Hermelien

Hermelien staat voor intelligentie, maar wel voor een bepaald soort. Ze weet alles, maar ze kan uiteindelijk niet veel meer dan de regels volgen. Ze is, in de kern, een gehoorzaam wezen.

Wie troost zoekt, leest Harry Potter. Nu was ik laatst in Lochem, waar ik (toevallig op zoek naar troost) een boekhandel binnenliep en het enige Potter-exemplaar kocht dat voorhanden was: Harry Potter en de Geheime Kamer, het tweede deel uit de reeks. Verder dan deel vier ben ik nooit gekomen - dat was een aangenaam idee: genoeg troost in het vooruitzicht, en dan ook nog eens van het onontgonnen soort.

Zoals wel vaker vond ik al hopend op verlichting veel, maar toch weinig verlichting. Lichte verbazing ervoer ik tijdens het lezen, die tenslotte uitmondde in royale irritatie. Ik denk dat een groot deel van de sympathie die mensen voelen voor de Potter-reeks valt toe te schrijven aan Harry’s onschuld, die vrij eenvoudig in het leven wordt geroepen door zijn rivaliteit met Voldemort – de schuld zelve. Iets anders dat die onschuld in de hand werkt, is de afwezigheid van seksualiteit in Harry’s leven: menig dertienjarig jongetje is toch vooral bezig met masturbatie, Harry daarentegen speelt zwerkbal en bestrijdt zo nu en dan het kwaad.

Gelukkig of ongelukkig genoeg heb ik een tijdlang filosofie gestudeerd, en weet ik inmiddels dat iets niet expliciet aanwezig hoeft te zijn om impliciet toch van invloed te zijn. Seksualiteit, voor zover het sekse betreft, speelt namelijk wel een rol van betekenis in de boeken van Rowling. Zoals gebruikelijk is daar één partij de dupe van, in dit geval de meest prominent figurerende vrouw binnen de reeks: Hermelien.

Hermelien heeft in mijn ogen, en vermoedelijk in die van vele anderen, altijd synoniem gestaan voor intelligentie. Geboren met haar hand omhoog, het antwoord wetend op alle vragen, staat ze Harry onafgebroken bij in zijn verzet tegen de vele bad guys uit de magische wereld. Ze wordt dan ook vaak bestempeld als weliswaar onbestaand, maar toch mooi fictief boegbeeld van het feminisme – een slimme vrouw naast twee naïeve jongens die uiteindelijk niet meer te volgen hebben dan hun eigen intuïtie.

Het is precies die intuïtie waaraan het haar ontbreekt, ontdekte ik al lezend, en daarom werd ik ook zo droevig. Hermelien weet misschien alles, maar ze kan tenslotte niet meer dan wat we al dachten te weten over vrouwen: het volgen van de regels. Uiteraard breekt ze die zo af en toe, geholpen door Harry’s alles overwinnende moed, maar in de kern is ze een bijzonder gehoorzaam wezen.

Grofweg bestaan er twee soorten intelligentie: het vermogen om bestaande kennis uit je hoofd te leren, en de kunst om die kennis opzij te schuiven omdat je voelt dat zich daarbuiten een meer wezenlijke of urgente waarheid bevindt. Het is die laatste vorm van ‘slim zijn’ waar Harry over beschikt, en die mensen uiteindelijk bestempelen als wijsheid. Hermelien is opgezadeld met het eerste soort, en komt er daarmee – uitstekend rapport of niet – een stuk beroerder vanaf.

Zo beschouwd zijn Ron en Harry respectievelijk alles wat vrouwen van oudsher ontzegd wordt: humor en een zekere natuurlijke intelligentie, die je niet aan kunt leren maar waarmee je nu eenmaal geboren wordt. De tragiek is dat meisjes al zo vroeg doordrongen zijn van dat vermeende gebrek dat ze inderdaad vaak harder studeren, met het gevolg dat hun negens en tienen in de regel aan noeste arbeid geweten worden en niet aan het feit dat ze gewoon slim zijn.

Zelf verkeer ik al enige tijd in twijfel of ik nu tot het kamp van jongens of meisjes behoor, wat er op de middelbare school geloof ik toe leidde dat ik mezelf alle mogelijke gebreken toeschreef: de identiteit van een brave studente paste me zeker niet, maar vertrouwen op eigen kunnen deed ik evenmin. Dat leverde me een scala van vieren en drieën op, en uiteindelijk ben ik in de hoop op een diploma de toetsen maar gewoon gaan jatten.

Zo trof ik in het tweede Potter-deel alsnog iets van troost aan, want ik besefte dat het me misschien aan kennis ontbrak maar toch zelden aan moed – en die eigenschap komt ook in de wereld van Dreuzels best goed van pas. Het verschil tussen mij en Harry was hooguit dat hij die onzichtbaarheidsmantel had en ik niet, waardoor mijn avonturen op een gegeven moment iets minder goed afliepen. Volkomen nieuwe examens moest ik maken, ook van talen die ik voor geen woord beheerste. Bij Duits heb ik toen maar een levensgrote vagina op mijn antwoordenvel getekend, waarmee ik mezelf een één bezorgde maar misschien toch ook een stiekeme glimlach – van een jonge tovenares die eindelijk eens wat stennis geschopt ziet worden door het vrouwelijke soort.