Herstel

Misschien is het sociaal akkoord een stapje op weg uit de crisis. Vertrouwen kan stimuleren. Het poldermodel, de Nederlandse vorm van democratie, zou opnieuw zijn kracht bewijzen.

Wachtend in Nieuwspoort op de wekelijkse persconferentie van de minister-president zie ik een boek staan van hoogleraar Paul Frissen met de titel De Staat. Daarin stuit ik op een hoofdstuk over het poldermodel, toepasselijk op deze vrijdag dat Mark Rutte bevraagd zal worden over het met werkgevers- en werknemers­organisaties afgesloten sociaal akkoord. Tenslotte is dat een staaltje polderen.

Frissens boek is uit 2002. Het was het jaar waarin met de opkomst van en moord op Pim Fortuyn een woelige periode in de Nederlandse politiek begon: er volgden jaren van polarisatie, jaren waarin geen kabinet meer de rit uitzat, met menige stembusgang als gevolg. Maar dat konden de schrijver en degenen die hij aan het woord liet toen nog niet weten. Nederland werd destijds nog geprezen om zijn poldermodel, om de rust en welvaart die dat bracht. Het was een soort exportproduct geworden.

De toenmalige vice-president van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, zegt in Frissens boek over dat poldermodel: ‘We realiseren ons niet dat het eigenlijk helemaal geen model is, maar een wijze waarop we met elkaar omgaan, die heel langzaam en uit welbegrepen eigenbelang is gegroeid. Omdat een centraal gezag ontbrak, was men aangewezen op samenspraak en onderhandelen. En zo ontstond, uit noodzaak en al doende, de Nederlandse vorm van democratie.’

Ook het huidige kabinet van vvd en pvda zette in op die aloude, Nederlandse vorm van democratie. Na elf jaar van polarisatie in politiek en samenleving ben je geneigd te zeggen: greep daarop terug. Wie het kabinet gebrek aan visie verwijt, zoals veelvuldig gebeurt, ziet niet dat samenspraak om breed draagvlak te krijgen voor ingrijpende maatregelen ook getuigt van een visie, een visie op hoe je politiek wilt bedrijven en wilt besturen. Na een vorig kabinet dat bij monde van dezelfde premier Rutte propageerde dat rechts Nederland bij het beleid de vingers kon aflikken is dat een hele ommekeer.

In De Staat zegt de in 2002 tot commissaris van de koningin in Noord-Holland benoemde Harry Borghouts dat het poldermodel ‘onze kracht en onze zwakte’ is. Zwakte slaat vooral op de stroperigheid die al dat overleggen met zich meebrengt en de compromissen die daar het gevolg van zijn, waardoor er niet daadkrachtig geregeerd kan worden. Ook nu is dat de achtergrond van veel kritiek, die daarmee ook is gericht op het polderen als zodanig en dus op de manier van politiek bedrijven zelf: wat blijft er over van de voorgestelde hervormingen in de WW en het ontslagrecht, dit getuigt toch niet van daadkracht! En als het kabinet nu concessies heeft gedaan, waarom heeft het dan wat nu in het sociaal akkoord is afgesproken niet al in het regeerakkoord gezet, zo is er tijd verloren!

Maar wat zou er zijn gebeurd als vvd-leider Rutte en pvda-collega Diederik Samsom de uitkomsten van het huidige sociaal akkoord in het najaar al als kabinetsplannen in het regeer­akkoord hadden gezet? Dan zouden die kabinets­plannen na overleg met sociale partners alsnog zijn afgezwakt. Dat is een wet­matigheid bij onderhandelen. Wie dat onderkent, ziet beter welke stappen nu toch worden gezet richting versobering van de WW en versoepeling van het ontslagrecht. Het kabinet heeft wel degelijk de richting aangegeven. Maar inderdaad, het oogt minder daadkrachtig.

Dat er niet al in het najaar, tegelijk met het regeerakkoord, een sociaal akkoord is gesloten, ligt gedeeltelijk aan de haast die de onderhandelaars Rutte en Samsom hadden. Maar wat ook een rol speelde, is dat de fnv toen intern nog te verdeeld was. Interim-voorzitter Ton Heerts was toen nog niet in staat een mandaat van zijn achterban te krijgen om echt te onderhandelen, laat staan instemming met een akkoord. Of er tijd verloren is gegaan, is daarom de vraag. Met onrust op de arbeidsmarkt verlies je mogelijk meer dan alleen tijd. Maar inderdaad, het oogt alsof er maanden zijn verspild.

Noodzaak en welbegrepen eigenbelang hebben ook nu bij het polderen een rol gespeeld. Niet alleen vergroot een sociaal akkoord de kans op rust op de arbeidsmarkt, het vergroot ook de kans op bredere politieke steun in de Eerste Kamer, waar de coalitiepartijen samen geen meerderheid hebben. Dat is gunstig voor, jawel, het daadkrachtig overkomen van dit kabinet, hoe tegenstrijdig dat ook lijkt gezien de kritiek.

Mocht dan ook het herstel van de economie door het sociaal akkoord een zetje krijgen, zoals het kabinet hoopt, dan vergroot dat weer de kans op een goede uitslag voor vvd en pvda bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. En dat vergroot dan weer de kans op rust binnen de coalitie en dus op het voortbestaan van dit kabinet.

Enig herstel van de economie is daarbij dus wel de grote voorwaarde. Daar waar dat herstel afhankelijk is van de export zal het sociaal akkoord er niet veel invloed op hebben. Maar de crisis, zo zegt onder meer het Centraal Plan­bureau, verscherpt door het afnemende vertrouwen van Nederlanders in hun toekomst, waardoor ze zijn gaan sparen voor onzekere tijden en de binnenlandse consumptie afneemt.

Is de crisis daarmee alleen maar een kwestie van psychologie? Natuurlijk niet. Maar somberte, zoals premier Rutte het noemt, geeft wel een zwengel aan de vicieuze cirkel, de spiraal naar beneden.

Omgekeerd kan dus ook. Wie er door een sociaal akkoord vertrouwen in krijgt dat eendrachtig wordt gezocht naar een uitweg uit de crisis durft mogelijk weer wat geld uit te geven. Zo zou puur het gegeven dat er een sociaal akkoord is gesloten de economie kunnen stimuleren. De Nederlandse vorm van democratie zou dan opnieuw zijn kracht bewijzen. En het kabinet een handje helpen. Want als dat dankzij een hogere groei minder hoeft te bezuinigen, dreigen er minder spanningen. In het kabinet én de samenleving.