Hoofdommentaar: Hersteld vertrouwen

Hersteld vertrouwen

Sneller dan ooit staat anderhalve maand na de kamerverkiezingen het kabinet in de steigers. Met het conceptregeerakkoord «Her steld vertrouwen» zijn CDA, VVD en LPF erin geslaagd de politieke aardverschuiving van 15 mei in ultratempo om te zetten in reguliere beleidsvoornemens en een revolutie in de dop te temperen. Op een aantal kleine punten moet weliswaar nog overeenstemming komen, maar de onderhandelaars Balkenende, Herben en Zalm hebben laten zien het ook bij wat ze zelf «lastige thema’s» noemen het uiteindelijk gauw eens te zijn.

Opvallend is dat de bereikte akkoorden op hoofdpijndossiers als de WAO en de zorg in het geheel geen typisch nieuwe oplossingen van een centrum-rechtse regering zijn. Voor de WAO wordt grotendeels het akkoord zoals dat eerder dit jaar bereikt is in de Sociaal-Economische Raad (SER) aangehouden. Alleen de voordeeltjes voor de sociale partners — hogere uitkeringen voor de werknemers en het afschaffen van boetes bij nieuwe WAO-gevallen bij de werkgevers — zijn uit het concept-regeerakkoord verdwenen. Ook bij het nieuwe zorgstelsel is met name gekeken naar een advies van de SER (uit 1999) waarin het onderscheid tussen particulier verzekerden en ziekenfonds ook al was verdwenen en een standaard zorgverzekering werd nagestreefd met een individuele inkomenscompensatie voor de laagstbetaalden. Het CDA lijkt in de onderhandelingen op veel terreinen aan het langste eind te hebben getrokken en de adviesrol van organen als de SER weer ondubbelzinnig te hebben verankerd in het regeringsbeleid. Het zou Pim Fortuyn een gruwel zijn.

Inhoudelijk is men eruit. Ook de departementenverdeling zal met de ongekende buigzaamheid van de LPF naar verwachting niet voor al te grote problemen zorgen. Het zal wel lastig worden de rijen gesloten te houden in de kamerfracties van CDA en VVD. Onvrede over in de kiem gesmoord dualisme door een regeerakkoord dat veel langer is dan één A4’tje (CDA) en onvrede over een regeerakkoord dat althans in het motto de paarse jaren te sterk afvalt (VVD) zijn nog niet uitgesproken.

Het blijft de vraag hoe de VVD zich in de komende vier jaren gaat opstellen. Hoewel de omvang en gedetailleerdheid van het regeerakkoord een succesje zijn voor Gerrit Zalm, heeft zijn partij nog steeds weinig belang bij regeringsdeelname. Over het verlies van veertien zetels en de mislukte campagne is in de partij nog maar nauwelijks gesproken, terwijl inmiddels wel duidelijk is dat de komende vier jaar geen ronduit VVD-program wordt gevoerd en derhalve vanuit de Kamer een eigen geluid zal moeten klinken. Deze zorgen maken de VVD tot de minst betrouwbare regeringspartner. Als het kabinet vier jaar stand houdt, en daar zullen CDA en LPF alles aan doen, dan kunnen de profetieën van oud-VVD’er Ferry Hoogendijk, die over een aantal jaar met zijn LPF graag de VVD overneemt, een stuk minder onwaarachtig voorkomen.