegaan, namelijk zodanig dat de behandeling ervan de algemeenheid ten goede komt: concurrentie op de markt, hoor en wederhoor in het recht, regeren en oppositie voeren in de politiek en botsende visies op wat waar is in de wetenschap.

Het in Nederland meest overschatte probleem is, meen ik, migratie.

Onderbouwen met (wetenschappelijke) feiten kan ik niet. Niet alleen vanwege het bestek van 500 woorden, maar ook omdat het onderscheid tussen wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke feiten zelf vragen oproept. Gaat het om het verschil tussen beweringen die zich late falsifiëren en die waarbij dat niet mogelijk is (axioma’s bijvoorbeeld)? Of doelt u op een verschil tussen feiten, meningen en overtuigingen zoals onlangs door Vincent Icke gemaakt? Wat doet u met feiten die ontologisch subjectief zijn, d.w.z. in hun bestaan afhankelijk van wat menselijke subjecten doen en denken (zoals sinterklaas)? Dergelijke feiten kunnen objectief vaststaan, zoals Sinterklaas, maar ook plotseling vervluchtigen, zoals de DDR rond 1989 of een munt die in vrije val raakt.


Lees ook een rondetafelgesprek met Herman van Gunsteren over het kabinet van Rutte en de gedoogsteun van de PVV, of bekijk Van Gunsterens pagina bij de Universiteit Leiden