Hersenen

De bescheiden glans van de dood. Hoe komt de dood van de lamspoot tot stand? Hij begint bij een herder die een jong schaap naar een afgescheiden perk leidt. ‘s Avonds, het is nog licht. Heuvels.

Zwakker wordende geur van de maquis die om het huis op de heuvel groeit. Vogels vliegen van dagheuvels naar nachtheuvels.
Er sluipt een zwarte kat rond.
Inmiddels heeft het kleine mes de keel van het schaap al gevonden. Het bloed komt niet ver, verdwijnt tussen stenen en zand.
De herder heet Etienne, een stille man. Niet zoals zijn oude vader die steeds maar zijn natte, wiebelende tong uitsteekt naar jonge meisjes. Etienne bemint, wanneer het hem toevallig uitkomt, madame Julia. Die hier een natuurstenen kerkje bezit. Het beeld van de herder als heilige moet vermeden worden. Hij leeft bovendien nog en het schaap ook. Al vloeit het bloed vreedzaam uit zijn hersenen.
De poes, vaardig buiten schot blijvend, zelfs wanneer hij een verse hagedis tussen de tanden heeft, ruikt eraan. ‘Bemoei je er niet mee’, zegt Etienne in zanderig Corsicaans.
Hij houdt zijn mes klaar om de huid bij de poten los te snijden. Het vel moet, terwijl het vet nog warm is, zo snel mogelijk worden verwijderd. Maar het schaap is nog niet zo ver. Een wolk als een strand vol oranje zeesterren verschijnt. Pas op dat moment wordt de herder heilig en praat hij tegen het schaap. Het gehoorzaamt en sterft. Opeens is het geen schaap meer. Hangt dwaas en glanzend, ontdaan van wol en ingewanden, dampend in de koude avondlucht.
Ruimschoots nadrinken van wijn. Met wat goede wil smaakt die naar gentiaan en cedratine. Vanavond eten we witte bonen met worst. Wat het schaap en zijn poten hebben gegeten eten we morgen.