Commentaar: Hanlo

Herrie om Hanlo

Gerard den Brabander was een dronkelap over wiens alcoholische slijtageslagen nu nog met eerbied in de Amsterdamse horecagelegenheden wordt gesproken.

Gerrit Achterberg was een moordenaar, althans een man die in een aanval van verstandsverbijstering zijn hospita heeft doodgeschoten.

François Villon was een dronkelap, een moordenaar én een dief, wat hem er niet van heeft weerhouden tot de grootste dichter van de Franse Middeleeuwen uit te groeien.

Onbeschreven bladen waren zij dus niet. Toch zou geen mens het in zijn hoofd halen dwars te gaan liggen als er ergens een straat of plein naar hen werd vernoemd. Het wetboek van strafrecht is immers geen instantie waaraan een artistieke prestatie wordt getoetst. Het is een eenvoudige waarheid die echter nog niet tot de gemeente Valkenburg is doorgedrongen, waar verontruste inwoners recentelijk met succes het Jan Hanlo-hof hebben weten te voorkomen.

Oók geen heilige. Hanlo was een dronkelap, vechtersbaas en een querulant die de lokale pers bestookte met brieven over de commercialisering van het carnaval en de fluoridering van het drinkwater. Bovendien was hij een pedofiel, van het gematigde soort. «Met een cola en een koek lokte hij een jongetje naar een strandstoel. Hij streelde hem over de borst en prevelde het woord ‹schat›. Daarvoor moest hij een paar weken de bak in», zegt Hans Renders, die een vuistdikke biografie over de dichter schreef.

Want bovenal was Jan Hanlo dichter, als een der leidende dadaïsten in Nederland verantwoordelijk voor een even belangrijk als origineel oeuvre.

Reeds tijdens zijn leven werd deze «Jezus in burger» door zijn dorpsgenoten met gemengde gevoelens bekeken. Daaraan is niets veranderd sinds hij zich op 14 juni 1969 tegen een landbouwtrekker heeft doodgereden. Geen prentbriefkaart, geen gevelsteen herinnert de Valkenburgers aan het feit dat zij ooit een van onze grootste dichters in hun midden hebben gehad. Wat dat betreft is de actie om zo'n Jan Hanlo-hof te voorkomen logisch en consequent te noemen.

Zijn biograaf spreekt ronduit over «een heksenjacht». Misschien is het begrip «spokenjacht» nog beter op zijn plaats. Waar zijn die Valkenburgers bang voor? Dat de dichter dertig jaar na zijn dood onder zijn zerk uit zal kruipen om zich aan hun lieve kleinen te vergrijpen?

Jan Hanlo was onder meer een tegenstander van drinkwaterfluoridering omdat dit, meende hij, het menselijk denkvermogen zou aantasten. Wat Valkenburg betreft, elf jaar lang de plaats zijner inwoning, heeft hij postuum gelijk gekregen.