Nieuwe perikelen rond PCM

Herrie aan de Herengracht

Bestuursvoorzitter Bouwman van PCM dacht de idealisten in eigen kring te hebben verzoend met een ondergeschikte rol na de verkoop van tweederde van zijn uitgeversconcern. Maar nu er moet worden gekozen, blijken ze toch een grote mond te hebben.

Precies een jaar geleden reageerde Theo Bouwman, bestuursvoorzitter van uitgeverij PCM, hyperalert op een stuk in deze krant waarin werd betoogd dat zijn interne reorganisatie tot doel had het concern boekhoudkundig mooi opgepoetst in de etalage te zetten. Door het Algemeen Dagblad en de andere titels hun eigen businessunit te geven, «hoeven eventuele kopers zich niet door een hybride boekhouding heen te worstelen om te we ten of ze te maken hebben met een winstmaker of een sterfhuis», was de voorspelling. «Er staat geen enkele krant bij PCM in de etalage», antwoordde Bouwman direct in februari 2003.
Ik heb me inderdaad vergist. Nu de macht over PCM uiterlijk voor de zomer zal zijn verkocht, wordt aan de Herengracht in Amsterdam over van alles en nog wat getwist. Maar niet over het voornemen om PCM komend kwartaal integraal elders onder te brengen. De nieuwe grootaandeelhouders mogen niet splitsen en niet aan de kranten komen, zei Bouwman medio januari tegen de redactie van NRC Handelsblad. PCM zal niet worden verkocht aan de hoogste maar aan de beste bieder, verzekerde Bouwman toen.
Het stelde de meeste hoofdredacties en boekenuitgevers binnen PCM gerust. Anders dan bij de vorige transactie in 1995 toen PCM voor 865 miljoen gulden de Dagbladunie van Elsevier overnam, hoeven die zich nu niet overmatig te bekommeren over de verkoop.
Bouwman heeft zich met zijn integrale verkoopstrategie wel een paradoxaal probleem op de hals gehaald. Zijn belangrijkste partner is zijn belangrijkste tegenstander geworden: de Stichting Democratie en Media die met 57,4 procent der aandelen dominant is. De stichting speelt het hard, nu ze ongeveer de helft van haar belang moet verkopen. Haar veto positie moet voorkomen dat het bedrijf wordt overgenomen door «venture»- kapitalisten.
Die macht heeft Bouwman zelf aangereikt. Toen hij de verkoop van 65 procent van alle aandelen doordrukte, heeft hij allerhande randvoorwaarden toegezegd. Dat was de houding van een politicus die naar consensus streeft, niet die van een ondernemer die zoveel mogelijk brood op de plank wil. In het prospectus van PCM staat daarom expliciet dat de stichting voor onbepaalde tijd prioriteitsaandeelhouder blijft en zo lang als dat duurt dus elke cruciale koerswijziging van PCM kan blokkeren. Nu puntje bij paaltje komt, wil de stichting al meer dan formele garanties. De zogeheten «shortlist» van bieders is haar breekijzer. De stichting vertrouwt financiële investeerders niet a-priori. Want die hebben, als ze het spul weer kwijt willen, weinig boodschap aan de voorwaarden van de vorige eigenaar. De stichting wil daarom de keuze zo veel mogelijk beperken tot strategische partners. Op de inmiddels hevig betwiste shortlist prijken naar verluidt twee uitgevers (de Persgroep uit België en het Noorse Schibsted) en één investeringsfonds (het in Londen gevestigde Apax). Andere venture capitalists, zoals Rollie van Rappard van het Britse cvc (eigenaar van Veen, Bosch & Keuning) en het ook in Londen genoteerde 3i dat Malmberg bezit, zijn niet welkom.
Daarmee zet de stichting het mes op de keel van Bouwman. De bestuursvoorzitter heeft zijn hart juist verpand aan een aandeelhouder die geen sjoege heeft van uitgeven. En wel om drie redenen. Ten eerste omdat hij afgelopen najaar het pad van CVC kruiste en toen al tot zaken kon komen, een deal die hij niet verder kon uitwerken omdat de raad van commissarissen het te snel vond gaan. Ten tweede omdat Bouwman reeds nadenkt over de volgende «logische» stap van PCM: een beursnotering over een paar jaar, een ideaal dat zijn voorganger Cees Smaling niet wist te realiseren en dat mogelijk ook nooit meer zal worden gerealiseerd omdat hoogwaardig gedrukt nieuws meer en meer een economische hobby wordt. En ten derde omdat hij zelf ervaring heeft met een overname door een branchegenoot. Het was Bouwman die de tijdschriften van VNU in 2001 verkocht aan Sanoma, waarna de nieuwe collega’s in Finland al snel begonnen te knabbelen aan zijn rol als hoofduitgever.
«We doen het met z’n drieën» heeft Bouwman tot nu toe verzekerd. Hij doelde daarbij op hemzelf, de raad van commissarissen en de stichting. Zolang hij deze trojka koestert, weet hij zich de gevangene van de stichting. Wrikt Bouwman zich los, dan wordt het bal bij PCM.
Want onderhuids gaat het meningsverschil aan de Herengracht sinds kort ook over de desintegratie van PCM. In de wandelgangen van de Volkskrant spoken twijfels over de on deelbaarheid. Yvonne Zonderop (ex-adjunct van de ochtendkrant) opperde zaterdag met verholen enthousiasme dat splitsing wellicht aantrekkelijk is, al is het maar om te voorkomen dat vreemd kapitaal zich op de vaderlandse krantenmarkt stort. Haar bijdrage kwam niet uit de lucht vallen. Nadat Wegener en De Telegraaf zich, net als acht jaar geleden bij de verkoop van de Dagbladunie, met een simpel gebaar het bos in hadden laten jagen en vervolgens gingen kermen over de dreigende intocht van buitenlanders op hun markt, deed zelfs D66-leider Dittrich een duit in het zakje. Kort samengevat als: pas op voor Berlusconi.
In NRC Handelsblad eindigde Menno Tamminga, een van de beste financiële journalis ten van Nederland en bovendien bestuurslid van het PCM-pensioenfonds, zaterdag zijn ru briek over deze dreigende «Überfremdung» zo: «De Telegraaf en Wegener krijgen over vier of vijf jaar weer een kans. Wanneer de nieuwe eigenaar van zijn PCM-aandelen af wil.»

pCM zwijgt. Uiteraard. Handel pleegt zich niet in de openbaarheid te voltrekken. Als dat wel gebeurt, is dat meestal niet goed voor de prijs. En die is toch al laag. PCM hoeft nu amper meer op te brengen dan wat AD, NRC Handelsblad en enkele regionale titels uit de Dagbladunie acht jaar geleden hebben gekost. Maar op de vraag of iedereen aan de Herengracht goed geluimd is, antwoordt woordvoerder Van Genderen Stort: «We blijven positief naar de toekomst kijken.» De intonatie en dictie van deze «positieve» woorden laten zich op papier helaas niet reproduceren.