Hersenverweking

Vervuld van afschuw kijk ik naar het ernstig misvormde ding in mijn handen. Zo klein en ruw, zo onherkenbaar veranderd. Voorzichtig leg ik het op het wasrek. Ik trek nog wat aan de mouwen, wie weet, misschien is het tijdelijk, vindt het vanzelf weer zijn oude vorm. Pas uren later durf ik weer te kijken. Als er al iets aan de situatie is veranderd, is het dat het ding nog verder is gekrompen. Ik denk aan de wiskundelessen van heel lang geleden, het type grafiek dat de assen eindeloos bleef naderen. Asymptotische approximatie. Ik denk aan mijn oma, nog maar één meter tien verwijderd van de grond, de volgende keer dat ik haar bezoek nog minder, totdat.

Er is iets vreselijks gebeurd, schrijf ik aan de klantenservice van het kledingmerk (something horrible happened, om precies te zijn; het is een Brits merk). Mijn goede vriendin M moet hier erg om lachen. Ze zegt: het klinkt alsof je op het punt staat jezelf van kant te maken. Als ik bij die klantenservice zou werken, zou ik een keiharde mail terugsturen. Eigen schuld. En dan wachten op de overlijdensadvertentie. Het is goed dat ze niet bij welke service dan ook werkt, want het volgende wat ze zegt is dat ik mezelf herhaal. Dat ik steeds dezelfde verhalen vertel en dat ze het meestal laat gaan, maar dat ze toch vermoedt dat er iets mis is met me. Ik ben gewoon dromerig, zeg ik. Plus ik zie je elke dag, en als ik je niet zie bel ik je, en het is nogal logisch dat je dan dingen door elkaar gaat halen. Dan biecht ik haar op dat ik laatst mijn leeftijd zag staan bij een krantenartikel. Tweeëndertig stond er. Mijn verwarring had een paar minuten geduurd. Was ik werkelijk tweeëndertig? Ik haalde mijn laatste verjaardag voor de geest. Niks bijzonders vanwege het feest het jaar daarvoor vanwege… Nee, definitely nog geen tweeëndertig.

Vorige week werd mijn oma 97. Ieder jaar krijgt ze een nieuw vest voor haar verjaardag, deze keer een prachtig zeeblauw ding met kleine pareltjes erop gestikt dat precies bij haar ogen kleurt. Op haar blouse staan zonnen en planeten; mijn oma is een singulariteit die het hele universum draagt. Vorig jaar namen we haar mee naar een musical – nauwelijks een procent van haar leven geleden, en toch lichtjaren. We zitten naast elkaar aan de grote tafel. In gezelschap eet mijn oma nog, niet veel, maar met smaak. Af en toe leg ik mijn hand om de hare. Haar ring- en middelvinger schieten voortdurend in een kramp, ik buig ze terug, verbaasd kijkt ze naar onze handen, dan weer naar haar woordzoeker. Ik had een woord, zegt ze, maar nu zie ik het even niet meer.

Dagenlang blijf ik mezelf kwellen met mijn verloren lievelingsvest dat ik, een vorm van masochisme, heb uitgespreid over mijn tafel.

Forest green, de eindeloos zachte merinowol helemaal vervilt.

Ik had een woord, zegt mijn oma, maar nu zie ik het even niet meer

Op een gegeven moment, zegt M, vind je een ander, mooier vest.

Ik wil geen ander, mooier vest, zeg ik. Ik wil de tijd terugdraaien.

Verder durf ik weinig te zeggen, bang dat ik alles al eens heb gezegd, ieder verhaal, alle mogelijke invalshoeken.

Nietzsche’s vader, lees ik in de biografie Ik ben dynamiet van Sue Prideaux, stierf op zijn vijfendertigste aan iets wat ze in die tijd hersenverweking noemden. Het was begonnen met mysterieuze aanvallen waarbij plotseling zijn spraakvermogen stopte en hij verweesd de ruimte in staarde. Na afloop van zulke absences herinnerde hij zich niets. Uiteindelijk raakte hij het grootste deel van zijn gezichtsvermogen kwijt, tot hij helemaal blind werd en stierf. Nietzsche was vijf jaar oud. Toen hij zelf van school kwam, schreef de schoolarts een rapport waarin hij hem ‘een flink, stevig gebouwd mens met een opvallend gefixeerde blik in zijn ogen’ noemde, ‘bijziend en vaak geplaagd door zich verplaatsende hoofdpijn (…) Er zijn nog geen kwaadaardige symptomen, maar met de antecedenten moet rekening gehouden worden.’

Met mijn eigen bijziende ogen geopend lig ik op een yogamat naar het plafond te staren. Mijn lichaam voelt vreemd licht, alsof het de grond net niet wil raken. Close your eyes, zegt de yogajuf, wat ik niet doe, breathe out the story that holds you together. Dit is het meest angstaanjagende wat iemand in lange tijd tegen me heeft gezegd. Ik houd mijn adem in, zo lang als het gaat, iedereen weet hoe het met Nietzsche afliep.